1. Ik ben het niet echt eens met zijn omschrijving van onmondigheid. Ik zou persoonlijk
onmondigheid omschrijving dat je nog te weinig kennis hebt om deel te nemen aan het
gesprek of een eigen mening te geven. Een mens heeft onmondigheid niet altijd aan zichzelf
te danken doordat sommige minder kennis hebben over een onderwerp en zo minder
kunnen toevoegen aan het onderwerp. Het vergt inderdaad moed om van je verstand te
bedienen doordat je moedig genoeg moet zijn om je kennis met anderen te delen en hun
iets (nieuw) bij te leren. Ik ken zowel in mijn school- als thuisomgeving een aantal mensen
die onmondig zijn. Ik vind niet dat ze plots mondiger moeten worden maar ik zou het wel
aangenamer vinden mochten zij soms wat meer mondiger zijn maar dat is aan hen de keuze.
2. Mij spreekt de hedendaagse vrijheid mij het meeste aan omdat ik vind dat iedereen zijn
eigen ding mag doen zonder vast te liggen aan wat er van hem/haar dagelijks verwacht
wordt.
3. Ik vind dat er zeker getwijfeld mag worden over nut en oorzaak van bepaalde regelingen. Er
moet blijven gediscussieerd worden over bepaalde regelingen, net zoals de
identificatieplicht. Alleen zo zal er 100% zekerheid en duidelijkheid komen over een
bepaalde regeling.
4. Ik zou Kant’s visie plaatsen in het verleden maar ook voor een stuk in onze tijd. Iedereen
heeft op dit moment vrijheid van spreken en denken en dat wordt ook zo naar de
buitenwereld getoond maar als we zeker willen zijn dan kunnen we het best over sommige
dingen twee keer nadenken voor we onze mening over een bepaald onderwerp geven.
5. Mondigheid kan zeker belangrijk zijn voor onze toekomstig beroep. Zo is het handig omdat
je dan inspraak kan hebben in het doen en laten binnen je beroep. Het kan ook nadelig zijn
om mondig te zijn binnen je beroep. Zo kunnen collega’s je anders gaan bekijken doordat
sommigen te mondig zijn binnen je beroep.
onmondigheid omschrijving dat je nog te weinig kennis hebt om deel te nemen aan het
gesprek of een eigen mening te geven. Een mens heeft onmondigheid niet altijd aan zichzelf
te danken doordat sommige minder kennis hebben over een onderwerp en zo minder
kunnen toevoegen aan het onderwerp. Het vergt inderdaad moed om van je verstand te
bedienen doordat je moedig genoeg moet zijn om je kennis met anderen te delen en hun
iets (nieuw) bij te leren. Ik ken zowel in mijn school- als thuisomgeving een aantal mensen
die onmondig zijn. Ik vind niet dat ze plots mondiger moeten worden maar ik zou het wel
aangenamer vinden mochten zij soms wat meer mondiger zijn maar dat is aan hen de keuze.
2. Mij spreekt de hedendaagse vrijheid mij het meeste aan omdat ik vind dat iedereen zijn
eigen ding mag doen zonder vast te liggen aan wat er van hem/haar dagelijks verwacht
wordt.
3. Ik vind dat er zeker getwijfeld mag worden over nut en oorzaak van bepaalde regelingen. Er
moet blijven gediscussieerd worden over bepaalde regelingen, net zoals de
identificatieplicht. Alleen zo zal er 100% zekerheid en duidelijkheid komen over een
bepaalde regeling.
4. Ik zou Kant’s visie plaatsen in het verleden maar ook voor een stuk in onze tijd. Iedereen
heeft op dit moment vrijheid van spreken en denken en dat wordt ook zo naar de
buitenwereld getoond maar als we zeker willen zijn dan kunnen we het best over sommige
dingen twee keer nadenken voor we onze mening over een bepaald onderwerp geven.
5. Mondigheid kan zeker belangrijk zijn voor onze toekomstig beroep. Zo is het handig omdat
je dan inspraak kan hebben in het doen en laten binnen je beroep. Het kan ook nadelig zijn
om mondig te zijn binnen je beroep. Zo kunnen collega’s je anders gaan bekijken doordat
sommigen te mondig zijn binnen je beroep.