Hoofdstuk 5: Blokken uit de sociologische blokkendoos
5.1 Sociaal handelen
Samenleven betekent ontmoeten. We zullen op elkaar reageren, ook al beperkt die reactie zich tot
een enkele blik of tot welbewust negeren. Het sociale feit dat wij samen met anderen leven, zorgt
er dus voor dat ons handelen zinvol betrokken is op dat van anderen. Ook niet-handelen kan sociaal
handelen zijn. Elkaar niet (willen, kunnen) ontmoeten is even cruciaal in het samenleven en dus
voor het sociale handelen van mensen als elkaar ontmoeten. Ontmoeten betekent vaak dat men een
persoonlijke ruimte creëert voor bewust handelen. Vaak is sociaal handelen een voorbereiding op
komende ontmoetingen.
Voor Weber valt niet alle handelen in de publieke ruimte onder het sociologische begrip ‘sociaal
handelen’. Hij gaat ervan uit dat handelen dat gericht is op objecten, geen sociaal handelen is, ook
wanneer dit sociaal is aangeleerd. Innerlijk gericht handelen, zoals mediteren of bidden, is voor
hem evenmin sociaal handelen.
Weber onderscheidt vier grondcategorieën van sociaal handelen: affectief, traditioneel,
waarderationeel en doelrationeel sociaal handelen. Affectief sociaal handelen (emotioneel sociaal
handelen) is handelen dat niet doelgericht is of refereert aan een waarde. Het is instinctief,
zintuigelijk, emotioneel of passioneel. Traditioneel sociaal handelen betreft quasi-automatisch
handelen, het onbewust volgen van diep ingewortelde gewoontes. Waarderationeel sociaal handelen
is geïnspireerd door de overtuiging dat handelen een intrinsieke betekenis bezig. Je handelt
waarderationeel omwille van het waardevolle van het handelen zelf, onafhankelijk van het
resultaat. Doelrationeel sociaal handelen is gericht op het systematisch verwezenlijken van
weloverwogen doelstellingen. Het is doelrationeel omdat niet enkel verschillende mogelijke
doelstellingen tegenover elkaar worden afgewogen, maar tegelijkertijd de middelen alsook
eventuele neveneffecten in functie van de gekozen doelstellingen tegen het licht worden gehouden.
De omkering van middel en doel kan in de twee richtingen gebeuren. Bij waarderationeel handelen
wordt het middel zelf doel en verdwijnt de oorspronkelijke doelstelling naar de achtergrond.
Meestal gebeurt het omgekeerde en dan gaat de waarde van het sociale handelen geleidelijk aan
verloren in het dwingende van het doel.
5.2 Interactie en communicatie
Interactie slaat op waarneembare handelingen, communicatie op de symbolische betekenissen die
we meestal toekennen aan dit handelen, maar dikwijls ook en zelfstandig bestaan leiden. Er
bestaan volgens Simmel een aantal patroonmatige bouwstenen van interactie en communicatie,
zoals wedijver, conflict en samenwerking, waarvan de concrete uitingen wel zullen verschillen
naargelang de particuliere situatie.
5.2.1 Interactie
Interactie heeft betrekking op waarneembare handelingen. Essentiële karakteristieken van
interactie zijn onder meer: wisselwerking, anticipatie en gemeenschappelijke interpretatie of
zingeving.
Een sociogram is de grafische voorstelling van de sociale banden die iemand heeft (Jacob L.
Moreno). Sociogrammen kunnen worden getekend op basis van diverse criteria. Via sociogrammen
en de eraan gekoppelde sociometrie kan worden nagegaan hoe vaak een welbepaalde interactie
plaatsvindt, wie het initiatief neemt, of het om een samenwerking dan wel om tegenwerking gaat.
Allerlei mechanismes ordenen de interactie. Erving Goffman noemt onder meer ‘beleefde
inatentie’, het onderscheid tussen ‘front stage’ en ‘back stage’, het afbakenen van persoonlijke
ruimte, ongerichte interacties en het tussen haakjes plaatsen (bracketing).
Over de fysieke afstand die tijdens de interactie moet worden bewaard bestaan door de band
gewoontes die vaak cultureel gedifferentieerd zijn. E.T. Hall onderscheidt vier zondes: de intieme
afstand (<30cm), de persoonlijke afstand (30-100cm), de sociale afstand (1-4m) en de publieke
afstand (>4m).