L5 draagt een groot gedeelte vh lichaamsgewicht
Trauma’s voorn op CW: door horizontale posities v/facetten—> makkelijker dislocaties
In LW: kleine kans op dislocaties door verticale posities van de facetten
• Exochtone (opp laag) rugspieren: w door ventrale takken+ n. Accessorius 11 geinnerveerd, behoren morfologisch tot de spieren van BL
• Autochtone (diepe laag) rug en nekspieren: door dorsale takken geinnerveerd
• Rugspieren worden omgeven door een fascia thoracolumbalis (=fascia communis) : vormt een kanaal met ant, med en post wanden
- med wand w gevormd door de proc spinosi& transv
- ant wand w gevormd door lamina profunda—> in de lumbale streek vervangt deze de ribben, loopt terug naar mediaal en splitst
rond de quadratus lumborum, loopt teurg naar de toppen van de proc transv
- post wand w gevormd door lamina superficialis —> hierop nemen de exochtone rugspieren hun oorsprong bv. Lat dorsi
—> hecht vast op de toppen van proc spinosi
—> LW: dik, CW: ontbreekt
De 3 wanden van de fascia TL maakt 2 loges:
1. Loge tss anterieure en mediale wand: m. Quadratus lumborum anterolateraal. Verdichting van deze wand en pees van m. QL vormt pars
lumbalis van diafragma en w lig arcuatum laterale
2. Loge tss mediale en posterieure wand: m. Erector spinae
,Werking vd rugspieren op de statiek vd romp:
Zwaartepunt romp ligt ventraal vd WZ—> romp spontaan in flexie tenzij continue tonus vd dorsale spieren
Steunpunt hefboom= discus intervertebralis
Druk die theoretisch op discus w uitgeoefend= druk die ih zwaartepunt aangrijpt (bovenkant lichaam) + kracht die door de rugsp w
uitgeoefend op de proc spin
Gunstiger voor de dorsale spieren en voor de discus: iets opheffen met rechte WZ (bv. Bukken door de knieen beter dan voorover te
bukken, want zo minder druk op de disci)
, lOMoAR cPSD| 10263445
Nooit op examen: doorsnede van bovenste
ledemaat
Retractie= mediale translatie
Spleet
tricipitohumerale
-tegen
(driehoek
Quatrilaterium
Trigonum
humerus)
tegen
tricipitoscapulare
scapulae
scapul
(vierhoek
Trigonum tricipitoscapulare= klein driehoekige spleet id scapula: caput longum+scapula+ teres min&maj.
Protractie= laterale translatie Daardoor loopt een A. circomflexa scapulae die een tak is van de A. subscapularis die van voor ligt.
Anastomose van 3 A’s op de dorsale zijde van de scapula:
1. Schoudergordelspieren Anastomose=1regio door meerdere A’s bevloeid
1. Romp naar schoudergordel: Voordeel: stel dat er door 1 proces 1 vd A’s beschadigd wordt, dan kan die zone nog altijd door de anderen A
bevloed worden.
• Dorsale groep A. dorsalis scapulae + A. subscapularis + A. circomflexa scapulae
spier oorsprong insertie innervatie werking verloop
M. trapezius - Linea
os occipitale sup —> PDescendens: laterale
nuchalesschedel N. accesorius!! - elevatie scapula (PD)
↳spirati
113
(depressiel
EX: bij eleverende bewegingen! Altijd tot T12
proc spin tot T12 zijde clavicula 11ecraniale - retractie scapula (PT)
TRAPEZIUS ook!! PTransversa: spina zenuw + C3-C4 - exoro scapula (PA)
→ richting vd spiervezels vd PA&PD laten scapulae en acromion (cervicale - geheel:
elevatie van scapula toe. PAscendens: basis zenuw) retractie+elevatie
(Cavitas glenoidalis wilt altijd de caput humeri spina scapula !! andere embyo aanleg in scapula bedekt conded
(van de T12 convergeren tot de fixatie scapula+
steunen, scpaula zal altijd meebewegen!! Net
basis van spina scapulae- deel
kielbogen(aangezicht&hals)→
-> de lat-dessi
zoals de clavicula&scapula ook ALTIJD
dicht bij de margo medialis- in neemt craniale zenuw extensie hoofd&nek
samenwerken!) een insertiepees)
M. levator scapulae Tuberculum - margo med scapulae dat Elevatie scapula
Synergist vd trap posterius boven de spina zit + Zie richting
spiervezels
Oorsprongskoppen komen Procesus transversi angulus sup scapulae N. dorsalis
Lichte endoro
samen en lopennaar lateraal + C1-C4 scapulae(komt uit de
scapula
Rhomboid groep caudaal (bedekt door trapezius ramus ventralis Ang inf draait
= 2de laag opp sp
C5,plexus mediaal
brachialis) • Vezels met hoogste O
gaan laagste I hebben
M. rhomboideus major Processus spinosus Margo medialis (Plexus cervicales
HOOGTHORACAAL T1- T4
T2-T4 scapulae tot angulus C3-C4)
Synergie met PT van trap
