De axonen van de retinale ganglioncellen brengen informatie naar de rest van de hersenen. Ze
stijgen via de optische zenuwen en bereiken de dorsale laterale geniculate kern (LGN) van de
thalamus. Deze kern heeft zijn naam te danken door zijn overeenkomst met een buigende knie
(Lat. genu). Het LGN bevat zes lagen neuronen, elk van hen ontvangt slechts informatie van
één oog. De neuronen in de twee binnenste lagen bevatten de cellichamen die groter zijn dan
de cellichamen van de buitenste vier lagen (= magnocellulair). De buitenste vier lagen zijn de
parvocellulaire lagen (parvo = een klein aantal cellen). De drie pathways behoren tot
verschillende systemen, die verantwoordelijk zijn voor de analyse van verschillende types
visuele informatie. Ze krijgen hun input van verschillende types retinale ganglioncellen. De
neuronen in de LGN zenden hun axonen via een pathway, nl. optic radiations, naar de
primaire visuele cortex (de regio die de calcarine fissuur
omringt). Dit is een horizontale fissuur gelokaliseerd in
de mediale en posterieure occipitale kwab.
De primaire visuele cortex wordt vaak de striate cortex
genoemd. De optische zenuwen komen samen bij de
basis van de hersenen om dan een X-vormige optische
chiasma te vormen (Gr. cross). Daar bedienen de
axonen van ganglioncellen de binnenste helften van de
retina (nasale zijden) kruisend door het chiasma en stijgend naar het LGN op de
tegenovergestelde kant van de hersenen. De axonen van de buitenste helft van de retina
(temporaal) blijft op dezelfde kant van het brein. De
lens zet het beeld van de wereld om op de retina
(links en rechts). Bijgevolg lopen de axonen van de
nasale zijden van de retina gekruisd naar de andere
zijde van het brein. Elke hemisfeer ontvang
informatie van de contralaterale kant
(tegengestelde) van het visuele veld. Wanneer een
persoon voor zich kijkt, ontvangt de rechter
hemisfeer informatie van de linkerhelft van het
visuele veld, en de linker hemisfeer ontvangt
1|Pagina