Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

samenvatting - mens en gezondheid 1

Note
-
Vendu
2
Pages
78
Publié le
15-06-2023
Écrit en
2022/2023

De samenvatting van 'mens en gezondheid' is gemaakt adhv de werkcollege's en persoonlijke notities.














Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
15 juin 2023
Nombre de pages
78
Écrit en
2022/2023
Type
Resume

Aperçu du contenu

Inhoud
~introductie~ .......................................................................................................................................... 6
~wat is gezondheid: psycho-educatie~ ................................................................................................... 9
2.1 wat is gezondheid .................................................................................................................... 9
2.2 psycho-educatie ...................................................................................................................... 9
2.3 systematisch plan van aanpak om een psycho-educatief programma uit te werken .......... 11
2.4 algemene principes/ kwaliteitskenmerken ........................................................................... 12
2.4.1 evidence-based.............................................................................................................. 12
2.4.2 setting- en doelgroepafhankelijkheid............................................................................ 13
2.4.3 cultuur- en diversiteitssensitief ..................................................................................... 13
~psycho-sociale problemen: burn-out en slaapproblemen ~ ............................................................... 15
3.1 burn-out ................................................................................................................................ 15
3.1.1 wat verstaan we onder burn-out?................................................................................. 15
3.1.2 wat zijn de belangrijkste symptomen? .......................................................................... 16
3.1.3 hoe vaak komt burn-out voor?...................................................................................... 16
3.1.4 welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van burn-out? .................... 16
3.1.5 hoe kunnen we preventief omgaan met burn-out? ...................................................... 17
3.1.6 hoe kunnen we mensen begeleiden die met burn-out te maken krijgen? ................... 17
3.2 Slaapproblemen en slaaphygiëne ......................................................................................... 18
3.2.1 Achtergrond................................................................................................................... 18
3.2.2 Wat verstaan we onder slaapproblemen? .................................................................... 19
3.2.3 Wat zijn de belangrijkste symptomen ........................................................................... 20
3.2.4 Hoe vaak komen slaapproblemen voor? ....................................................................... 20
3.2.5 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van slaapproblemen? ....... 20
3.2.6 Hoe kunnen we preventief omgaan met slaapproblemen?.......................................... 21
3.2.7 Hoe kunnen we mensen begeleiden die met slaapproblemen te maken krijgen? ....... 21
~psycho-sociale problemen: problemen met identiteit~...................................................................... 22
4.1 Wat is identiteit ..................................................................................................................... 22
4.2 Wat verstaan we onder identiteitsproblemen? .................................................................... 23
4.3 Identiteitsproblemen, niet te verwarren met… .................................................................... 24
4.4 Verwarring, problemen of een stoornis? .............................................................................. 24
4.5 Subtypes identiteitsproblemen ............................................................................................. 24
4.6 Preventie en begeleiding van identiteitsproblemen ............................................................. 25
4.7 Problemen met zelfbeeld (=subtype identiteitsproblemen)................................................. 25
4.7.1 Wat is een negatief zelfbeeld? ...................................................................................... 25

