Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Immunologie - VUB - prof. Van Ginderachter

Note
-
Vendu
17
Pages
53
Publié le
29-05-2023
Écrit en
2022/2023

Deze samenvatting omvat alle leerstof uit de HOC's van het vak Immunologe, gegeven door prof. Van Ginderachter aan de VUB.

Aperçu du contenu

IMMUNOLOGIE
1) INLEIDENDE CONCEPTEN
1. THE IMMUNE SYSTEM

= verdediging van ons lichaam als het geïnfecteerd is → waar wij het vooral over zullen hebben

>< verdediging tegen infecties zodat je niet geïnfecteerd geraakt

1.1 DEFENCE AGAINST INFECTION

Fysische barrières

❖ Huid: grootste en meest cruciale barrière tegen MO’s
❖ Mucosa = epithelia = epitheliale oppervlakten:
 Simpel epitheel = 1 cellaag dik
o Bv. darmwand
o Bv. long
 Huid: complex, meerlagig epitheel
o Dermis, epidermis…
o Meest geconfronteerd met externe gevaren
o Moet zich snel kunnen vernieuwen zodat alles intact blijft
 Afscheiding tussen buitenkant en binnenkant lichaam
o Inhoud longblaasjes = “buiten”
o Inhoud darmen = “buiten”
 Interageren onderling zeer sterk + relatief ondoorlaatbare laag
cellen: geen enkel MO of molecule kan doorheen de cellaag
o Tight junctions
o Adherens junctions
o Desmosomen
o Gap junctions
 Cilia bij sommigen
o Vooral bij luchtwegen
o Vangen partikels (bv. MO’s en fijn stof in ingeademde lucht) → terug buiten krijgen
 Mucus (slijm)
o Globlet cell = slijmproducerende cellen (bekercellen), tussen epitheelcellen
▪ Aantal liter/dag
o MO’s blijven plakken → nooit doorheen epitheellaag
o Via hoesten en niezen naar buiten krijgen: meer slijm tijdens ziekte

Chemische barrières

❖ Hoge zuurtegraad (lage pH)
 Maag: pH 2, HCl
o Tegen MO’s, sommigen kunnen er wel tegen zoals Salmonella
 Urinewegen
 Melkzuur
❖ Antimicrobiële peptides
 Defensines, cathelicidines…
 Kleine eiwitten die op epitheliale opp gemaakt w → doden MO’s die vast zitten in slijmlaag
❖ Tranen en zweet: lysozymen → afbraak peptidoglycaan (celwand G+ bacteriën, beetje in G-)




1

,1.2 THE IMS = COMPLEX NETWORK OF CELLS AND MOLECULES

Witte bloedcellen = leukocyten = het immuunsysteem

❖ Ontstaan in beenmerg
❖ Matureren op versch plaatsen in lichaam: afh B-cel of T-cel
❖ Circuleren in bloed
❖ Accumulatie in lymfeklieren, milt, huid met immune cellen…
❖ Bloedcellen is dus misleidend

Immuno-stimulerende cellen

❖ Activatie van immuuncellen
❖ Bv. T-helpercellen (T-celreceptor interageert met ligand), antigen-
presenterende cellen, eiwitten, lipiden…

Immuno-suppressieve cellen

❖ Onderdrukking van immuuncellen → terug nr rusttoestand
❖ Bv. regulatorische T-cellen, eiwitten, lipiden…

1.4 SPECIFICITEIT

Cellen

❖ Specifiek: B- en T-lymfocyten → herkennen heel specifiek één vreemd doelwitmolecule
❖ Aspecifiek: fagocyten, NK cellen, mestcellen → versch doelwitmoleculen

Moleculen

❖ Specifiek: antilichamen → specifiek voor één doelwitmolecule
❖ Aspecifiek: cytokines, complement → …

1.3 THE IMS → 3 MAIN CHARACTERISTICS

A. SPECIFIC RECOGNITION OF FOREIGN
Foreign → vreemd aan ons lichaam = alles waar wijzelf niet genetisch voor coderen of we zelf niet aanmaken = een
potentieel waar we een immune respons moeten kunnen tegen maken

= antigenen = alle moleculen die vreemd zijn aan ons lichaam (natuurlijk, synthetisch, MO’s…)

➔ Voedingsinname: essentiele AZ’s worden niet herkend door IMS ; komt anatomisch niet op plaatsen terecht
waar het reactie zal geven

❖ Natural nonself: we willen alles herkennen en vernietigen wat vreemd is aan ons lichaam = medisch gewenst
❖ Non-natural nonself: medische ingrepen zoals orgaantransplantatie willen we maar ons IMS niet (evolutionair
nooit rekening mee gehouden dat zoiets in lichaam terecht kan komen) → afstoting = medisch ongewenst

4 KLASSEN PATHOGENEN (ziekteverwekkende organismen)

❖ Virussen
 20 – 400 nm
 Intracellulair = in gastheercel
 (Extracellulaire fase = zonder GHC)
❖ Bacteriën
 > virussen ≠ groottes
 Intracellulair (bv. Mycobacterium tuberculosis) ≠ uitdagingen
 Extracellulair (bv. Vibrio cholerae) voor het IMS
❖ Fungi ≠ locaties
 Extracellulair
❖ Parasieten
 µm tot m: bv. lintworm tot 7m
 (vaak) extracellulair

Fundamenteel verschil voor IMS of het intra- of extracellulair is!

2

,Uitschakeling van foreign mag niet uit de hand lopen:

❖ Overreactie: bv. een ontsteking = IMS reactie om infecties te bestrijden → mag niet buitensporig of chronisch
worden → beschadiging omliggende weefsel
 Desactiverende interacties tussen cellen en molecules
 IMS moet in tijd en ruimte gelimiteerd worden


B. DISCRIMINATION BETWEEN SELF AND NONSELF
❖ Belangrijk zodat het IMS jezelf niet vernietigt: geen herkenning van eigen cellen
❖ Auto-immuniteit = discriminatie tussen self en nonself gebeurt niet (optimaal)
 Bv. lupus = antilichamen tegen eigen DNA
 Bv. reuma = afbraak van kraakbeen in gewrichten via IMS
 Bv. Type I diabetes = vernietiging bètacellen in pancreas via IMS
 Bv. MS, psoriasis…


C. DEVELOPMENT OF “MEMORY”
❖ Na een eerste contact met antigen → IMS onthoudt het → 2e contact met zelfde AG = snellere/grotere respons
tegen AG
 Applicatie: vaccinatie
 Bij hoger ontwikkelde vertebraten etc.

ANALOGIE MET ZENUWSTELSEL

❖ Detectie van ongekende (foreign) signalen (bv. nieuwe geur/geluid…)
❖ Onderscheid tussen gekende en nieuwe signalen
❖ Herkenning van nieuw geluid/geur in de toekomst = geheugen → andere reactie erop

2. TYPES OF IMMUNITY

2.1 NATURAL or INNATE IMMUNITY (NI or II)

= aangeboren immuniteit

❖ Meest primitieve vorm van IM
❖ Ook gevonden in meest primitieve organismen
❖ IM bestaat al vóór de infectie
❖ Gevolg: zeer snelle, onmiddellijke respons op beschadigd weefsel en infectie
❖ Aspecifiek: zit klaar voor al het vreemde → kan voordelig zijn
❖ Géén geheugen

VOORBEELD 1: FAGOCYTEN
❖ = alle cellen die fagocytose kunnen doen
❖ 2 types: macrofagen en neutrofielen
❖ = cellen van aangeboren systeem
❖ Bevatten lysosomen = vesikels vol enzymen in plasma, omgeven door een membraan = plaats waar afbraak
moleculen gebeurt:
 acid hydrolases = enzymen die enkel in zure omstandigheden werken
o lysosoom = pH 5 (<> cytoplasma = pH 7,2)
o als ze vrijkomen in cytoplasma, zullen ze daar dus niet werken! = voordelig
o proteasen (EW), lipasen (lipiden), glucosidases (suikers), nucleasen
(nucleïnezuren)…
 bevat reactive oxygen species: oxideren andere moleculen → toxisch
o hydrogen peroxide (H2O2)
o superoxide (O2-)
o hypochlorite (ClO-)
❖ Gelijkaardig aan coelomocyten = in aardwormen en zeeëgels
❖ Fagocytose (fagosoom = vesikel) = endocytose (endosoom) op grotere schaal



