Persoonlijkheid
Eigenschappen binnen het individu die relatief stabiel zijn en van invloed zijn op zijn/haar
interacties met de (interne en externe) omgeving.
Waarom is persoonlijkheid interessant voor veiligheid?
Het zijn ‘stabiele (moeilijk te veranderen) factoren
Dus je kunt het goed gebruiken om verschillen tussen mensen te beschrijven, verklaren
en toekomstig gedrag te voorspellen
Hoe wordt persoonlijkheid gevormd?
1. Biologie en evolutie
1. Nature (omgeving)
2. Sociale netwerken en cultuur
= persoonlijkheid & ontwikkeling
Verschillende perspectieven op persoonlijkheid
1. Psychoanalytic Perspective
Nadruk: ervaringen uit de kindertijd en de onbewuste geest
Grote theoretici: Freud, Erikson, and Jung
2. Humanistic Perspective
Nadruk: Psychologische groei, vrije wil en persoonlijk bewustzijn
Grote theoretici: Maslow en Rogers
3. Trait Perspective
Nadruk: Het identificeren, beschrijven en meten van persoonlijkheidskenmerken
Grote theoretici: Eysenck, Cattel, McCrae, en Costa
4. Social Cognitive Perspective
Nadruk: observerend leren, zelfredzaamheid en situationele invloeden
Grote theoretici: Bandura
Psychodynamische kijk: Freud (1856-1939)
1. ID: Primitieve kenmerken die worden aangedreven door een onbewuste behoefte aan
plezier. Aanwezig bij geboorte. Toont zichzelf als egoïstisch en eist bevrediging. (Pleasure
principe)
2. Ego: Ontwikkelt zich rond de leeftijd van 2 jaar en richt zich op het realiteitsprincipe. Het
vermindert het conflict tussen ID en Superego door verdedigingsmechanismen te
implementeren. (Reality principle)
3. Superego: Ontwikkelt zich rond de leeftijd van 5. Het is onze interne moraal die we leren
van onze ouder van hetzelfde geslacht, die ons ego straft voor elk kwaad door middel
van schuldgevoelens. (Morality principle)
,Carl Jung en de test MBTI
1. Waarvan krijg je energie?
2. Hoe neem je informatie op?
3. Hoe neem je beslissingen?
4. Hoe ga je om met de buitenwereld?
Humanistische kijk: Carl Rogers
Behoefte aan zelfontplooiing (fundamentele menselijke behoeften) > onvoorwaardelijke
positieve waardering (reacties) > zelfactualisatie (resultaat)
Behoefte aan positieve waardering (fundamentele menselijke behoeften) >
voorwaardelijke positieve waardering (reacties) > zelf afwijkingen (resultaat)
Sociaal-cognitieve kijk: Bandura
Leren door “observaties” modelering
Wederzijds determinisme is het proces waarbij de cognities, het gedrag en de omgeving
van een individu elkaar beïnvloeden.
Sociaal-cognitieve kijk: (Rotter) Locus of Control
Sociale bevestiging, beloning en straf
Het eigenschappenperspectief. De bekendste: De “Big Five”
O = Openness to Experience (openheid voor ervaring)
C = Conscientiousness (gewetensvolheid)
E = Extraversion (extraversie)
A = Agreeableness (aangenaamheid)
N = Neuroticism (neuroticisme)
,Spanningsbehoeften (sensation seeking)
1. Thrill and Adventure-Seeking
2. Experience-Seeking
3. Disinhibition
4. Boredom Susceptibility
Self-fulfilling prophecy
Mensen die eenmaal het stempel van een bepaalde trek hebben gekregen, gaan zich
daarnaar gedragen en worden daardoor belemmerd in hun pogingen te veranderen.
Fundamentele attributiefout:
Gedrag volledig verklaren op basis van persoonlijkheidseigenschappen, zonder rekening te
houden met de situatie. (Je zelf niet de fout geven en bij andere schrijf je het toe aan
zijn/haar persoonlijkheidseigenschappen.
, Les 2 Intuïtie en gewoontes
4 G’S
1. Gebeurtenis
2. Gedachten
3. Gevoel
4. Gedrag
Bewustzijn: medisch bekeken
Glasgow Coma Score: om niveau van bewustzijn vast te stellen
- De laagst mogelijke GCS (de som) is 3 (diepe coma of dood)
- De hoogst mogelijke 15 is (volledig wakkere persoon).
- Een GCS-score van 13-15 wordt beschouwd als een "lichte" blessure;
- Een score van 9-12 wordt beschouwd als een "matige" blessure;
- Een score van 8 of lager wordt beschouwd als een "ernstig" hersenletsel.
Motor response:
3. Buigreactie: armen en handen worden op krampachtige wijze geplooid
2. Krampachtig strekken. Naar buiten draaien van de handen. Volledige spierspanning
in het hele lichaam is mogelijk.
1. Geen reactie op pijnprikkel