Medische fysiologie en anatomie (blz. 173 – 204)
Hoofdstuk 4 Ademhaling
Alle processen die noodzakelijk zijn voor verbranding van voedingsstoffen in de lichaamscellen.
Het ademhalingsstelsel (tractus respiratorius)
Bestaat uit:
- Neusholte (Cavitas Nasi)
De Nares (voorste neusopening) verbind de neusholte met de buitenlucht. De choanen (achterste
neusopening) verbind de neusholte met de farynx (keel). Het septum nasi (neustussenschot) scheidt beide
neusholten.
Bestaat uit: de verticale plaat van het etmoïd, de vomer (ploegschaarbeen) en het kraakbenig tussenschot
(cartilago septinasi). De zijwanden van neusholte, neusvleugels. In de neusholte zijn drie paar conchae
(neusschelpen, met slijmvlies beklede beenderen). De twee bovenste deel van etmoïd, onderste deel van
maxilla (bovenkaak)
Elke neushelft wordt door de neusschelpen in vier ruimte verdeeld: drie neusgangen (ruimte onder
neusschelpen) en de ruimte boven in de neusholte (boven de bovenste neusschelp, reukzintuigcellen)
De onderste neusgang: daar mondt de traanbuis in uit
De middelste neusgang: mondt de sinus frontalis (voorhoofdholte), sinus maxillaris (bovenkaakholte)
en etmoïdcellen (zeefbeenholten) in uit.
De bovenste neusgang: mondt etmoïdcellen en sinus sphenoidalis (wiggebeenholte) in uit.
Dak van de neusholte wordt gevormd door Lamina Cribrosa (horizontale zeefplaat), maakt deel uit van
schedelbasis en is doorzeefd met gaatjes waarin uiteinden van reukzenuw gelegen zijn.
Bodem van de neusholte bestaat uit het Palatum durum (harde gehemelte) en Palatum molle (zachte
gehemelte)
De neusholte is bekleed met trilhaarepitheel met slijmcellen. Door neusslijmvlies wordt ademlucht verwarmd
en bevochtigd. Gaswisseling in long loopt beter en afweer micro organismen kan beter functioneren. Door
trilharen is het neusslijm in beweging in de richting van de farynx. Voorste gedeelte in de richting van de
voorste neusopening.
De neusholte staat in verbinding met vier neusbijholten (sinus paranasales)
Sinus maxillaris (bovenkaak holte), Sinus Frontalis (voorhoofdholte), Sinus sphenoidales (wiggebeenholte) en
de sinus ethmoidales (zeefbeencellen)
- Mondholte (Cavitas Ori)
- Keelholte (Farynx)
Ligt achter neusholte en mondholte met naar beneden toe twee openingen
Slokdarm (oesofagus)
Luchtpijp (trachea)
En via de buizen van Eustachius in verbinding met de middenoorruimte.
- Strottenhoofd (Larynx)
Vormt de verbinding tussen de farynx en de trachea. Opgebouwd uit kraakbeenstukken verbonden door
dwarsgestreepte spieren en ligamenten (stevige banden) tussen het tongbeen (Hyoïd) en trachea bevestigd
door ligamenten.
Hyoïd behoort tot de schedel, door middel van drie paar spierteugels verbonden met de schedelbasis:
De kin (mentum), Sternum (borstbeen), Scapula (schouderblad).
Larynx is opgebouwd uit
Beweeglijk schildkraakbeen (cartilago thyroidea) waarvan vooruitstekende punt (adamsappel)
Onbeweeglijk cricoïd (ringkraakbeen, cartilage cricodea), dat aan achterzijde verbreed is en beide
bekerkraakbeentjes (cartilago arytenoidea) die met spiertjes bevestigd zijn aan ringkraakbeen
De epiglottis (strotklepje) bestaat uit elastisch kraakbeen en het sluit tijdens slikken de trachea af
1