1

, 4.7.2 Hoe ontstaat een negatief zelfbeeld? ........................................................................... 25
4.7.3 Oorzaken van een negatief zelfbeeld? .......................................................................... 26
4.7.4 Gevolgen van een negatief zelfbeeld? .......................................................................... 26
4.7.5 Begeleiden en ondersteunen van een negatief zelfbeeld ............................................. 26
4.8 Problemen met genderidentiteit (=subtype identiteitsproblemen) ..................................... 26
4.8.1 De genderkoek .............................................................................................................. 27
4.8.2 Hoe vaak komt het voor? .............................................................................................. 27
4.8.3 Ontstaan en ontwikkeling?............................................................................................ 27
4.8.4 Verloop .......................................................................................................................... 28
~psycho-sociale problemen: problemen met matige verslavinng~ ...................................................... 29
5.1 Wat verstaan we onder verslaving? ...................................................................................... 29
5.2 Hoe vaak komt verslaving voor? ........................................................................................... 30
5.3 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van verslaving? ......................... 30
5.4 Hoe kunnen we preventief omgaan met verslaving? ........................................................... 30
5.5 Hoe kunnen we mensen begeleiden die met deze problemen te maken krijgen? .............. 31
~psycho-sociale problemen: rouw~ ...................................................................................................... 32
6.1 Wat verstaan we onder rouw? .............................................................................................. 32
6.1.1 Kenmerken van onze rouwcultuur ................................................................................ 32
6.2 Hoe vaak komen ze voor? ..................................................................................................... 34
6.3 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van rouw? ................................. 35
6.4 Hoe kunnen we mensen begeleiden die met rouw te maken krijgen .................................. 35
6.5 zelfdoding .............................................................................................................................. 35
~psycho-sociale problemen: zingeving~ ............................................................................................... 36
7.1 Wat verstaan we onder zingevingsproblemen? .................................................................... 36
7.2 Wat zijn kenmerken van een ‘gezonde’ manier van omgaan met zingeving? ...................... 37
7.3 hoe beïnvloed je het ontwikkelen van zingeving? ................................................................ 37
7.4 Wat zijn de belangrijkste symptomen? ................................................................................. 37
7.5 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop? ................................................. 38
7.6 Hoe kunnen we preventief omgaan met deze problemen? ................................................. 38
7.7 Hoe kunnen we mensen begeleiden met zingevingsproblemen? ........................................ 38
~psycho-sociale problemen: relationele- en hechtingsproblemen~ .................................................... 39
8.1 Wat verstaan we onder relaties ............................................................................................ 39
8.2 Wat verstaan we onder relatieproblemen? .......................................................................... 39
8.3 Hoe vaak komen ze voor? ..................................................................................................... 39
8.4 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van relatieproblemen? ............. 40
8.5 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van relatieproblemen? ............. 42

2

, 8.6 Hoe kunnen we preventief omgaan met relatieproblemen? ............................................... 42
8.7 Hoe kunnen we mensen begeleiden die met relatieproblemen te maken krijgen?............. 43
~gezondheidsproblemen~ ..................................................................................................................... 44
9.1 Roken ..................................................................................................................................... 44
9.1.1 Wat verstaan we onder verslaafd aan roken? .............................................................. 44
9.1.2 Passief roken ................................................................................................................. 44
9.1.3 Wat zijn de negatieve gevolgen van roken?.................................................................. 45
9.1.4 Hoe vaak komt roken en overlijden door tabak voor? .................................................. 45
9.1.5 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van roken? ........................ 45
9.1.6 Hoe kunnen we preventief omgaan met roken? .......................................................... 46
9.1.7 Wetgeving over tabak in België ..................................................................................... 46
9.1.8 Hoe kunnen we mensen begeleiden die roken? ........................................................... 46
9.2 Obesitas ................................................................................................................................. 47
9.2.1 Wat verstaan we onder obesitas? ................................................................................. 47
9.2.2 Wat zijn de belangrijkste gevolgen van obesitas?......................................................... 47
9.2.3 Hoe vaak komt obesitas voor? ...................................................................................... 47
9.2.4 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van obesitas? .................... 47
9.2.5 Hoe kunnen we preventief omgaan met obesitas? ...................................................... 48
9.2.6 Hoe kunnen we mensen begeleiden die met obesitas te maken krijgen? ................... 48
9.3 Te weinig beweging ............................................................................................................... 48
9.3.1 Wat verstaan we onder sedentaire gedrag? ................................................................. 48
9.3.2 Wat zijn de belangrijkste gezondheidsrisico’s? ............................................................. 49
9.3.3 Cijfers ............................................................................................................................. 49
9.3.4 Welke factoren beïnvloeden dat sedentair gedrag hoger ligt?..................................... 50
9.3.5 Hoe kunnen we preventief omgaan met sedentair gedrag? ........................................ 51
9.3.6 Waarom bewegen? ....................................................................................................... 51
~chronische ziekten: algemeen~ ........................................................................................................... 52
10.1 Wat verstaan we onder chronische ziekten .......................................................................... 52
10.2 Kwaliteit van leven ................................................................................................................ 52
10.2.1 Wat verstaan we eronder? ............................................................................................ 52
10.2.2 Welke factoren beïnvloeden QoL? ................................................................................ 52
10.3 Gevolgen van ziek zijn voor de omgeving ............................................................................. 53
10.3.1 Het gezin en de context ................................................................................................. 53
10.4 Hoe kunnen we mensen begeleiden die met chronische ziekten te maken krijgen? ........... 53
10.4.1 Leren omgaan met de ziekte en aanvaarden van de ziekte .......................................... 53
10.4.2 Sociale context betrekken en ondersteunen ................................................................ 53