Volledig onder de trap inf ↑
Retractie + lichte
M. rhomboideus minor Processus spinosus Brede basis spina endorotatie
LAAGCERVICAAL C6-
C7-C7
T1 scapulae -mango medicles Spier zwelt op bij het naar
achteren trekken van
+ lig nuchae schouders tegen weerstand
met elleboog gefixeerd
vld scopula:
-gem
Trapezius) Elevatie (Depressie I =
Retractic moon
=
mediaal
glijden pratractie - maanlatual glijden ->
Ratatie
, lOMoAR cPSD| 10263445
• Ventrale groep: borstspieren
Spier oorsprong insertie innervatie werking verloop
e
M. subclavius Bovenzijde 1 rib: Sulcus M. subclavii op N. subclavius (C5-C6) Fixeren clavicula tegen Tss 1e rib en clavicula(ong
grens tss rib en clavicula uit truncus superior sternum (hulpAHspier) parallel); loopt tot lig
= trekt 1ste rib
ribkraakbeen plexus brach naar boven bij coracoclav(=lig conoideum)
gefixeerde
clavicula
M. pectoralis minor costae 2 – 5 -processus coracoideus (N. pectoralis medialis - depressie scapula Onder M. pect major
Die loopt van ventraal naar posterieur lateraal van vd scapula C8-T1) scapula beweegt naar beneden Boven M. serratus anterior
De plexus brachialis loopt hieronder in kraakbeen (dmv een platte pees Tak uit fasciculus medialis v - protractie scapula=
versmolten met M. plexus brach
de subcoracoidale ruimte coracobrachialis) scapula beweegt naar voor maar
N. laterales
pectoralis rond de thorax Syn: ser ant
Zie foto boven (hulpAHspier) Endorotatie
M. serratus anterior Laterale zijde Fascies costalis scapula N. thoracicus longus uit - bovenste + Trekt schoudergordel naar ventraal
- bedekt oppervlakkig de ribben, vanribben 1- • Bovenste koppen: rami ventralis (tak uit middelste: protractie bij het stoten
lateraal 9 angulus sup de C5-C6- C7) scapula Alles waarbij de arm 90gr gaat
- tss de M. subscapularis onder de • Middelste 2 of 3: =posterieur van de plex brach, - onderste vezels:
is heel lang zodat die alle
scapula door en de ribben = 2 margo medialis koppen van de ser ant kan exorotatie Antagonist van: M. Rhomboideus, PT
spiervlakken die tgn elkaar bewegen tov • Onderste 4 of 5: bezenuwen - trekt de arm naar voor
bij het duwen tegen muur
M. Trapezius(retractie), M. Latissimus
Alternerend
de scapula tegen de met kopjes van angulus inferior dorsi,
- Fixatie scapula
romp=SCAPULOTHORACALE MOEA
tegen ribben Bv. Bij duwen op boksen
GEWRICHT(gwn 2 spieren) Synergist van: M. pectoralis Major en
5 spieren verzekeren stab. a de scapula bij bewegingen i/h schoudergewricht: O= axiale
Dorsaal: onder M. lat dorsi
skelet, I= scapula en/of clavicula NIET! Op de humerus
minor(voor protractie), PD M.
Ventraal: onder M. pect maj/min → veroorzaken geen bewegingen ih schoudergewricht trapezius (voor exoro)
BEWEGINGEN SCAPULA: SA insereert op de facies costalis maar raakt ze niet
-protractie: M. pect minor+ M. serratus anterior aan want op de facies costalis ligt als eerste laag de
Ventrolaterale grenzen:
-retractie: PT M. trapezius + M. rhomboideus subscapularis
Anterieure rand van M lat dorsi -elevatie: PD M. trapezius + M. rhomboideus + M. levator scapulae
Caudale rand van M pect maj -depressie: PA M. trapezius + M. pect minor + M. Trapezius Exoro: cavitas glenoidalis naar craniaal
Endoro: cavitas glenoidalis naar caudaal
- exoro: 1) PD trekken laterale einde clavicula +acrom nr cranio
Craniolat interdigitatie van M obliquus Of: ang inf nr lateraal (arm omhoog)
externus abdominis 2) PA trekken mediale deel scap naar mediocaudaal
3) onderste vezels M. ser ant trekken ang inf naar anterieur
-endoro: M. rhombo + M. lev scap + M. lat dorsi= arm achter de rug
N. thoracious langus bijbeschadiging
aleta"
scapula
, lOMoAR cPSD| 10263445
2. Schoudergordel naar arm:
• Rotator cuff (geinnerveerd door 4 zenuwtakken,NIVEAUS GOED KENNEN!):
spier oorsprong insertie innervatie werking verloop
•
tie
M. supraspinatus fossa meest anterieure N. Abductie schoudertot 90°, Convergeert naar
supraspinata Top tuberculum
facet suprascapularis
-Deee lateraal + onder
boven de 90° geen rol meer
Een bursa subacromialis- achterzijde scapula majus + (C5-C6) • Stabilisatie v acromion en lig
subdeltoidea is gelegen
tss pees vd gewrichtskapsel uit truncus schoudergewricht: fixeert coracoacromiale +
supraspinatus en caput humeri in de cavitas
acromion.
