Ayat Abouelyazied
5ECOWET
12.3 – De opkomst van extreemrechts
in Duitsland
Nationaalsocialisme: variant van fascisme
o Ontstaan in Italië (Benito Mussolini)
Leider Fasci di Combattimento
Il Duce: Legeraanvoerder
Symbool: Fasces (bijl)
Bakermat van fascisme
Tijdens interbellum
o Totalitaire (autoritaire) regimes
o Politiek + Economisch
o Antibeweging tegen: Kapitalisme, Liberalisme, Communisme, Socialisme
o Extreem nationaal
o Kenmerken
Éénpartijstaat: Geen politieke vrijheid, Geleid door 1 persoon, dictatuur
Leider: Boven de wet & Regeert naar eigen willekeur
Één staatsideologie: Hele volk gelooft erin, geen vrije meningsuiting
Totalitaire staat: Staat controleert & bepaalt alle domeinen (ook privésfeer)
Staatsmonopolie: Op de communicatiemiddelen, geen persvrijheid
Geheime politie: verregaande bevoegdheden
Geweldsmonopolie: in handen van de staat
Staatscontrole: over de economie
Fascisme in Duitsland na WO I
o Overtuiging: Duitse leger nooit verliezen Verraad door joden
Adolf Hitler (1889 – 1945)
o 1918: Weimarrepubliek (ondertekenen wapenstilstand; veel Joodse politici; complot tegen Duitsland)
o 1921: Führer (leider) NSDAP
o 1923: Staatsgreep (Putsch U Munder) Gevangenis Mein Kampf geschreven
o 1933: Brand (Communistische partij schuldig)
o 1934: Hinderburg dood (Führer van het 3de rijk)
o Tegen democratie
1 Führer
Orde / Rust
Welvaart van het land
Opheffing Verdrag van Versailles
Antisemitisch
Doorgedreven racisme (Arische ras)
Verdrag van Versailles (Diktaat)
5ECOWET
12.3 – De opkomst van extreemrechts
in Duitsland
Nationaalsocialisme: variant van fascisme
o Ontstaan in Italië (Benito Mussolini)
Leider Fasci di Combattimento
Il Duce: Legeraanvoerder
Symbool: Fasces (bijl)
Bakermat van fascisme
Tijdens interbellum
o Totalitaire (autoritaire) regimes
o Politiek + Economisch
o Antibeweging tegen: Kapitalisme, Liberalisme, Communisme, Socialisme
o Extreem nationaal
o Kenmerken
Éénpartijstaat: Geen politieke vrijheid, Geleid door 1 persoon, dictatuur
Leider: Boven de wet & Regeert naar eigen willekeur
Één staatsideologie: Hele volk gelooft erin, geen vrije meningsuiting
Totalitaire staat: Staat controleert & bepaalt alle domeinen (ook privésfeer)
Staatsmonopolie: Op de communicatiemiddelen, geen persvrijheid
Geheime politie: verregaande bevoegdheden
Geweldsmonopolie: in handen van de staat
Staatscontrole: over de economie
Fascisme in Duitsland na WO I
o Overtuiging: Duitse leger nooit verliezen Verraad door joden
Adolf Hitler (1889 – 1945)
o 1918: Weimarrepubliek (ondertekenen wapenstilstand; veel Joodse politici; complot tegen Duitsland)
o 1921: Führer (leider) NSDAP
o 1923: Staatsgreep (Putsch U Munder) Gevangenis Mein Kampf geschreven
o 1933: Brand (Communistische partij schuldig)
o 1934: Hinderburg dood (Führer van het 3de rijk)
o Tegen democratie
1 Führer
Orde / Rust
Welvaart van het land
Opheffing Verdrag van Versailles
Antisemitisch
Doorgedreven racisme (Arische ras)
Verdrag van Versailles (Diktaat)