3

,~chronische ziekten: chronische pijn~ .................................................................................................. 54
11.1 De pijnbeleving ...................................................................................................................... 54
11.1.1 Wat verstaan we onder pijn? Welke typen bestaan er? ............................................... 54
11.1.2 Hoe vaak komt chronische pijn voor? ........................................................................... 54
11.1.3 Wat zijn de gevolgen van leven met chronische pijn? .................................................. 55
11.2 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van de pijn? .............................. 55
11.2.1 Biologische modellen over pijn ..................................................................................... 55
11.2.2 Een psycho-biologische theorie over pijn ..................................................................... 55
11.2.3 Toekomstige inzichten in pijn- de neuromatrix ............................................................ 56
11.2.4 Psychologische en sociale factoren ............................................................................... 56
11.3 Hoe kunnen we mensen begeleiden die met pijn te maken krijgen? Hoe kunnen we ze leren
omgaan met pijn?.............................................................................................................................. 57
11.3.1 Met acute pijn ............................................................................................................... 57
11.3.2 Met chronische pijn ....................................................................................................... 57
~chronische ziekten: fibromyalgie~ ...................................................................................................... 59
12.1 Wat verstaan we onder fybromyalgie? ................................................................................. 59
12.2 Hoe vaak komt fybromyalgie voor? ...................................................................................... 59
12.3 Wat zijn de voornaamste symptomen .................................................................................. 59
12.3.1 Wat is fybromyalgie niet?.............................................................................................. 60
12.4 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van fybromyalgie? .................... 60
12.5 Hoe kunnen we mensen begeleiden die met fybromyalgie te maken krijgen? .................... 60
~chronische ziekten: chronische vermoeidheidssyndroom (cvs)~ ....................................................... 61
13.1 Wat verstaan we onder CVS? ................................................................................................ 61
13.2 Hoe vaak komt CVS voor? ..................................................................................................... 61
13.3 Wat zijn de voornaamste symptomen? ................................................................................ 61
13.4 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van CVS? ................................... 61
13.5 Hoe kunnen we mensen begeleiden die met CVS te maken krijgen? ................................... 62
~chronische ziekten: MS, Parkinson en dementie~ .............................................................................. 63
14.1 Dementie ............................................................................................................................... 63
14.1.1 Wat verstaan we onder dementie? ............................................................................... 63
14.1.2 Wat zijn de belangrijkste symptomen? ......................................................................... 64
14.1.3 Hoe vaak komt dementie voor? .................................................................................... 66
14.1.4 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van dementie? .................. 66
14.1.5 Hoe kunnen we preventief omgaan met dementie? .................................................... 66
14.1.6 Hoe kunnen we mensen begeleiden die met dementie te maken krijgen? ................. 66
14.2 MS-Multiple Sclerose ............................................................................................................ 67

4

, 14.2.1 Wat verstaan we onder MS? ......................................................................................... 67
14.2.2 Wat zijn de belangrijkste symptomen van MS? ............................................................ 67
14.2.3 Hoe vaak komt MS voor? .............................................................................................. 68
14.2.4 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van MS? ............................ 68
14.2.5 Hoe kunnen we preventief omgaan met MS?............................................................... 68
14.2.6 Hoe kunnen we mensen begeleiden die met MS te maken krijgen?µ ......................... 69
14.3 Parkinson ............................................................................................................................... 69
14.3.1 Wat verstaan we onder Parkinson? .............................................................................. 69
14.3.2 Wat zijn de belangrijkste symptomen van Parkinson? ................................................. 70
14.3.3 Hoe vaak komt Parkinson voor? .................................................................................... 70
14.3.4 Hoe kunnen we preventief omgaan met Parkinson? .................................................... 70
14.3.5 Hoe kunnen we mensen begeleiden die met Parkinsons te maken krijgen? ............... 70
~specifieke wetgeving~ ......................................................................................................................... 71
15.1 GDPR ...................................................................................................................................... 71
15.2 Beslissingen levenseinde ....................................................................................................... 71
15.2.1 Palliatieve sedatie.......................................................................................................... 71
15.2.2 Euthanasie ..................................................................................................................... 72
15.3 Drie mogelijke procedures .................................................................................................... 72
15.4 Dan nog dit ............................................................................................................................ 73
15.5 Maatschappelijk debat .......................................................................................................... 73
~chronische ziekten: kanker, diabetes~ ................................................................................................ 74
16.1 Kanker.................................................................................................................................... 74
16.1.1 Wat verstaan we onder kanker? ................................................................................... 74
16.1.2 Wat zijn de belangrijkste gevolgen van een kankerbehandeling? ................................ 75
16.1.3 Hoe vaak komt kanker voor? ......................................................................................... 75
16.1.4 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van kanker?....................... 76
16.1.5 Hoe kunnen we preventief omgaan met kanker? ......................................................... 76
16.1.6 Hoe kunnen we mensen begeleiden die met kanker te maken krijgen? ...................... 76
16.2 diabetes ................................................................................................................................. 76
16.2.1 wat verstaan we onder diabetes? ................................................................................. 76
16.2.2 Wat zijn de belangrijkste gevolgen van diabetes? ........................................................ 77
16.2.3 Hoe vaak komt diabetes voor? ...................................................................................... 77
16.2.4 Welke factoren beïnvloeden het ontstaan en het verloop van diabetes? .................... 77
16.2.5 Hoe kunnen we preventief omgaan met diabetes? ...................................................... 78
16.2.6 Hoe kunnen we mensen begeleiden die met diabetes te maken krijgen? ................... 78



5

, ~introductie~

belangrijke concepten

1. bio-psycho-sociaal model


verdriet,
=> samenhang tussen biologische, sociale en psychologische factoren

hevig
begint
iemand
bv.
sporten
ch:
en
dopamine
aan
zuurstof
veel
biologis
heeft
nood
ik,tewie
stress,
ogisch:
ben
psychol
Bv.: iemand begint hevig te sporten
-> biologisch: nood aan dopamine, heeft
veel zuurstof, …
-> psychologisch: stress, wie ben ik,
verdriet, …
-> sociale factoren: vrienden die veel
sporten




alternatieven visualisatie bio-psycho-sociaal model:




2. ICF
Medisch model dat ook gebruikt wordt in het klinische werkveld. Er zijn 3 zaken waarnaar je
moet kijken als iemand met iets ziet




6
€5,99
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
liendepoorter

Document également disponible en groupe

Thumbnail
Package deal
bundel mens 1 samenvattingen
-
1 3 2024
€ 17,97 Plus d'infos

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
liendepoorter Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
5
Membre depuis
3 année
Nombre de followers
2
Documents
11
Dernière vente
4 mois de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions