VAN NATURALIA EN KUNST VAN 1500 TOT HEDEN
Introductie
- Verzamelingen = ‘groepen van voorwerpen uit de natuur of door mensen gemaakt die tijdelijk of
definitief buiten het circuit van economische activiteiten worden gehouden, een bijzondere
bescherming genieten en tentoongesteld worden
→ definitie van historicus en filosoof Krzysztof Pomian
- benoemt de aard van de voorwerpen van een verzameling slechts in algemene termen
- terwijl hij het doel van het bijeenbrengen ervan geheel onbenoemd laat
→ terecht: meest uiteenlopende voorwerpen worden verzameld om de meest uiteenlopende doelen
- Boek: ‘Kabinetten, galerijen en musea’
- gaat over de geschiedenis van het verzamelen van zowel voorwerpen van kunst als objecten uit het
rijk van de natuur
- het biedt een overzicht van de verschillende soorten collecties die in de loop van de eeuwen zijn
gevormd, maar kan door de omvang niet compleet zijn
o Eerste begrenzing: geografisch
→ verzamelingen buiten Europa blijven buiten beschouwing; het museum (uitgegroeid tot
het verzamelinstituut bij uitstek) is op Europese bodem ontstaan, in nauwe samenhang met
de hier gangbare beoefening en benadering van wetenschap en kunst
→ aandacht gaat vooral uit naar verzamelingen van vorsten, burgers en instituten in
Duitsland, Oostenrijk, Italië, Nederland, Frankrijk en Engeland
o Tweede afbakening: tijd
→ de oudste verzamelingen zijn die van 2 vorsten uit het Huis Valois: Karel V (koning van
Frankrijk) en zijn broer Joan (hertog van Berry): collecties dateren uit de 2de helft van de 14deE
→ de recentste verzamelingen zijn de collectiepresentaties van (laatste dencennia
– het Museum of Modern Art in New York
– het Musée National d’Art Moderne in het Centra Georges Pompidou in Parijs
– het Tate Modern in Londen
- in 15 hoofdstukken passeren in chronologische volgorde enkele mijlpalen van het verzameling in
West-Europa vanaf de middeleeuwen tot heden de revue
- aan de hand van representatieve voorbeelden worden de opvattingen over en de praktijk van het
verzamelen en presentere beschreven in samenhang met de ontwikkelingen in het denken over zowel
de kunst als de natuur
- telkens wordt gekeken naar de motieven die vorsten, overheden en particulieren om te verzamelen
- ook wordt aandacht besteed aan de functies die deze collecties geacht werden te vervullen
- de presentatiegeschiedenis loopt eveneens als een rode draad door het boek: omdat de functies niet
alleen kunnen worden afgelezen aan de wijzen waarop collecties worden samengesteld, maar ook aan
hoe ze worden geordend en tentoongesteld
→ nauw verbonden met de veranderende visie op de functie van het museum is het proces van
geleidelijke openbaarmaking dat in de verzamel- en museumgeschiedenis getraceerd kan worden
- Globaal zijn 2 typen verzamelingen te onderscheiden
o De encyclopedische verzameling (kwam in de 16de en 17de eeuw tot bloei, 1500-1800)
→ eerste 6 leereenheden
o De gespecialiseerde verzameling (na 1800, domineert de moderne tijd)
– het natuurhistorische museum
– het etnografische museum
– het kunstnijverheidsmuseum
– het kunstmuseum → leereenheid 7 - 12