Medische fysiologie en anatomie (blz. 94-99 en blz. 102 -114) Werkcollege 1
§2.1.9 Hemostase
Hemostase = bloedstelping (proces van bloedverlies waarbij de bloeding tot een min. wordt beperkt)
Bestaat uit drie stappen
Vasoconstrictie (vaatvernauwing)
De wanden van arteriën en arteriolen beschadigen waardoor een vasculair spasme (vaatkramp)
optreedt en het bloedverlies beperkt wordt.
Aggregatie van trombocyten (bloedplaatje) = de vorming van een bloedprop
Waar de wand (endotheel) van het bloedvat beschadigd is vind adhesie van trombocyten plaats.
Von Willebrandfactor (vwf) is daarbij nodig voor de aanhechting van bloedplaatjes.
De trombocyten veranderen van vorm en scheiden vaat actieve stoffen af (serotonine) waardoor
aggregatie ontstaat + fibrine (bloedstollingseiwit) ontstaat er een prop.
Trombocyten aggregatie remmer
- Acetylsalicylzuur
- Carbasalaatcalcium (Ascal)
Bijwerking: maag/darm klachten
Coagulatie = bloedstolling
Het bloed verlaat vaatbed waardoor gelvorming optreedt (stolsel, fibrinedraden, trombocyten
(bloedplaatjes) en erytrocyten (rode bloedcel). Het afgescheiden vloeistof heet Serum.
Stolling en antistolling zijn normaal in evenwicht. Meer stolling: Trombose, minder stolling: spontane
bloedingen. Een goed stollingsproces omvat een groot aantal verbindingen (stollingsfactoren)
Stollingsfactoren:
- Door de lever gesynthetiseerde enzymen
- Stoffen die door beschadigd weefsel en trombocyten worden afgescheiden
- Calciumionen
Anticoagulatie
- Cumarinederivaten (breekt vitamine K af)
Acenocoumarol, kortwerkend INR normaal (2.5 – 4)
Fenprocoumon, langwerkend > 7.5 Spontane bloedingen
Bijwerking: Ontstaan bloedingen (dan vit K nemen) Vitamine K nemen.
- Heparine, direct werkend
Bijwerking: Ontstaan bloedingen
Stollingsproces
1. Vorming van protrombinase (protrombine wordt omgezet in trombine)
- Extrinsieke stolling: stof lekt vanuit beschadigde cellen buiten het bloedvat in het bloed
- Intrinsieke stolling: trombocyten komen in contact met basaalmembraan
2. Protrombinase stimuleert samen met Ca2+ de omzetting van protrombine in trombine
3. Trombine + Ca2+ zorgt ervoor dat het fibrinogeen wordt omgezet in fibrinemonomeren
4. Fibrinemonomeren worden aaneengekoppeld tot een fibrinepolymeer (onoplosbaar)
Dit draad sluit de trombus in
Antistolling
Om onnodige stolsels te voorkomen wordt het plasma-eiwit plasminogeen in het stolsel opgenomen.
Plasminogeen wordt omgezet in plasmine een enzym dat stolsels afbreekt.
1