KWALITEIT VAN LEVEN BIJ PERSONEN MET
ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN
LES 10: COMMUNICATIESTOORNISSEN
1. INLEIDING
- = stoornissen in de communicatie die gekenmerkt worden door een verstoorde ontwikkeling van
taal, spraak en/of sociale communicatie
- In de praktijk vaak andere term => primaire Spraak – en Taalontwikkelingsstoornissen (STOS)
Taal Vermogen om een systeem van symbolen vlot te begrijpen en zelf te gebruiken.
Symbolen: gesproken of geschreven woorden, gebaren, afbeeldingen:
communiceren
Spraak 1 van de uitingsvormen van mondelinge taal en betreft het zelf produceren van
betekenisvolle klanken.
Belangrijk: kwaliteit van articulatie/uitspraak, vloeiendheid, stem en resonantie
Communicatie Elk (non)-verbaal gedrag dat een invloed heeft op andere mensen.
Persoon brengt boodschap over naar andere persoon
Taal en spraak zijn belangrijkste middelen om te communiceren
Problemen: impact op communicatie en opbouwen/onderhouden relaties
1.1. TAAL EN COMMUNICATIE: HETZELFDE OF TOCH ANDERS?
Mensen hebben taal nodig om:
- Ervaringen uit te wisselen
- Van gedachten te kunnen wisselen
- Kennis op te doen
- Te kunnen denken
- Onze wensen en gevoelens te uiten
- Hun verbondenheid te uiten met eigen etnische groep
, 1.2. COMPONENTEN VAN DE TAALONTWIKKELING
- Taalbegrip (Passief) versus Taalproductie (Actief)
=> Begrip gaat productie vooraf
2. KENMERKEN
2.1. PRIMAIRE GEDRAGSKENMERKEN
- Communicatiestoornissen (fenotypes)
- DSM-5 maakt onderscheid tussen:
Stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkig probleem met aanleren en vlot
gebruiken van taal, op vlak van het begrijpen en/of zelf produceren ervan. Soms
spreekt men ook van Specific Language Disorder (SLI) of ontwikkelingsdysfasie.
Stoornis: het is een ontwikkelingsstoornis en is dus aangeboren, kenmerken
worden duidelijk tijdens de vroege ontwikkelingsperiode (achterstand in
taalvermogen vergeleken met leeftijdsgenoten)
Hardnekkig probleem: achterstand blijft aanhouden en verdwijnt niet zomaar
Taal(ontwikkelings)- met een aangepaste logopedische behandeling of met het wegnemen van
stoornis (TOS – STOS) belemmerende omstandigheden
Aanleren en vlot gebruiken: aanleren van taal verloopt moeizaam, ook na het
aanleren blijft het vlot gebruiken van taal moeilijk
Taal: problemen met de taalproductie en/of taalbegrip ((begrip heeft
productie tot gevolg). Op beide vlakken kunnen er problemen op vlak van
woordenschat en maken van zinnen wat gesprekken voeren met anderen
bemoeilijkt.
Internationale terminologie:
Specific Language Disorder (SLI) => tot ongeveer 2017
ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN
LES 10: COMMUNICATIESTOORNISSEN
1. INLEIDING
- = stoornissen in de communicatie die gekenmerkt worden door een verstoorde ontwikkeling van
taal, spraak en/of sociale communicatie
- In de praktijk vaak andere term => primaire Spraak – en Taalontwikkelingsstoornissen (STOS)
Taal Vermogen om een systeem van symbolen vlot te begrijpen en zelf te gebruiken.
Symbolen: gesproken of geschreven woorden, gebaren, afbeeldingen:
communiceren
Spraak 1 van de uitingsvormen van mondelinge taal en betreft het zelf produceren van
betekenisvolle klanken.
Belangrijk: kwaliteit van articulatie/uitspraak, vloeiendheid, stem en resonantie
Communicatie Elk (non)-verbaal gedrag dat een invloed heeft op andere mensen.
Persoon brengt boodschap over naar andere persoon
Taal en spraak zijn belangrijkste middelen om te communiceren
Problemen: impact op communicatie en opbouwen/onderhouden relaties
1.1. TAAL EN COMMUNICATIE: HETZELFDE OF TOCH ANDERS?
Mensen hebben taal nodig om:
- Ervaringen uit te wisselen
- Van gedachten te kunnen wisselen
- Kennis op te doen
- Te kunnen denken
- Onze wensen en gevoelens te uiten
- Hun verbondenheid te uiten met eigen etnische groep
, 1.2. COMPONENTEN VAN DE TAALONTWIKKELING
- Taalbegrip (Passief) versus Taalproductie (Actief)
=> Begrip gaat productie vooraf
2. KENMERKEN
2.1. PRIMAIRE GEDRAGSKENMERKEN
- Communicatiestoornissen (fenotypes)
- DSM-5 maakt onderscheid tussen:
Stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkig probleem met aanleren en vlot
gebruiken van taal, op vlak van het begrijpen en/of zelf produceren ervan. Soms
spreekt men ook van Specific Language Disorder (SLI) of ontwikkelingsdysfasie.
Stoornis: het is een ontwikkelingsstoornis en is dus aangeboren, kenmerken
worden duidelijk tijdens de vroege ontwikkelingsperiode (achterstand in
taalvermogen vergeleken met leeftijdsgenoten)
Hardnekkig probleem: achterstand blijft aanhouden en verdwijnt niet zomaar
Taal(ontwikkelings)- met een aangepaste logopedische behandeling of met het wegnemen van
stoornis (TOS – STOS) belemmerende omstandigheden
Aanleren en vlot gebruiken: aanleren van taal verloopt moeizaam, ook na het
aanleren blijft het vlot gebruiken van taal moeilijk
Taal: problemen met de taalproductie en/of taalbegrip ((begrip heeft
productie tot gevolg). Op beide vlakken kunnen er problemen op vlak van
woordenschat en maken van zinnen wat gesprekken voeren met anderen
bemoeilijkt.
Internationale terminologie:
Specific Language Disorder (SLI) => tot ongeveer 2017