Mentale stoornis / psychologische afwijking / ontwikkelingsstoornis / psychopathologie etc. = allemaal
termen om abnormaal gedrag te beschrijven.
Abnormaal = afwijkend van het gemiddelde (denk aan de staarten van de Bell Curve)
- Ab = ‘weg van’
- Normaal = ‘het gemiddelde of de standaard’
Abnormaal gedrag wil echter niet direct zeggen dat het ook schadelijk is voor het individu (tijdens deze
colleges gaan wij ons echter wél alleen richten op abnormaliteit dat schadelijk is voor het individu).
Voorbeeld: té hoog IQ (hoogbegaafd) is abnormaal, alleen vaak is zulk individu wel gewoon gelukkig.
Om te beoordelen of iets ‘normaal’ gedrag is moet je kijken naar verschillende soorten normen:
- Ontwikkelingsnorm = past het gedrag bij de leeftijd van de persoon?
Voorbeeld: als een kind van 2 jaar in bed plast is dit normaal, bij een 17-jarigen niet.
- Situationele norm = past het gedrag bij de situatie waarin de persoon zich bevindt?
Voorbeeld: rondrennen in een speeltuin is normaal, maar rondrennen in een bibliotheek niet.
- Culturele norm = past het gedrag bij de cultuur waarin de persoon leeft?
Voorbeeld: In Japan is het normaal dat kinderen buigen voor hun leraar, in Nederland niet.
- Geslachtsnorm = past het gedrag bij het geslacht van de persoon?
Voorbeeld: als jongens agressief/ruig gedrag vertonen is dit normaler dan als meisjes dit vertonen.
- Veranderde kijk op abnormaliteit / Historische norm = over tijd veranderen onze ideeën over wat normaal is
en niet normaal is.
Voorbeeld: vroeger dacht men dat iemand niet normaal was als men homo was of niet in God
geloofden, tegenwoordig denkt men hier anders over.
- Rol van volwassenen = het komt zelden voor dat jonge kinderen van zichzelf denken dat ze een ‘probleem’
hebben. Vaak worden kinderen door andere (bv. ouders, leerkracht) doorverwezen voor een klinische
evaluatie. Vaak zie je dat er veel onenigheid is tussen ouders/leerkrachten of een kind een ‘probleem’ heeft.
Voorbeeld: de vader van het kind die weinig tijd met het kind doorbrengt kan bv. vinden dat het kind
gewoon normaal functioneert terwijl de moeder die veel tijd met het kind doorbrengt dit niet vindt.
Ontwikkelingsstoornis = gedrag dat ooit normaal was, maar nu niet meer aangezien het niet langer past bij het
ontwikkelingsstadium van het kind.
Bij ontwikkelingsstoornissen is dus vooral spraken van de ontwikkelingsnorm!
Een kind wijkt af van de ontwikkelingsnorm als hij:
Kwantitatieve verschillen in ontwikkelingsnorm:
1. Achterstand heeft in de ontwikkeling
Voorbeeld: Kind is 5 jaar en kan nog steeds niet lopen.
2. Achteruit gaat en verslechtert in de ontwikkeling
Voorbeeld: Bij 5 jaar plaste kind niet meer in bed, maar op 10-jarigen leeftijd opeens wel weer.
3. Iets extreem vaak of extreem weinig doet
Voorbeeld: Kind wordt elke dag wel 20 keer agressief en slaat mensen om hem heen.
4. Iets extreem intens of helemaal niet intens ervaren
Voorbeeld: Kind ervaart enorm intense angstgevoelens.
5. Gedragsmoeilijkheden blijven bestaan over tijd
Voorbeeld: Extreme angstgevoelens nemen niet af wanneer kind ouder wordt.
6. Gedrag vertoont dat niet past bij de situatie
Voorbeeld: Kind schreeuwt en rent in de bibliotheek
7. Abrupte veranderingen in het gedrag vertoont
Voorbeeld: Een adolescent die eerst elk weekend uit wilde gaan, zit nu elk weekend eenzaam thuis.
8. Heel veel verschillende probleemgedragingen samen heeft
Kwalitatieve verschillen in ontwikkelingsnorm:
9. Gedrag vertoont dat kwalitatief verschillend is van normale mensen
Voorbeeld: Kind kijkt wel iemand aan in de ogen omdat hij dit geleerd heeft, maar het blijkt dat hij hier
geen emoties bij voelt, wat wel normaal is om te hebben
Je ziet dit kwalitatieve verschil in ontwikkeling niet op het eerste gezicht!