3

, PAMPs (Pathogen Associated Molecular Patterns)

 Moleculen typisch op pathogen oppervlak = lichaamsvreemd
 peptidoglycaan → alle G+ bact
 LPS → alle G- bact
 flageline → alle bact met flagel
 CpG DNA = microbieel DNA (C-G repeats, bij ons gemethyleerd,
bij MO’s niet!)

PRRs (Pattern Recognition Receptors)

 Familie van receptoren op fagocyt
 Beperkt aantal → toch hele groepen MO’s te herkennen

Herkenning

 Rechtstreeks: PRR’s herkennen PAMPs → binding
 Onrechtstreeks: PAMPs zijn intussen al gebonden op moleculen
en die worden op hun beurt door PRRs herkent →

Gevolg:

 pathogeen wordt in fagocyt getrokken → membraan sluit erond =
°fagosoom → versmelting met lysosomen = °fagolysosoom →
afbraak pathogeen → exocytose

= aspecifieke vorm van IM (PRRs herkennen heel diverse groep)

= geen geheugen

➔ deze cyclus is dus dezelfde voor elk antigen, ook na een tweede contact met zelfde antigen

❖ Macrofagen zitten in elk soort weefsel klaar → dus ook bij infectie
 Bv. aveolaire macrofagen: in alveoli van longen → checken pathogene partikels in ingeademde lucht
 Bv. kupffer cellen: in lever → enige die rechtstreeks in contact zijn met bloedcirculatie → al het vreemd dat
opgenomen wordt via darm wordt hierdoor gecheckt
 Bv. microglia in hersenen
 …
❖ Neutrofielen circuleren in bloed → worden opgeroepen

ONTSTEKINGSREACTIE
❖ Macrofagen herkennen als eerst en bij een niet té agressief pathogeen zal dit voldoende zijn
 Bv. snijwonde door vuil mes
❖ Maar in veel gevallen zorgen ze enkel voor een vertragingseffect en gaan ze niet volledige infectie kunnen
uitschakelen → oproepen van meer fagocyten → inflammatoire reactie
❖ Ontsteking = aangeboren immuniteit (kan ook door mechanische belasting (→ necrose), niet altijd infecties)

Werking:

❖ PRRs herkennen PAMPs → fagocytose → vernietiging
❖ Bijkomende hulp door: farmacologische componenten uit te
scheiden
 Vasodilatatie: aanvoer neutrofielen door bloedtoevoer te
verhogen = rood/warm
❖ Cytokines: boodschappermolecule van macrofaag =
adhesiemolecule = opp. eiwit = stopmolecule dat via adhesie
neutrofielen bij infectieplaats stopt (via receptoren op
neutrofielen) (ook lymfokine genoemd)
❖ Extravasatie = bloed → weefsel
 Vergemakkelijkt via bloedvatwand permeabilisatie: poriën
tussen endotheelcellen wand
❖ Eudeem = vochtopstapeling (zwelling)
❖ Chemokines: boodschappermolecule macrofaag → chemotaxie: aantrekking neutrofiel → infectie
❖ Weefselschade mogelijk door té toxische componenten van macrofagen (bv. niet te lang ibuprofen nemen)

4

École, étude et sujet

Infos sur le Document

Publié le
29 mai 2023
Nombre de pages
53
Écrit en
2022/2023
Type
RESUME
€10,49
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
lunaw1 Vrije Universiteit Brussel
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
249
Membre depuis
5 année
Nombre de followers
72
Documents
29
Dernière vente
1 mois de cela

4,2

25 revues

5
10
4
10
3
5
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions