1) Definite ASS:
- Neurobiologische ontwikkelingsstoornis
- Persistente problemen bij sociale communicatie en sociale interacties
- Beperkt repetitief patroon van gedragingen, interesses of activiteiten
- Spectrum
2) Classificatie en terminologie ASS
a) Ondersteuning vereist:
i) Met ondersteuning tekorten in sociale communicatie minder zichtbaar
maken
ii) Kan gebrek aan flexibiliteit in verschillende levenssituaties
opgevangen worden
iii) Wordt onafhankelijk functioneren door gebrekkelijk organisatie en
planning minder belemmerd
b) Substantiële ondersteuning vereist:
i) Zouden ondersteuning onvoldoende kunnen participeren in het
dagelijks leven
ii) Met ondersteuning, nog zal men beperkingen waarnemen
c) Zeer substantiële ondersteuning vereist:
i) Beperkte sociale interacties
ii) Heel weinig begrijpelijke spraak
Ondersteuningsnood wordt ook beïnvloed door:
- mentale niveau
- leeftijd
- taalniveau
- bijkomende stoornissen
- omgevingsfactoren
—————————————————————————————————————————
3) Prevalentie
—————————————————————————————————————————
4) Autisme op vier niveau’s
- gedragsmatig, cognitief-psychologische, neurobiologie en genetisch
- FENOTYPE (GEDRAGSKENMERKEN)
- COGNITIE (DENKEN)
- NEUROBIOLOGIE (HERSENEN)
- GENOTYPE (GENEN)
1) Fenotype
- Primaire gedragskenmerken
, - tekorten op vlak van:
- sociale communicatie
- non-verbale communicatie
- sociale interacties (relaties)
- Repetitief:
- Stereotiep gedrag
- vasthouden aan routines
- zintuiglijke prikkelingen
- overprikkeld, onderprikkeld → overcompenseren
overprikkeld onderprikkeld
Gehoor Oren bedekken op voorwerpen tikken, slaan
Visus last van licht, felle kleuren sterke lichtbronnen zoeken
Geur Geur van parfum aan dingen ruiken
mond kokhalsen oneetbare dingen eten
tast niet graag aangeraakt dingen willen aanraken
worden
evenwicht angst bij voeten van de vloer trampoline springen
bewegingszin wordt zelden waargenomen klimmen, springen, duwen,
trekken
- Secundaire gedragskenmerken
- extreme angsten
- overgevoeligheid
- cognitieve problemen (plannen en organiseren, niet begrijpen van opdrachten
en begrippen
- Als vreemd ervaren worden door anderen
2) Cognitie
- Gebrekkige Theory of Mind (ToM), zich niet kunnen verplaatsen in gedachten,
gevoelens van anderen
- Gebrekkige centrale coherentie (zien enkel individuele stimuli, geen gehele context)
- Contextblindheid (wat ze geleerd hebben in een situatie, passen ze niet toe in andere
situaties)
- executieve functies: gedrag en gedachten sturen (planning en organiseren)
→ Personen met autisme hebben het vaak moeilijk met inhibitie, flexibiliteit,
werkgeheugen en planning
3) Neurobiologisch (hersenen
- verminderde of verhoogde hersenverbindingen
- connectiviteitsproblemen tussen hersengebieden
- Neurobiologische ontwikkelingsstoornis
- Persistente problemen bij sociale communicatie en sociale interacties
- Beperkt repetitief patroon van gedragingen, interesses of activiteiten
- Spectrum
2) Classificatie en terminologie ASS
a) Ondersteuning vereist:
i) Met ondersteuning tekorten in sociale communicatie minder zichtbaar
maken
ii) Kan gebrek aan flexibiliteit in verschillende levenssituaties
opgevangen worden
iii) Wordt onafhankelijk functioneren door gebrekkelijk organisatie en
planning minder belemmerd
b) Substantiële ondersteuning vereist:
i) Zouden ondersteuning onvoldoende kunnen participeren in het
dagelijks leven
ii) Met ondersteuning, nog zal men beperkingen waarnemen
c) Zeer substantiële ondersteuning vereist:
i) Beperkte sociale interacties
ii) Heel weinig begrijpelijke spraak
Ondersteuningsnood wordt ook beïnvloed door:
- mentale niveau
- leeftijd
- taalniveau
- bijkomende stoornissen
- omgevingsfactoren
—————————————————————————————————————————
3) Prevalentie
—————————————————————————————————————————
4) Autisme op vier niveau’s
- gedragsmatig, cognitief-psychologische, neurobiologie en genetisch
- FENOTYPE (GEDRAGSKENMERKEN)
- COGNITIE (DENKEN)
- NEUROBIOLOGIE (HERSENEN)
- GENOTYPE (GENEN)
1) Fenotype
- Primaire gedragskenmerken
, - tekorten op vlak van:
- sociale communicatie
- non-verbale communicatie
- sociale interacties (relaties)
- Repetitief:
- Stereotiep gedrag
- vasthouden aan routines
- zintuiglijke prikkelingen
- overprikkeld, onderprikkeld → overcompenseren
overprikkeld onderprikkeld
Gehoor Oren bedekken op voorwerpen tikken, slaan
Visus last van licht, felle kleuren sterke lichtbronnen zoeken
Geur Geur van parfum aan dingen ruiken
mond kokhalsen oneetbare dingen eten
tast niet graag aangeraakt dingen willen aanraken
worden
evenwicht angst bij voeten van de vloer trampoline springen
bewegingszin wordt zelden waargenomen klimmen, springen, duwen,
trekken
- Secundaire gedragskenmerken
- extreme angsten
- overgevoeligheid
- cognitieve problemen (plannen en organiseren, niet begrijpen van opdrachten
en begrippen
- Als vreemd ervaren worden door anderen
2) Cognitie
- Gebrekkige Theory of Mind (ToM), zich niet kunnen verplaatsen in gedachten,
gevoelens van anderen
- Gebrekkige centrale coherentie (zien enkel individuele stimuli, geen gehele context)
- Contextblindheid (wat ze geleerd hebben in een situatie, passen ze niet toe in andere
situaties)
- executieve functies: gedrag en gedachten sturen (planning en organiseren)
→ Personen met autisme hebben het vaak moeilijk met inhibitie, flexibiliteit,
werkgeheugen en planning
3) Neurobiologisch (hersenen
- verminderde of verhoogde hersenverbindingen
- connectiviteitsproblemen tussen hersengebieden