Anatomie 1b
Michèle Vergote
9. HET LYMFATISCH SYSTEEM EN HET IMMUUNSYSTEEM
9.1 HET LYMFESTELSEL
Bestaat uit:
Lymfe
Lymfevaten
Lymfocyten
Lymfoïde organen en weefsels zoals de milt, het rode beenmerg, de lymfeknopen, de tonsillen en de
thymus
Soms wordt het ook het immuunstelsel genoemd maar klopt niet helemaal want het heeft nog 2 functies
buiten het regelen van de immuniteit:
I. Regelen van de vochtbalans in weefsels
II. Absorptie van vet uit het spijsverteringsstelsel. In tegenstelling tot eiwitten en koolhydraten worden
vetten niet rechtstreeks in de bloedbaan geabsorbeerd. Vetten worden in de darmcellen zelf
ingebouwd in wateroplosbare complexen, chylomicronen, die vervolgens naar een lymfevat gaan. Via
de lymfe bereiken deze dan uiteindelijk de bloedbaan.
9.2 LYMFEVATEN EN LYMFE
9.2.1 LYMFEVORMING
Elke dag stroomt 30l bloed in de capillairen
Slechts 27 liter verlaat de capillairen
3 liter wordt als gevolg van capillaire bloeddruk doorheen wand van bloedvaten ‘geperst’ naar de
weefsels
o Bereikt weefselvocht
o Verzameld door lymfecapillairen en terug naar bloedbaan gebracht
o Lymfe = plasma + stoffen uit weefsels (hormonen, enzymen,…) en lopen steeds naar de
sleutelbeenderen
9.2.2 LYMFECIRCULATIE
Lymfevaatstelsel = lymfevaten + lymfeknopen/lymfeklieren
Lymfeklieren functie: filterstations
Lymfecapillairen beginnen ‘blind’: er is niets aan verbonden, starten als het ware uit het niets
Absorberen weefselvocht
Vervoeren dit naar grotere lymfevaten
Passeert doorheen lymfeknopen lymfeknopen: filteren lymfe en als ze vreemde stoffen vinden dan
gaan ze daar WBC op activeren
Stroomt tot in één van de twee grote verzamelvaten (zitten aangesloten op de vena subclavia)
Ductus lymfaticus dexter: lymfe vanuit rechterhoofd, rechterarm en rechterdeel van thorax
Ductus thoracicus: lymfe vanuit linkerhoofd, linkerarm, linker lichaamshelft, abdomen en
rechterbeen meer lymfe opvangen en verzamelen
, Anatomie 1b
Michèle Vergote
Brengen lymfe terug naar bloedbaan
Bloedcirculatie in venen VS lymfecirculatie in lymfevaten:
Verschil:
Lymfe wordt niet actief rondgepompt door het hart, bloed wel
Gelijkenissen:
Ondersteund door contracties omliggende skeletspieren
Kleppen in de wand (voorkomen terugstroming)
Pathologie: lymfevatenstelsel vormt een beruchte route waarlangs kankercellen kunnen uitzaaien naar andere
delen van het lichaam
9.3 LYMFOÏDE ORGANEN
Lymfoïde organen bestaan uit lymfeweefsel en dit weefsel bevat 3 belangrijke celsoorten:
I. Macrofagen: zijn fagocyterende cellen die deel uitmaken van de aangeboren immuniteit
II. Reticulaire cellen: maken reticulaire vezels aan, waar de lymfocyten zich vervolgens op vastnestelen
lymfocytenvangnet dat vreemde stoffen uit lymfe kan filteren
III. Lymfocyten: afweercellen die zeer specifiek op bepaalde pathogenen reageren en zo een
afweerreactie starten
9.3.1 LYMFEKNOPEN
Kleine ronde of boonvormige organen
Kleine: grootte van speldenkop & grote: grootte van erwt
Ter hoogte van lymfeknopen: lymfe wordt gefilterd en lymfocyten rijpen
In heel lichaam: 450 lymfeknopen
Liggen overal in lymfevaten verspreid maar 3 plaatsen met regionale lymfeknopen (plaatsen waar
lymfeknopen in grote concentraties en redelijk oppervlakkig aanwezig zijn): lies, oksel en halsstreek
Omringd door kapsel van vast bindweefsel stevigheid
Kapsel bevat stevige uitlopers in lymfeklier zelf: trabekels of bindweefseltussenschotten inwendig
skelet van lymfeknoop
Zuiverproces:
Lymfe wordt aangevoerd via verschillende afferente lymfevaten
In lymfeklier wordt de lymfe gecontroleerd door residente macrofagen
o Vreemde partikels? lymfocyten activeren, lymfeklieren gaan op dat moment vaak
opzwellen
Gezuiverde lymfe verlaat de lymfeklier via een efferent lymfevat
Michèle Vergote
9. HET LYMFATISCH SYSTEEM EN HET IMMUUNSYSTEEM
9.1 HET LYMFESTELSEL
Bestaat uit:
Lymfe
Lymfevaten
Lymfocyten
Lymfoïde organen en weefsels zoals de milt, het rode beenmerg, de lymfeknopen, de tonsillen en de
thymus
Soms wordt het ook het immuunstelsel genoemd maar klopt niet helemaal want het heeft nog 2 functies
buiten het regelen van de immuniteit:
I. Regelen van de vochtbalans in weefsels
II. Absorptie van vet uit het spijsverteringsstelsel. In tegenstelling tot eiwitten en koolhydraten worden
vetten niet rechtstreeks in de bloedbaan geabsorbeerd. Vetten worden in de darmcellen zelf
ingebouwd in wateroplosbare complexen, chylomicronen, die vervolgens naar een lymfevat gaan. Via
de lymfe bereiken deze dan uiteindelijk de bloedbaan.
9.2 LYMFEVATEN EN LYMFE
9.2.1 LYMFEVORMING
Elke dag stroomt 30l bloed in de capillairen
Slechts 27 liter verlaat de capillairen
3 liter wordt als gevolg van capillaire bloeddruk doorheen wand van bloedvaten ‘geperst’ naar de
weefsels
o Bereikt weefselvocht
o Verzameld door lymfecapillairen en terug naar bloedbaan gebracht
o Lymfe = plasma + stoffen uit weefsels (hormonen, enzymen,…) en lopen steeds naar de
sleutelbeenderen
9.2.2 LYMFECIRCULATIE
Lymfevaatstelsel = lymfevaten + lymfeknopen/lymfeklieren
Lymfeklieren functie: filterstations
Lymfecapillairen beginnen ‘blind’: er is niets aan verbonden, starten als het ware uit het niets
Absorberen weefselvocht
Vervoeren dit naar grotere lymfevaten
Passeert doorheen lymfeknopen lymfeknopen: filteren lymfe en als ze vreemde stoffen vinden dan
gaan ze daar WBC op activeren
Stroomt tot in één van de twee grote verzamelvaten (zitten aangesloten op de vena subclavia)
Ductus lymfaticus dexter: lymfe vanuit rechterhoofd, rechterarm en rechterdeel van thorax
Ductus thoracicus: lymfe vanuit linkerhoofd, linkerarm, linker lichaamshelft, abdomen en
rechterbeen meer lymfe opvangen en verzamelen
, Anatomie 1b
Michèle Vergote
Brengen lymfe terug naar bloedbaan
Bloedcirculatie in venen VS lymfecirculatie in lymfevaten:
Verschil:
Lymfe wordt niet actief rondgepompt door het hart, bloed wel
Gelijkenissen:
Ondersteund door contracties omliggende skeletspieren
Kleppen in de wand (voorkomen terugstroming)
Pathologie: lymfevatenstelsel vormt een beruchte route waarlangs kankercellen kunnen uitzaaien naar andere
delen van het lichaam
9.3 LYMFOÏDE ORGANEN
Lymfoïde organen bestaan uit lymfeweefsel en dit weefsel bevat 3 belangrijke celsoorten:
I. Macrofagen: zijn fagocyterende cellen die deel uitmaken van de aangeboren immuniteit
II. Reticulaire cellen: maken reticulaire vezels aan, waar de lymfocyten zich vervolgens op vastnestelen
lymfocytenvangnet dat vreemde stoffen uit lymfe kan filteren
III. Lymfocyten: afweercellen die zeer specifiek op bepaalde pathogenen reageren en zo een
afweerreactie starten
9.3.1 LYMFEKNOPEN
Kleine ronde of boonvormige organen
Kleine: grootte van speldenkop & grote: grootte van erwt
Ter hoogte van lymfeknopen: lymfe wordt gefilterd en lymfocyten rijpen
In heel lichaam: 450 lymfeknopen
Liggen overal in lymfevaten verspreid maar 3 plaatsen met regionale lymfeknopen (plaatsen waar
lymfeknopen in grote concentraties en redelijk oppervlakkig aanwezig zijn): lies, oksel en halsstreek
Omringd door kapsel van vast bindweefsel stevigheid
Kapsel bevat stevige uitlopers in lymfeklier zelf: trabekels of bindweefseltussenschotten inwendig
skelet van lymfeknoop
Zuiverproces:
Lymfe wordt aangevoerd via verschillende afferente lymfevaten
In lymfeklier wordt de lymfe gecontroleerd door residente macrofagen
o Vreemde partikels? lymfocyten activeren, lymfeklieren gaan op dat moment vaak
opzwellen
Gezuiverde lymfe verlaat de lymfeklier via een efferent lymfevat