Definitie FENOTYPES BELOOP EN PROGNOSE
- ADHD = persistent (ontwikkelingpsychologisch
ADHD is een (ontwikkelings)stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig
patroon van significante problemen op het vlak van onoplettendheid en/of perspectief)
hyperactiviteit-impulsiviteit - 50-80% van de kinderen blijven de kenmerken
significant aanwezig tot in de adolescentie
- 50% blijven de symptomen tot in de volwassenheid
- Ontwikkelingspsychologisch perspectief: andere
symptomen naargelang de leeftijd
- Factoren die prognose beïnvloeden zie cursus
PREVALENTIE EN COMORBIDITEIT
- Geen betrouwbaar en eenduidig cijfer
- 5% schoolgaande kinderen tot 16J = meest voorkomende
- Meer jongens dan meisjes = typische ontw.stoornis
- meest: gecombineerde type of onoplettende type
- Grote co-morbiditeit, 50-80% minstens 1 bijkomende stoornis,
3 kerngedragingen: onoplettenheid, hyperactiviteit of impulsiviteit grootste co-morbiditeit ODD en CD 60%
ADHD = Attention Deficit Hyperactivity Disorder
PRIMAIRE GEDRAGSKENMERKEN
Aandachtdeficiëntie-hyperactiviteitsstoornis
1) Aandachtsdeficiëntie/onoplettendheid (Attention Deficit)
2) Hyperactiviteit-impulsiviteit (Hyperactivity Disorder) SECUNDAIRE GEDRAGSKENMERKEN
- Leerachterstand
- Opstandige houding ontwikkelen t.a.v. mentaal inspannende taken ETIOLOGIE - HET BEM-MODEL
- Groter risico op afwijzing, uitsluiting en pesterijen
Biologie: genen
- Negatieve interacties en stress in het gezin als reactie op de problemen
Multifactoriële etiologie = ADHD ontstaat door een complex
- Laag zelfbeeld, lage zelfwaardering en weinig zelfvertrouwen samenspel van oorzakelijke factoren in het kind zelf en in de
- Angsten, psychosomatische klachten, depressieve gevoelens omgeving die prenataal, perinataal hun invloed laten gelden
- Lage frustratietolerantie en prikkelbare stemming - Genen (erfelijkheid)
- Aanzienlijk risico voor de toekomst (op vlak van school/werk/sociale ADHD wordt 60-80% verklaard door genetische
aansluiting vinden, agressief-delinquent gedrag, middelenmisbruik, suïcide,… ) factoren
‘Het zit in de familie’
Begrip uit de omgeving kan heel veel secundaire gevolgen verminderen en
bijgevolg de negatieve spiraal doorbreken educatie en psycho-educatie spelen Biologie: hersenen neurobiologisch = geen grote
een cruciale rol in begeleiding en aanpak van kinderen met ADHD beschadigingen
- Neuroanatomisch: minder hersenvolume/ kleine hersenen
NEUROPSYCHOLOGISCHE KENMERKEN - Neurofysiologisch: minder hersenactiviteit zichtbaar,
verstoorde hersenactiviteit
Meest evidentie voor:
- Neurochemisch: prikkel bereikt volgende zenuw niet, ze
- Executieve functies
reageren op alle prikkels, gegevens nauwelijks opgeslagen
Problemen met reponsinhibitie, werkgeheugen, planning en timing
- Aandacht Omgeving
Gerichte aandacht, volhouden aandacht, verdelen aandacht Tijdens de zwangerschap
- Toestandsregulatie - Blootstelling aan nicotine, alcohol, lood en andere
Moeite met aanpassen aan veranderende eisen van de omgeving gifstoffen
- Delay-aversion - Emotionele stress bij de moeder
Afkeer voor uitstel Tijdens de geboorte
- Zuurstoftekort
Andere beloningsgevoeligheid (onmiddellijke kleine beloningen) - Hersenbloeding/hoofdtrauma
contextfactoren met positieve invloed op symptomen
- Prematuriteit / laag geboortegewicht
- ADHD = persistent (ontwikkelingpsychologisch
ADHD is een (ontwikkelings)stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig
patroon van significante problemen op het vlak van onoplettendheid en/of perspectief)
hyperactiviteit-impulsiviteit - 50-80% van de kinderen blijven de kenmerken
significant aanwezig tot in de adolescentie
- 50% blijven de symptomen tot in de volwassenheid
- Ontwikkelingspsychologisch perspectief: andere
symptomen naargelang de leeftijd
- Factoren die prognose beïnvloeden zie cursus
PREVALENTIE EN COMORBIDITEIT
- Geen betrouwbaar en eenduidig cijfer
- 5% schoolgaande kinderen tot 16J = meest voorkomende
- Meer jongens dan meisjes = typische ontw.stoornis
- meest: gecombineerde type of onoplettende type
- Grote co-morbiditeit, 50-80% minstens 1 bijkomende stoornis,
3 kerngedragingen: onoplettenheid, hyperactiviteit of impulsiviteit grootste co-morbiditeit ODD en CD 60%
ADHD = Attention Deficit Hyperactivity Disorder
PRIMAIRE GEDRAGSKENMERKEN
Aandachtdeficiëntie-hyperactiviteitsstoornis
1) Aandachtsdeficiëntie/onoplettendheid (Attention Deficit)
2) Hyperactiviteit-impulsiviteit (Hyperactivity Disorder) SECUNDAIRE GEDRAGSKENMERKEN
- Leerachterstand
- Opstandige houding ontwikkelen t.a.v. mentaal inspannende taken ETIOLOGIE - HET BEM-MODEL
- Groter risico op afwijzing, uitsluiting en pesterijen
Biologie: genen
- Negatieve interacties en stress in het gezin als reactie op de problemen
Multifactoriële etiologie = ADHD ontstaat door een complex
- Laag zelfbeeld, lage zelfwaardering en weinig zelfvertrouwen samenspel van oorzakelijke factoren in het kind zelf en in de
- Angsten, psychosomatische klachten, depressieve gevoelens omgeving die prenataal, perinataal hun invloed laten gelden
- Lage frustratietolerantie en prikkelbare stemming - Genen (erfelijkheid)
- Aanzienlijk risico voor de toekomst (op vlak van school/werk/sociale ADHD wordt 60-80% verklaard door genetische
aansluiting vinden, agressief-delinquent gedrag, middelenmisbruik, suïcide,… ) factoren
‘Het zit in de familie’
Begrip uit de omgeving kan heel veel secundaire gevolgen verminderen en
bijgevolg de negatieve spiraal doorbreken educatie en psycho-educatie spelen Biologie: hersenen neurobiologisch = geen grote
een cruciale rol in begeleiding en aanpak van kinderen met ADHD beschadigingen
- Neuroanatomisch: minder hersenvolume/ kleine hersenen
NEUROPSYCHOLOGISCHE KENMERKEN - Neurofysiologisch: minder hersenactiviteit zichtbaar,
verstoorde hersenactiviteit
Meest evidentie voor:
- Neurochemisch: prikkel bereikt volgende zenuw niet, ze
- Executieve functies
reageren op alle prikkels, gegevens nauwelijks opgeslagen
Problemen met reponsinhibitie, werkgeheugen, planning en timing
- Aandacht Omgeving
Gerichte aandacht, volhouden aandacht, verdelen aandacht Tijdens de zwangerschap
- Toestandsregulatie - Blootstelling aan nicotine, alcohol, lood en andere
Moeite met aanpassen aan veranderende eisen van de omgeving gifstoffen
- Delay-aversion - Emotionele stress bij de moeder
Afkeer voor uitstel Tijdens de geboorte
- Zuurstoftekort
Andere beloningsgevoeligheid (onmiddellijke kleine beloningen) - Hersenbloeding/hoofdtrauma
contextfactoren met positieve invloed op symptomen
- Prematuriteit / laag geboortegewicht