Staatsrecht: houdt zich bezig met de organisatie van de overheid.
- Vooral dwingend recht
- Staat in rust
Kenmerken staat:
1. Bewoners
2. Grondgebied
3. Staatsgezag
Rechtstaat: Alleen de staat (en lagere overheden) mag regels opleggen en afdwingen met
dwangmiddelen.
Uitgangspunten om machtsmisbruik te voorkomen:
- Legaliteitsbeginsel
- Trias politica
- Grondrechten
Bestuursrecht:
- Staat in beweging
- Regels die de overheid nodig heeft om te kunnen besturen
- Regels die de burger nodig heeft om tegen het bestuur op te kunnen treden
Materieel bestuursrecht: (gedrags)regels of voorschriften voor de overheid in de vorm van geboden
of verboden. Beleidsregels niet, die zijn voor het bestuursorgaan zelf.
Formeel bestuursrecht: Het bestuursprocesrecht, procedureregels m.b.t. het aanvragen van een
vergunning, bezwaar maken en in hoger beroep gaan tegen overheidsbeslissingen.
Art. 10.1 Awb bevoegdheden
Attributie – wordt gecreëerd door de wet
Delegatie – bevoegdheid wordt overgedragen, en de verantwoordelijkheid ook
Mandaat – wordt ook overgedragen, verantwoordelijkheid blijft de oorspronkelijke persoon
Openbare lichamen en bestuursorganen
Openbaar Organen Wettelijke
Lichaam basis
Staat Regering Ministerraad Ministers Staatssecretarisse Art. 42
n Grondwet
Provincie Provinciale Gedeputeerde Commissaris Art. 125
Staten Staten Der Koning Provinciewet
Gemeente Gemeenter College van Burgermeest Art. 125
aad B&W er Gemeentewet
Waterschap Algemeen Dagelijks Voorzitter Art. 188
bestuur bestuur Waterschapsw
et
Overige Algemeen Dagelijks Voorzitter Art. 184
, openbare bestuur bestuur Specifieke
lichamen wetten
EU Europees Europese
parlement commissie
+ de raad
Wetgeven Uitvoerende
de macht macht
Algemeen bestuur: Vaststellen van de algemene regels.
Dagelijks bestuur: uitvoeren en uitwerken van deze regels door middel van lagere wetgeving.
Voorzitter: onder andere vertegenwoordigen van het openbaar lichaam
Grondrechten:
Klassieke grondrechten: De vrijheidsrechten
- Vrijheid van meningsuiting
- Vrijheid van godsdienst
- Vrijheid van vergadering
Sociale grondrechten: actieve opdracht aan de overheid
- Recht op onderwijs
- Recht op arbeid
- Recht op sociale zekerheid
Staatshoofd de koning:
Koningschap is erfelijk, art. 24 GW
Te jong, te ziek of anderszins ongeschikt, dan geldt art. 37 jo. 38 GW = regent.
Taken koning:
- Voornamelijk ceremoniële functie
- Deel van de regering art. 42 Gw
- Wetten/besluiten regering ondertekenen art. 47 Gw
- Troonrede op Prinsjesdag art. 65 Gw
Koning is ook onschendbaar, art. 42 Gw. De ministers zijn verantwoordelijk. Dit geld ook voor de
overige leden van het Koninklijk huis.
Organen
Koning + ministers = regering
Staten-Generaal = 1e + 2e kamer
Raad van State = Adviesorgaan rijksoverheid en hoogste bestuursrechter
Nationale ombudsman = klachtenprocedure. Niet bindende adviezen
Lagere overheden:
, Decentralisatie: Verticale spreiding regelgeving en bestuur over openbare lichamen.
Art. 123, 133, 134 Gw biedt mogelijk verticale spreiding (functioneel- territoriaal)
Decentralisatie heeft 2 doelen:
1. Voorkomen concentratie macht
2. Decentrale lichamen weten beter wat er speelt
Autonomie: art. 124 lid 1 Gw.
- Decentrale besturen kunnen geheel zelfstandig hun eigen beleid, doel en middelen bepalen.
- Hierbij zijn wel grenzen
o Bovengrens = hogere regelgeving
o Ondergrens= privésfeer burgers
Medebewind: art. 124 lid 2 Gw.
- Decentrale besturen wenden hun bestuurlijke en regelgevende bevoegdheden aan om
wetten en beleid van andere overheidsorganen uit te voeren
- Hierbij bestaat wel beleidsvrijheid
Speelruimte ook bepaald door financiële situatie, art. 12 status. Dat betekent dat als de gemeente
een paar jaar financieel in het rood staat dat ze de art. 12 status krijgen. De gemeente komt dan
onder financiële curatele onder het Rijk staan.
Provincies:
- 12 provincies art. 123 Gw
- Geldt de provinciewet
- Provinciale staten
o Algemeen bestuur en volksvertegenwoordiging
o Sinds 1848 rechtstreeks gekozen
o Elke 4 jaar, maar kan niet tussentijds worden ontbonden
- Gedeputeerde staten
o Gedeputeerden voorgedragen door de provinciale staten (3-7)
o Mogen geen lid Provinciale Staten zijn
o Samen met Commissaris van de Koning dagelijks bestuur
- Commissaris van de koning
o Voor zes jaar door regering benoemd
o Voorzitter Gedeputeerde staten en Provinciale staten
Provinciale staten
- Bevoegd tot vaststellen verordeningen (127 Gw en 143 lid 1 Provw)
- Recht van interpellatie (151 Provw)
- Recht van initiatief (143a Provw)
- Recht van amendement (143b Provw)
- Recht van onderzoek (151a Provw)
- Kiezen leden Eerste kamer (55 Gw)
- Stellen waterschappen in of heffen ze op (133 GW)
- Bevoegdheden op grond van bijzondere wetten
- Alle bestuursbevoegdheden die niet aan de GS of CvK zijn toegekend (143 lid 2 Provw)
- Vooral dwingend recht
- Staat in rust
Kenmerken staat:
1. Bewoners
2. Grondgebied
3. Staatsgezag
Rechtstaat: Alleen de staat (en lagere overheden) mag regels opleggen en afdwingen met
dwangmiddelen.
Uitgangspunten om machtsmisbruik te voorkomen:
- Legaliteitsbeginsel
- Trias politica
- Grondrechten
Bestuursrecht:
- Staat in beweging
- Regels die de overheid nodig heeft om te kunnen besturen
- Regels die de burger nodig heeft om tegen het bestuur op te kunnen treden
Materieel bestuursrecht: (gedrags)regels of voorschriften voor de overheid in de vorm van geboden
of verboden. Beleidsregels niet, die zijn voor het bestuursorgaan zelf.
Formeel bestuursrecht: Het bestuursprocesrecht, procedureregels m.b.t. het aanvragen van een
vergunning, bezwaar maken en in hoger beroep gaan tegen overheidsbeslissingen.
Art. 10.1 Awb bevoegdheden
Attributie – wordt gecreëerd door de wet
Delegatie – bevoegdheid wordt overgedragen, en de verantwoordelijkheid ook
Mandaat – wordt ook overgedragen, verantwoordelijkheid blijft de oorspronkelijke persoon
Openbare lichamen en bestuursorganen
Openbaar Organen Wettelijke
Lichaam basis
Staat Regering Ministerraad Ministers Staatssecretarisse Art. 42
n Grondwet
Provincie Provinciale Gedeputeerde Commissaris Art. 125
Staten Staten Der Koning Provinciewet
Gemeente Gemeenter College van Burgermeest Art. 125
aad B&W er Gemeentewet
Waterschap Algemeen Dagelijks Voorzitter Art. 188
bestuur bestuur Waterschapsw
et
Overige Algemeen Dagelijks Voorzitter Art. 184
, openbare bestuur bestuur Specifieke
lichamen wetten
EU Europees Europese
parlement commissie
+ de raad
Wetgeven Uitvoerende
de macht macht
Algemeen bestuur: Vaststellen van de algemene regels.
Dagelijks bestuur: uitvoeren en uitwerken van deze regels door middel van lagere wetgeving.
Voorzitter: onder andere vertegenwoordigen van het openbaar lichaam
Grondrechten:
Klassieke grondrechten: De vrijheidsrechten
- Vrijheid van meningsuiting
- Vrijheid van godsdienst
- Vrijheid van vergadering
Sociale grondrechten: actieve opdracht aan de overheid
- Recht op onderwijs
- Recht op arbeid
- Recht op sociale zekerheid
Staatshoofd de koning:
Koningschap is erfelijk, art. 24 GW
Te jong, te ziek of anderszins ongeschikt, dan geldt art. 37 jo. 38 GW = regent.
Taken koning:
- Voornamelijk ceremoniële functie
- Deel van de regering art. 42 Gw
- Wetten/besluiten regering ondertekenen art. 47 Gw
- Troonrede op Prinsjesdag art. 65 Gw
Koning is ook onschendbaar, art. 42 Gw. De ministers zijn verantwoordelijk. Dit geld ook voor de
overige leden van het Koninklijk huis.
Organen
Koning + ministers = regering
Staten-Generaal = 1e + 2e kamer
Raad van State = Adviesorgaan rijksoverheid en hoogste bestuursrechter
Nationale ombudsman = klachtenprocedure. Niet bindende adviezen
Lagere overheden:
, Decentralisatie: Verticale spreiding regelgeving en bestuur over openbare lichamen.
Art. 123, 133, 134 Gw biedt mogelijk verticale spreiding (functioneel- territoriaal)
Decentralisatie heeft 2 doelen:
1. Voorkomen concentratie macht
2. Decentrale lichamen weten beter wat er speelt
Autonomie: art. 124 lid 1 Gw.
- Decentrale besturen kunnen geheel zelfstandig hun eigen beleid, doel en middelen bepalen.
- Hierbij zijn wel grenzen
o Bovengrens = hogere regelgeving
o Ondergrens= privésfeer burgers
Medebewind: art. 124 lid 2 Gw.
- Decentrale besturen wenden hun bestuurlijke en regelgevende bevoegdheden aan om
wetten en beleid van andere overheidsorganen uit te voeren
- Hierbij bestaat wel beleidsvrijheid
Speelruimte ook bepaald door financiële situatie, art. 12 status. Dat betekent dat als de gemeente
een paar jaar financieel in het rood staat dat ze de art. 12 status krijgen. De gemeente komt dan
onder financiële curatele onder het Rijk staan.
Provincies:
- 12 provincies art. 123 Gw
- Geldt de provinciewet
- Provinciale staten
o Algemeen bestuur en volksvertegenwoordiging
o Sinds 1848 rechtstreeks gekozen
o Elke 4 jaar, maar kan niet tussentijds worden ontbonden
- Gedeputeerde staten
o Gedeputeerden voorgedragen door de provinciale staten (3-7)
o Mogen geen lid Provinciale Staten zijn
o Samen met Commissaris van de Koning dagelijks bestuur
- Commissaris van de koning
o Voor zes jaar door regering benoemd
o Voorzitter Gedeputeerde staten en Provinciale staten
Provinciale staten
- Bevoegd tot vaststellen verordeningen (127 Gw en 143 lid 1 Provw)
- Recht van interpellatie (151 Provw)
- Recht van initiatief (143a Provw)
- Recht van amendement (143b Provw)
- Recht van onderzoek (151a Provw)
- Kiezen leden Eerste kamer (55 Gw)
- Stellen waterschappen in of heffen ze op (133 GW)
- Bevoegdheden op grond van bijzondere wetten
- Alle bestuursbevoegdheden die niet aan de GS of CvK zijn toegekend (143 lid 2 Provw)