Crime & the City 1: begrippenlijst
Hoofdstuk 1
Urban thesis = urban is het tegenovergestelde van rural (platteland). De stad wordt gezien als een
plaats waar criminaliteit plaatsvindt en tegelijk de socio-ruimtelijke condities in
stand houden.
Urban violence = kijken via een dubbele lens. Enerzijds kijken naar de achtergrond van “crime in the
city” en anderzijds het proces dat ervoor zorgt dat iets komt of blijft bestaan.
Urbanisatie zien als een deel en onderdeel van de productie van misdaad en
criminalisering.
Plaats (place) = Geografische ruimte met duidelijke grenzen waarbinnen mensen elkaar kunnen
ontmoeten en bepaalde activiteiten kunnen uitvoeren.
Ruimte (space) = Een ruimer begrip, sommige sociale activiteiten zijn ruimtelijk gedifferentieerd
(verschillend). Ook maken modern vervoer & telecommunicatie het makkelijker om
ruimtelijke scheidingen te overbruggen.
Adaptief gedrag = Beschermend gedrag (dragen v een wapen, zelfverdedigingstechnieken, etc)
= Vermijdingsgedrag (vermijden v bepaalde buurt, nt meer buiten na 22u, etc)
→ Het heeft een invloed op de kwaliteit van leven van een individu en het verhoogt
angst eerder dan dat het vermindert.
Individueel construct (psychologische = Een persoonlijke uiting, emotie of attitude (beïnvloedt oor sociale en politieke
uitleg) invloeden)
Experimentele angst = Angst voor herhaaldelijk slachtofferschap. Geconfronteerd worden met bepaalde
geluiden/situaties/personen/beelden kan ervoor zorgen dat je een situatie gaat
herbeleven. Dit kan zich uiten met fysieke verschijnselen zoals zweten of een snelle
hartslag.
Propositionele angst = Angst hebben voor / angst hebben om. Bang zijn voor iets dat in de toekomst kan
gebeuren. Angst hebben door verhalen/ervaringen van andere personen die we
kennen en waar we ons mee identificeren. Het zijn vaak verhalen van slachtoffers en
media die hier een grote rol in spelen (bijv: Julie Van Espen)
Reactieve angst = Angst hebben voor spinnen/insecten etc.
Disproportionele angst voor misdaad = Een relatief stabiele eigenschap van en varieert tussen mensen. Deze kan
situationeel of dispositioneel (eigenschap) zijn.
Expressed fear (uitgedrukte angst) = Mensen die in een bepaalde buurt leven hebben bepaalde angsten (bijv:
Antwerpen - bommen & drugs). Deze verwijzen naar een bredere sociale
bekommernis die een sociale betekenis delen met criminaliteit zoals wanorde en
verandering.
1
Hoofdstuk 1
Urban thesis = urban is het tegenovergestelde van rural (platteland). De stad wordt gezien als een
plaats waar criminaliteit plaatsvindt en tegelijk de socio-ruimtelijke condities in
stand houden.
Urban violence = kijken via een dubbele lens. Enerzijds kijken naar de achtergrond van “crime in the
city” en anderzijds het proces dat ervoor zorgt dat iets komt of blijft bestaan.
Urbanisatie zien als een deel en onderdeel van de productie van misdaad en
criminalisering.
Plaats (place) = Geografische ruimte met duidelijke grenzen waarbinnen mensen elkaar kunnen
ontmoeten en bepaalde activiteiten kunnen uitvoeren.
Ruimte (space) = Een ruimer begrip, sommige sociale activiteiten zijn ruimtelijk gedifferentieerd
(verschillend). Ook maken modern vervoer & telecommunicatie het makkelijker om
ruimtelijke scheidingen te overbruggen.
Adaptief gedrag = Beschermend gedrag (dragen v een wapen, zelfverdedigingstechnieken, etc)
= Vermijdingsgedrag (vermijden v bepaalde buurt, nt meer buiten na 22u, etc)
→ Het heeft een invloed op de kwaliteit van leven van een individu en het verhoogt
angst eerder dan dat het vermindert.
Individueel construct (psychologische = Een persoonlijke uiting, emotie of attitude (beïnvloedt oor sociale en politieke
uitleg) invloeden)
Experimentele angst = Angst voor herhaaldelijk slachtofferschap. Geconfronteerd worden met bepaalde
geluiden/situaties/personen/beelden kan ervoor zorgen dat je een situatie gaat
herbeleven. Dit kan zich uiten met fysieke verschijnselen zoals zweten of een snelle
hartslag.
Propositionele angst = Angst hebben voor / angst hebben om. Bang zijn voor iets dat in de toekomst kan
gebeuren. Angst hebben door verhalen/ervaringen van andere personen die we
kennen en waar we ons mee identificeren. Het zijn vaak verhalen van slachtoffers en
media die hier een grote rol in spelen (bijv: Julie Van Espen)
Reactieve angst = Angst hebben voor spinnen/insecten etc.
Disproportionele angst voor misdaad = Een relatief stabiele eigenschap van en varieert tussen mensen. Deze kan
situationeel of dispositioneel (eigenschap) zijn.
Expressed fear (uitgedrukte angst) = Mensen die in een bepaalde buurt leven hebben bepaalde angsten (bijv:
Antwerpen - bommen & drugs). Deze verwijzen naar een bredere sociale
bekommernis die een sociale betekenis delen met criminaliteit zoals wanorde en
verandering.
1