Instuderen hoofdstuk 5 : zaadplanten
A. Enkele vragen aangaande de leerstof
1. Weten wat vaatplanten zijn.
Aanwezigheid v vaatbundels
Bouw:
o Houtvaten: transport v water & mineralen
o Zeefvaten: transport v organisch sap
2. Het transport in xyleem en floëem kunnen beschrijven.
Xyleem: transport v water & mineralen van wortels naar
bladeren ⬆️
Floëem: transport v organisch sap door fotosynthese
aangemaakt
via floëem naar alle andere
delen vd plant ↕️
Houtvate
n:Water &
mineralen
Zeefvate
n:
Organisch
sap
(suiker)
1
, 3. Weten wat sporenvorming/zaadvorming is.
Sporenvorming
Spore ongeslachtelijke voortplanting
= gespecialiseerde voortplantingscel
bevat bijna geen reservestoffen ↔️ zaden
Bij fungi & sommige planten (vb mossen en varens)
Microscopie sporendoosje!
Zaadvorming
Zaad geslachtelijke voortplanting (eicel + zaadcel)
= kiem + reservevoedsel
beperkt aantal ↔️ zeer veel sporen
4. De zaadplanten kunnen indelen.
5. Informatie kunnen geven over de cycaspalmen.
= cycadophyta
= naaktzadige
Kleine palmachtige boompjes = varenpalmen (≠ palmvaren varens)
Stam bron v zetmeel (sago)
N2-fixatie door cyanobacteriën
Tweehuizig
Voortplanting:
Zaadbeginsels aan benedenranden v vruchtbladeren
Vruchtbladeren ≈ gewone bladeren
gegroepeerd in kegelachtige structuren
2
A. Enkele vragen aangaande de leerstof
1. Weten wat vaatplanten zijn.
Aanwezigheid v vaatbundels
Bouw:
o Houtvaten: transport v water & mineralen
o Zeefvaten: transport v organisch sap
2. Het transport in xyleem en floëem kunnen beschrijven.
Xyleem: transport v water & mineralen van wortels naar
bladeren ⬆️
Floëem: transport v organisch sap door fotosynthese
aangemaakt
via floëem naar alle andere
delen vd plant ↕️
Houtvate
n:Water &
mineralen
Zeefvate
n:
Organisch
sap
(suiker)
1
, 3. Weten wat sporenvorming/zaadvorming is.
Sporenvorming
Spore ongeslachtelijke voortplanting
= gespecialiseerde voortplantingscel
bevat bijna geen reservestoffen ↔️ zaden
Bij fungi & sommige planten (vb mossen en varens)
Microscopie sporendoosje!
Zaadvorming
Zaad geslachtelijke voortplanting (eicel + zaadcel)
= kiem + reservevoedsel
beperkt aantal ↔️ zeer veel sporen
4. De zaadplanten kunnen indelen.
5. Informatie kunnen geven over de cycaspalmen.
= cycadophyta
= naaktzadige
Kleine palmachtige boompjes = varenpalmen (≠ palmvaren varens)
Stam bron v zetmeel (sago)
N2-fixatie door cyanobacteriën
Tweehuizig
Voortplanting:
Zaadbeginsels aan benedenranden v vruchtbladeren
Vruchtbladeren ≈ gewone bladeren
gegroepeerd in kegelachtige structuren
2