superior plexus craniaal over
glenoidalis
• ontstoken bursa= brachialis Schoudergewricht
bursitis: abductie is • Kapselspanner: belet dat de Onder M. trapezius en M.
pijnlijn gewrichtskapsel naar binnen plooit
• Infectie k zich Bereikt fossa Deltoideus
uitbreidne naar supraspinata bij het heffen van de arm
supraspinatuspees, - door de incisura
Synergist: M. Deltoideus (Bedekt zn pees)
an
die kan scheuren M. infraspinatus Fossa infraspinata Middelste facet van N. scapulae • Exorotatie humerus • Convergeert naar
+bedekkende tuberculum majus suprascapularis (krachtigste spier) craniaal + lateraal
fascia (dorsaal van uit truncus • Stabilisator • Achter humerus en
supraspinatus) superior plexus schoudergewricht (dorsaal) capsula articularis
brachialis • (verborgen door
I
kapselspanner
deltoideus)
werken • Pennate spier met
samen
grote fysiologische
doorsnede
M. teres minor margo lateralis caudale facetje op N. Axillaris • Exorotatie: synergisch met M. • Convergeren naar
Rond en klein tuberculum dorsale zijde (C5-C6) uit Infraspinatus: versterken de dorsale lateraal + craniaal
Zie foto boven infraglenoidale tuberculum majus, fasciculus kant v schoudergewricht+ beletten • Dorsaal van caput
(capsula articularis) gewrichtskapsel posterior posterieure luxatie longum triceps
(plexus • Stabilisatie vihumers op • Soms versmolten met
vential --> dansad
brachialis) • Retroflexie vanuit gemaich M. infraspinatus
→ bereikt scapula geanteflecteerde
door
quadrilaterium (neutrale) toestand
tricipitohumerale
~
, lOMoAR cPSD| 10263445
M. subscapularis Fascies costalis Tuberculum MINUS N. • Endorotatie • Vd linea muscularis
(ligt tss de scapula en de scapula op linea +prox deel CRISTA Subscapularis humerus lopen korte
ribben) muscularis (+ fascia TUBERCULI sup&inf uit (Antagonist van M. infraspinatus, spiervezelbundels →
teres minor, P. sp M deltoideus)
ervan) MINORIS + capsula fasciculus insertiepezen,
fasse subscopularis
• Stabilisatie
articularis posterior - ventraal: versterkt schoudergewricht
convergeren
-anterieur: fixatie caput humeri in de fossa craniaal+lateraal→
(2 zenuwtakken!!) glenoidalis (vooral bij abductie) ondr de proc
• Adductie: brengt coracoideus naar de
geabduceerde arm terug insertie
• Kapselspanner • bursa synovialis m.
• Belet samendrukking tss subscapularis ligt tss
thorax en scapula spier en capsula artic
• multipennate spier
met grote fys drsnede
P. 170 sobotta
Dislocatie van dit gewricht is zeldzaam, breuk kan ontstaan bij slag op acromion of val op de hand —> clavicula vangt deze trauma’s op
stemacevicular
-Altio P. 171 Sobotta
u synavical gewicht
-
empasteius
STERNOCLAVICULAIR GEWRICHT
gewichtpraten eneen
, synoviaal gewricht • Cavum articulare w onderverdeels door een onvolledige
• incongruentie tss beide gewrichtopp, er is een “reserve” voor elevatie
vd schouder
-zodel 304
discus articularis ↑
• Bloedvoorziening: A. Suprascapularis +A. Thoracodorsalis
• Bezenuwing: N. Pectoralis lat + N. Supraclavicularis + n.
—> w gecorrigeerd door door de biconcave kb-discus, die vastzit aan Sterk bepaald door Axillaris
handlengtes
aande
claviculaire kb en rib kb 1ste rib en lig. • Luxaties vaak bij traumata (vallen op de schouder) +
Interclaviculare
• discus heeft schokbrekende functie contactsporten —> afrukken vd lig
• Bevloeiing door A. Thoracica interna+ A. Suprascapularis tat
dovicale in
-
—> extr acromialis steekt omhoog
• Bezenuwing door nn. Supraclaviculares mediales + n. Subclavius •
Complicaties:
-
As anthoss
laxatie:dav. SA staan piamataets: pijn, pta zingt
nuptu
=
daar
coracher.
-lig herels d
zakt si conneker