Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting module 2: pathologie (alle leerstof)

Note
-
Vendu
-
Pages
35
Publié le
29-03-2023
Écrit en
2020/2021

In deze samenvatting kom je meer te weten over alle leerstof en onderwerpen van pathologie.












Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
29 mars 2023
Nombre de pages
35
Écrit en
2020/2021
Type
Resume

Aperçu du contenu

BELANGRIJKE LEERSTOF PATHOLOGIE (HC1 – HC7)
1. PATHOLOGIE: ZELFSTUDIE
GEZONDHEID EN ZIEKTE

 In een toestand van homeostase zorgen de orgaanstelsels dat de temperatuur, de
zuurtegraad (PH), de samenstelling van het bloed en het vochtgehalte van het lichaam
binnen bepaalde waarden liggen.

VERSCHIJNSELEN VAN ZIKETEN

 Asymptomatisch = zonder ziekteverschijnselen (Chlamydia).
 Syndroom = combinatie van eenzelfde symptomen (syndroom van Down).

LICHAMELIJK ONDERZOEK

 Auscultatie = gaat het meer om de longen, hart en darmen.
 Percussie = door het lichaam te bekloppen.
 Vitale functies = essentieel voor het behouden van het leven (pols, ademhaling,
bloeddruk & temperatuur).

ZIEKTEVERLOOP

 Als diagnose is gesteld kan de arts een prognose geven.
 Remissie = een periode waarin symptomen van een chronische ziekte verminderen.
 Exacerbatie = als de symptomen van de ziekte in alle hevigheid terugkeren.
 Recidief = wanneer een ziekte weken of maanden na een remissie weer de kop op
steken.

MORBIDITEIT

 Mortaliteit = een maat voor het leven.
 Morbiditeit = de mate van voorkomen.
 Multimorbiditeit = het voorkomen van twee of meer stoornissen of aandoening bij een
persoon.
 Incidentie = het aantal nieuwe gevallen van een bepaald tijdstip in een bepaalde periode.
 Prevalentie = Aantal ziektegevallen op een bepaald tijdstip in een bepaalde populatie
weer.

, OORZAKEN VAN ZIEKTEN

 Etiologie = de leer van ziekteoorzaken.
 Pathogenese = over het ontstaansmechanisme van een ziekte.
 Idiopathisch = als de oorzaak van een ziekte niet bekend is.

DE BEHANDELING

 Curatief = gericht op genezing.
 Palliatief = gericht op behoud van kwaliteit van leven.



2. HC1: AANDOENINGEN VAN HET AFWEERSYSTEEM
 Het immuunsysteem of afweersysteem beschermt het lichaam tegen ziekten, door
onderscheid te maken tussen lichaamsvreemd en lichaamseigen.
 Antigeen = lichaamsvreemde stof, deze activeert ons afweersysteem.

PROCES LYMFESTELSEL

 De lymfe worden via de lymfevaten naar het hart getransporteerd en worden gefilterd in
de lymfeklieren.
 Bacteriële, virussen en andere ziekteverwekkers worden onschadelijk gemaakt door de
macrofagen.
 Afvalstoffen worden uit de lymfe verwijderd.
 Tijdens een infectie ontstaat er een zwelling van de lymfeklieren, deze is het gevolg van
de filterfunctie.
 In de lymfeklieren gaan de aanwezige lymfocyten zich vermenigvuldigen.
 De lymfocyten spelen een belangrijke rol bij de specifieke immuniteit.




ASPECIFIEKE AFWEERSYSTEEM

 Dit is altijd aanwezig en beschermt het lichaam tegen allee mogelijke schadelijke
invloeden (= aangeboren afweersysteem).

, Voorkomt dat ziekteverwekkende pathogenen het lichaam kunnen binnendringen en
zich daar verspreiden.
 Fysieke & chemische barrière: de huid & slijmvliezen vormen de eerste
verdedigingslinie.
 Leukocyten = witte bloedcellen: vormen de tweede verdedigingslinie. Ze gaan ander
lichaamsvreemd materiaal onschadelijk maken, door ze insluiten en te verteren.
 De aard van de lichaamsvreemde stof doet er niet toe en het maakt ook niet uit of het
lichaam al eerder in aanraking is geweest met een pathogeen.
 Complementsysteem: bestaat uit eiwitten die een rol spelen bij de vernietiging van
vreemde stoffen. De activering van dit systeem resulteert in een opeenvolging van
reacties die leiden tot het uiteenvallen van het celmembraan van de bacterie.
 Natural killer-cellen: scheiden een chemische stof (perofine) af, die het celmembraan van
vreemde cellen beschadigd, waardoor deze kapot gaan (kunnen tumorcellen herkennen
en vernietigen in de perifere weefsels).
 Interferonen: deze gaan het afweersysteem stimuleren en de vermenigvuldiging van
virussen remmen. Ze stimuleren ook de werking van macrofagen en natural killer-cellen.
 Koorts: remt de vermenigvuldiging van sommige pathogenen, versterkt effect
Interferonen, versnelt weefsel herstel, stimuleert fagocytose en de productie van
antilichamen.
 Ontstekingsreactie: deze is nuttig het is een reactie van het lichaam op de
weefselbeschadiging.
 Ontstekingsreacties: roodheid (rubor), warmte (calor), zwelling (tumor), pijn (dolor) en
verlies van functie (functio laese).
 Histamine en bradykinine = ontstekingsmediatoren. Deze zijn verantwoordelijk voor
vasodilatatie (verwijding van de bloedvaten) en een verhoogde permeabiliteit
(doorlaatbaarheid) van de vaatwanden in de omgeving.
 Pus wordt gevormd door dode celresten en neutrofiele granulocyten.




SPECIFIEK AFWEERSYSTEEM

 Dit is de verworven immuniteit = heeft een geheugen. Wordt pas actief als lichaam voor
het eerst in contact komt een gesteld antigeen.
 Humorale immuniteit/afweersysteem: berust op de vorming van antistoffen, deze zijn
eiwitten die worden aangemaakt door B-lymfocyten.

,  Antistoffen beschermen het lichaam tegen extracellulaire pathogene, zoals bacteriën.
 IgG: afweer tegen virussen en bacteriën
 IgE: spelen een rol bij de allergische reacties
 B-geheugencellen: verantwoordelijk voor krachtige en snelle immuunrespons tijdens
een volgende blootstelling aan het antigeen.
 Cellulaire immuniteit: biedt bescherming tegen virussen en lichaamsvreemde cellen. Het
is verantwoordelijk voor de afstoting van weefsel – en orgaantransplantaten.
 T-lymfocyten: deze zij verantwoordelijk voor de cellulaire immuniteit . ze zorgen
rechtstreeks voor de vernietiging van de indringer.
 T-helper cellen worden geactiveerd als zij in aanraking komen met een door een fagocyt
opgenomen antigeen. Ze bevorderen de fagocytose en stimuleren cytotoxische T-cellen
en natural killer cellen.
 T-geheugencellen = speciale T-lymfocyten, die worden gevormd na het eerste contact
met een antigeen. Ze zorgen ervoor dat de immuniteit reactie sneller opgang komt.

VACCINATIE

 Actieve vaccinatie = maakt de ontvanger antistoffen aan door verzwakte micro-
organisme toe te dienen.
 Passieve vaccinatie = een rechtstreekste toediening van antistoffen (kortdurend).

LYMFESTELSEL

 Bestaat uit cellen, weefsels en organen. Ze zijn verantwoordelijk voor
verdediging/afweer van ons lichaam tegen ziekteverwekkers.
 Begint in de lymfevaten en eindigt in de groter anders of venen.
 Lymfevaten  lymfebanen  lymfeklieren
 Lymfevocht komt terecht in twee grote verzamel vaten achter her sleutelbeen, in het
veneuze systeem terecht  gezuiverde lymfe wordt zo terug in de bloedsomloop
opgenomen.
 Lymfevatenstelsel: bestaat uit lymfevocht, lymfevaten, lymfeklieren en lymfoïde. Het
zorgt voor de afvoer van overtollig vocht uit weefsel.

ALLERGIE

 Het is een abnormale en overdreven reactie van het immuunsysteem. Er si sprake van
overgevoeligheid of hypersensitief.
 Allergeen = als er een onschuldig antigeen een allergische reactie veroorzaakt (stuifmeel,
huisstofmijt, voedingsmiddel, …)
€7,99
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
jyttevanwemmel

Document également disponible en groupe

Thumbnail
Package deal
Samenvattingen module 2: pathologie
-
10 2023
€ 73,90 Plus d'infos

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
jyttevanwemmel Arteveldehogeschool
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
1
Membre depuis
2 année
Nombre de followers
0
Documents
158
Dernière vente
1 année de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions