Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Alle uitgewerkte vragen Fysiopathologie

Vendu
21
Pages
71
Publié le
11-06-2023
Écrit en
2022/2023

Behaald resultaat: 17/20. Dit document bevat alle uitgewerkte examenvragen van het vak Fysiopathologie van het schakeljaar Master of Sciense in de gezondheidsbevordering. Alle vragen zijn gestructureerd opgebouwd, vlot leesbaar, met veel figuren en tabellen om het overzicht goed te bewaren. Succes!

Montrer plus Lire moins

Aperçu du contenu

Samenvatting & examenvragen
fysiopathologie




1
DELFIEN DHONDT

,CHAPTER 3: INLEIDING
1. Inleiding
- In de cel = intracellulaire compartiment = cytoplasma
Buiten de cel = extracellulaire compartiment
- Cel omgeven door celmembraan/plasmamembraan
- Cel omvat verschillende organellen

 Nucleus = celkern (bevat DNA)
DNA  RNA = transcriptie geknipt tot mRNA dan uit
nucleus via poriën naar cytoplasma om daar afgeschreven te
worden naar proteinen

 Ribosomen: m RNA omzetten tot proteinen = translatie

 Centriolen: belangrijk bij celdeling
 Mitochondrien: belangrijk voor de energieproductie: ATP
 ER: Calcium opslagplaats
Ca2+= belangrijke signaalmolecule om een respons op te wekken.
 Rough ER (bevat ribosomen): aanmaak transmembraanproteinen
 Smooth ER (geen ribosomen): aanmaak lipiden die plasmamembraan gaan opbouwen

 Golgi apparaat: eiwitten veranderen (dingen aan toevoegen vb suikergroepen) =
posttranslationele modificaties + controle compartiment: zorgen dat de eiwitten
functioneel zijn. Indien niet-functioneel: proteinen afbreken in:
 Endosomen: nemen extracellulair materiaal op (bv vanuit de golgi) (bv ‘slechte’ cholesterol)
 Lysosomen: breken endosomaal materiaal af
 Peroxisomen: afbreken van lipiden en toxische stoffen
De organellen kunnen wel bewegen maar toch is er een duidelijke structuur door proteineketens=
cytoskelet: (3 belangrijkste proteineketens)
 cytoskelet nodig om polarisatie te weeg te brengen
- Actine
- Microtubuli
- Intermediare filamenten
Proteine = keten van aminozuren (bestaan 20 verschillende aminozuren)
Elke proteine kan dus verschillen in opbouw aminozuren en opvouwing: niet polaire aminozuren
vouwen naar binnen (want houden niet van water), polaire houden wel van water (naar buiten
vouwen).
Proteinen worden getransporteerd naar de organellen zodat ze kunnen functioneren.




2
DELFIEN DHONDT

,CHAPTER 3: CELSTRUCTUUR: PLASMAMEMBRAAN
1. Bespreek de asymmetrie in lipiden compositie van het celmembraan inclusief de
werking/rol van cholesterol en onder welke vorm circuleert cholesterol in ons
lichaam

Plasmamembraan = dubbellaag fosfolipieden met
hydrofobe kern
Fosfolipieden= amphipatische moleculen =
hydrofiel/polair hoofdje & hydrofobe/niet polaire
staart  hierdoor in staat om waterige milieus te
scheiden (bv extra- en intracellulaire
compartiment)
buitenzijde plasmamembraan: hydrofiel
binnenzijde: hydrofoob & lipofiel
Er bestaan verschillende fosfolipieden; ze verschillen in het hoofdje (lading) en staart (lengte & vorm:
recht of gebogen)
HOOFDJE:
Phosphatidylserine = negatief geladen (want 2 minnetjes en 1 plusje) dwz dat we deze fosfolipiede
meer aan de binnenzijde dan aan de buitenzijde van het membraan zullen terugvinden.
Dus als men zegt: ‘Phosphatidylserine is aangereikt aan de binnenzijde’ dwz dat de
binnenzijde van de cel negatief geladen is.
STAART:
Rechte staart: verzadigd vetzuur
Gebogen staart: onverzadigd vetzuur (te herkennen aan de dubbele binding)
Vorm --> beïnvloed de vloeibaarheid van plasmamembraan
! Plasmamembraan moet vloeibaar blijven; betekent dat die fosfolipiden nog kunnen
bewegen: rotatie, laterale diffusie hoofdjes & flexie van de vetzuurstaarten zijn
mogelijk.


Flip flop bewegingen= als een fosfolipide spontaan van de binnenzijde
naar de buitenzijde gaat of omgekeerd (gebeurt bijna niet want hydrofyl
hoofdje kan energetisch gezien niet/heel moeilijk door die hydrofobe
kern passeren)
 dus ook ionen kunnen heel moeilijk passeren door die hydrofobe kern,
vetoplosbare moleculen kunnen dit wel.
Flipase kan wel = fosfolipide mbv eiwitten van buitenste laag naar binnenste brengen
Flopase kan wel = fosfolipide mbv van binnenste laag naar buitenste brengen
 We hebben proteinen nodig om fosfolipiden van de ene laag naar de andere te kunnen brengen!




3
DELFIEN DHONDT

,Fosfoliepide compositie bepaalt vloeibaarheid & smelttemperatuur:
- Vetzuurstaarten lang & verzadigd (gestrekt)  veel/meer interactie met elkaar  dichte
packing vast  hogere transitietemp.
Vb. Dierlijke vetten zoals boter of frituurvet (=oorspronkelijk vast: gaan opwarmen om
vloeibaar te maken)
- Vetzuurstaarten kort & onverzadigd (gebogen) minder interactieoppervlak zwakke
packing  vloeibaarder  lagere transitietemp
(want we moeten niet te hard opwarmen om de vetten vloeibaar te maken)
Vb: plantaardige olien hebben meer onverzadigde vetzuurstaarten dus lagere transitietem
(vandaar dat de olien bij kamertemp vloeibaar zijn)
 Gevolg (nadeel) van zwakke packing is dat the membraan scheuren/gaten vertoont en dus meer
permeabel is
Transitietemperatuur = de temp. waar we van de de vaste ‘gel’ fase naar de vloeibare ‘sol’ fase gaan.


CHOLESTEROL
- Bestaat uit hydrofoob staartje, rigide steroïde ringstructuur & klein
hoofdje
- talrijk aanwezig tussen de fosfolipiden in ons plasmamembraan
- invloed op vloeibaarheid plasmamembraan:


 De vetzuurstaart van cholesterol is veel korter dan die van de fosfolipiden waardoor we meer
ruimte creëren tussen de 2 fosfolipidestaarten waar hij tussen staat:
Grotere afstand = minder interactie = vloeibaarder membraan
 Het hoofdje van cholesterol kan door de niet flexibele ringstructuur minder gaan
bewegen/roteren waardoor de buitenste en de binnenste zijde stijver, minder vloeibaar worden


Dubbele functie cholesterol:
1) plasmamembraan-kern vloeibaar houden (belangrijk voor functiemembraanproteinen)
2) binnenste en buitenste zijde stijver maken (want te vloeibaar zou zorgen dat er iets kan
doorlekken)
Teveel cholesterol: niet goed: te vloeibaar: doorlekken
Te weinig: ook niet goed
- Cholesterol kan makkelijker en zonder hulp de flip-flop bewegingen maken dankzij kleiner
polair hoofdje  Hierdoor grofweg zelfde concentratie cholesterol in buitenste en binnenste
lipiede laag van plasmamembraan.
Onder welke vorm komt Cholesterol voor in ons lichaam:
Cholesterol: is vetoplosbaar/ moeilijk wateroplosbaar (lipofiel) en kan dus niet vrij circuleren in het
bloed: dus komt voor in complexen (soort vetbolletjes): VLDL, LDL, HDL



4
DELFIEN DHONDT

,LDL= Low density lipoproteins
 LDL brengt cholesterol van de lever naar de cellen via LDL receptor op de cel (endocytose)
 = ‘slechte’ chol want ze leveren chol toe naar de cellen

HDL= High density lipoproteins
 HDL brengt cholesterol terug weg van de cellen naar de lever = ‘goede’ chol


AANMAAK FOSLFOLIEPIDEN:
- Cholesterol voornamelijk aangemaakt in lever en opgenomen in cel via LDL receptor
- Andere fosfolipiden worden aangemaakt IN de cel zelf: in smooth ER + golgi
- Plaats van aanmaak in ER is van belang!
 Aanmaak van fosfolipide aan binnenzijde ER:
fosfolipide zal terechtkomen op de buitenzijde
van het plasmamembraan
 Aanmaak van f aan buitenzijde ER: f zal
terechtkomen op de binnenzijde van het
membraan


ASYMMETRIE in lipide compositie tussen extracellulair en intracellulair zijde (leaflet) van membraan
Deze fosfolipiden : aangemaakt aan cytoplasmatische zijde (buitenzijde) van ER dus komen ze op de
binnenzijde van membraan terecht BEHALVE:
 PhosphatidylCholine: komt terecht op de buitenzijde van membraan! Hoe kan dit? FLIPASE
 PhosphatidylSerine is een belangrijke: want door o.a. de negatieve ladingen van Pserine
weten we wat de binnen en buitenzijde is van het membraan.
Pserine gemaakt aan buitenzijde ER en gebracht naar binnenzijde membraan. Pserine is
negatief geladen: dus binnenzijde van membraan = negatief
Asymmetrie beïnvloedt buiging en vloeibaarheid van membraan:
 Buiging: ontstaat doordat de hoofdjes van fosfolipiden verschillen:
- choline en myeline: grotere hoofdjes
- serine en ethanolamine: kleinere hoofdjes

 Vloeibaarheid: extracellulaire zijde is stijver dan intracellulaire (negatief geladen)


ASYMMETRIE in fosfolipiden betrokken bij “second messenger” signaal cascades zoals PiP3 aan
intracellulaire zijde:
PIP3 = fosfolipiden die heel belangrijk zijn voor het opwekken van signaal cascades
Signaal cascade dwz cel moet reageren op iets van de buitenzijde: dus die PIP3’s moeten we altijd
terugvinden aan de binenzijde (cytosol leaflet)
Apoptose: wanneer er te weinig ATP (energie) is voor de cel waardoor de asymmetrie in het
membraan van de cel verloren gaat.  phosphatidyl-serine gaat naar de buitenzijde en
phagocyterende cellen herkennen dat daardoor en gaan de cel opeten.

5
DELFIEN DHONDT

, CHAPTER 3: CELSTRUCTUUR: CELSIGNALISATIE
2. Geef de algemene mechanismen van cel-cel communicatie en de 4 typen van
receptoren met korte toelichting van ieder type.
3. Geef de algemene structuur van een G-protein gekoppelde receptor en bespreek de
3 belangrijkste ga-protein effector modulatie mechanismen van G-protein
gekoppelde receptors.

CEL COMMUNICATIE
1. Directe cel-cel communicatie
- Gap junctions (kanalen/poriën tussen 2 cellen waardoor die
elektrich/chemisch gekoppeld zijn)  elektrisch/chemisch
contact
- Cadherins (adhering junction), tight junctions, extracellulaire
matrix
 mechanisch contact


2. Cel-cel communicatie via chemische signalen (“remote
signaling”)
- Endocrien: signaalmoleculen vrijstellen in de bloedbaan
(vb insuline)
- Paracrien: afgave van signaalmoleculen in extracellulaire
ruimte (aan naburige cel) ahv diffusie
(Synaptisch contact is een vb van paracriene signalisatie)

6
DELFIEN DHONDT

Infos sur le Document

Publié le
11 juin 2023
Fichier mis à jour le
26 décembre 2023
Nombre de pages
71
Écrit en
2022/2023
Type
RESUME

Sujets

€17,98
Accéder à l'intégralité du document:
Acheté par 21 étudiants

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Reviews from verified buyers

Affichage de tous les 5 avis
1 année de cela

11 mois de cela

1 année de cela

1 année de cela

Thank you, good luck!

2 année de cela

2 année de cela

Super comprehensive and structured summary!

4,8

5 revues

5
4
4
1
3
0
2
0
1
0
Avis fiables sur Stuvia

Tous les avis sont réalisés par de vrais utilisateurs de Stuvia après des achats vérifiés.

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
delfiendhondt Universiteit Gent
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
24
Membre depuis
3 année
Nombre de followers
11
Documents
2
Dernière vente
6 mois de cela

4,8

5 revues

5
4
4
1
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions