Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Nectar hoofdstuk 1 - Gedrag

Note
-
Vendu
-
Pages
5
Publié le
28-06-2023
Écrit en
2022/2023

Dit is een complete samenvatting van hoofdstuk 1, VWO 4, Biologie nectar

Type
Cours









Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Lycée
Type
Cours
Année scolaire
4

Infos sur le Document

Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
1
Publié le
28 juin 2023
Nombre de pages
5
Écrit en
2022/2023
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

1.1
Gedrag is alles wat dieren of mensen doen en (na)laten. Gedrag zorgt ervoor dat ze
in leven blijven/functioneren.
Dit komt tot stand door een werking van spieren en klieren. Planten hebben geen
spieren of klieren en tonen dus geen gedrag.
Gedrag is aangepast aan de leefomstandigheden van de dieren en mensen.
Leefomstandigheden zijn de omstandigheden waaronder iemand leeft.
Sociaal gedrag is gedrag gericht op het leven in een groep.
Paringsgedrag kent een vast patroon, bijvoorbeeld, varkens nemen steeds dezelfde
stappen. Het is gedrag tijdens geslachtsgemeenschap.

Ethologie is de studie naar gedrag. Het gedrag wat je in je natuurlijke omgeving
vertoont dat wordt natuurlijk gedrag genoemd.

Bij het ontstaan van gedrag zijn drie dingen belangrijk: een prikkel, de hersenen
(black box) en een respons. Het gedrag zie je bij de respons.

Gedrag ontstaat door in- en uitwendige prikkels die samen de motivatie vergroten
om het gedrag te vertonen -> gedrag ontstaat na overschrijding van de
drempelwaarde.

Prikkels zijn verandering in de omgeving waarop een dier/mens reageert.
Zo zijn er twee soorten prikkels:
 Inwendige prikkels: prikkels die van binnenuit een dier komen, de
hormonen, zoals een dorstgevoel.
 Uitwendige prikkels: prikkels die van buitenaf komen, zoals de geur
van eten.
LEVEN IS REAGEREN OP PRIKKELS
Respons is de reactie van een dier/mens op een prikkel. Om een respons te krijgen
moet er een impuls worden gestuurd naar de hersenen, dat gaat zo;
de signaal wordt via de neuronen naar de hersenen gestuurd voor de uiteindelijke
actie/respons.
(Neuronen: zijn cellen in het zenuwstelsel, ze worden ook zenuwcellen genoemd,
bouwstenen van de hersenen en ze brengen info over naar anderen zenuwcellen.)

Hierbij speelt motivatie een rol. Motivatie is de bereidheid om bepaald gedrag te
vertonen.
Motiverende factoren is een combinatie van in- en uitwendige prikkels
De drempelwaarde is de hoogte van de motivatie die nodig is om tot een bepaald
gedrag over te gaan. Als de drempelwaarde laag zit, heb je niet veel motivatie nodig
om iets te doen. Maar als de drempelwaarde hoog is, dan heb je juist heel veel
motivatie nodig om iets te doen.

Gedrag is opgebouwd uit gedragssystemen, die bestaan buit losse
gedragselementen:
 Gedragssystemen: de samenhangende onderdelen van gedrag. Bijv.
eten zoeken. Elk gedragssysteem is op te splitsen in aparte eenheden;
 Gedragselementen: de aparte eenheden waaruit gedragssystemen in
op te splitsen zijn. Bijv. lopen, vijanden wegjagen, om je heen kijken etc.

, Een gedragsketen is de vaste volgorde van gedragselementen.

Natuurlijk gedrag is gedrag die dieren in het wild vertonen.




1.2
Gedrag moet objectief worden beschreven, dus zonder oordeel vooraf. Dus we
zeggen niet 'de aap kijkt blij', we zeggen 'de aap laat zijn tanden zien'. Wanneer wij
menselijke eigenschappen zoals blij kijken interpreteren op dieren noemen we dit
antropomorfisme (antropomorf). In de gedragswetenschappen mag je dit niet
doen.
Eerst maak je een ethogram. Dit is een lijst met objectief en nauwkeurig beschreven
gedragselementen, met hun afkortingen. Bijvoorbeeld: eten --> ET, krabben KR.
Daarna maak je een protocol, dit is een tabel met meerdere kolommen waarin je de
gedragselementen zet van een dier dat je observeert met tijden.

Twee manieren van onderzoek doen:
Beschrijvend onderzoek, onderzoek waarbij;
 De onderzoeker beïnvloed de omstandigheden niet;
 De onderzoeker verzamelt observaties en gegevens (data);
 Vanuit veel specifieke gevallen probeert men tot een algemene regel
te komen.

Experimenteel onderzoek, onderzoek waarbij;
 De onderzoeker beïnvloed de omstandigheden wel;
 Een hypothese is een mogelijke verwachting voor een waarneming
van een verschijnsel

Sleutelprikkel is een prikkel waarop altijd hetzelfde gedrag volgt.
Supernormale prikkel is de versterkte sleutelprikkel, waarbij een versterkte reactie
optreed.

Gevoelige periode is de periode na de geboorte, het organisme is gevoelig om
bepaalde zaken te leren. Zoals wie hun moeder is.
De dergelijke vorm van leren in de gevoelige periode heet inprenting.
Associatief leren is leren door een bepaalde prikkel aan een andere prikkel te
koppelen


1.3
Bij communicatie tussen soortgenoten hebben we het over signalen. Signalen
€5,99
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
ceroyokus

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
ceroyokus
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
0
Membre depuis
2 année
Nombre de followers
0
Documents
7
Dernière vente
-

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions