Lesweek 1 Budgetteren
Planning & control: PDAC (plan – do – act – check)
Soll-situatie: hoe het zou moeten zijn
IST- situatie: werkelijkheid
Budgetteren: plannen in vastleggen
Strategie is op lange termijn, budgetteren is op korte termijn
Soorten budgetten:
- Capital budget
- Master budget budgetten voor komend jaar (november, december)
- Rolling budget tussentijds budgetteren, budget bijstellen naar boven of naar beneden
Operating budget: het afstemmen van alle werkzaamheden van alle afdelingen
- sales
- operationele kosten
- inkopen
- resultatenrekening
Financial budget: financiën die worden begroot
- liquiditeit
- investeringen
- balans
!! BLZ 224 van je boek !!
Afzet + eindvoorraad -/- beginvoorraad = wat je gaat produceren
Responsibility centers:
- Managers verantwoordelijk voor budgetten. Beïnvloedbaarheid niet verantwoordelijk voor
onderdelen die niet beïnvloedbaar zijn.
- Responsibility center:
- Onderdeel van een organisatie waar manager verantwoordelijk voor is.
- Hoe hoger het management, hoe meer verantwoordelijkheden
- Realisatie vergeleken met budget responsibility center
- Doelcongruentie bevorderen: iedereen in organisatie handelt in belang van organisatie,
richting organisatiedoelstellingen
1) Cost center – verantwoordelijk voor bepaalde kosten
Productie
- Relatie tussen input en output duidelijk vast te stellen harde normen
- Standaardkosten versus werkelijke kosten ookwel het efficiencyverschil
R&D, facilitaire dienst en administratie
- geen concrete output in Euro’s
- geen duidelijke relatie input – output
- toch beheersen o.b.v. kosten: succesvol taken uitvoeren binnen gebudgetteerde kosten. Er
is geen standaard om efficiency te bepalen
2) Revenue center – verantwoordelijk voor opbrengsten
, Bijv. verkoopmanager of manager fondsenwerving
3) Profit center – verantwoordelijk voor kosten en opbrengsten
Verantwoordelijk voor de winst maar niet voor investeringen
Grotere ondernemingen
Manager kunnen zowel opbrengsten als kosten beïnvloeden
4) Investment center – verantwoordelijk voor investeringen, opbrengsten en kosten
Verantwoordelijk voor winst en de daarvoor gebruikte activa om winst te genereren.
Indien veel kapitaal gebruikt in organisaties is het niet verstandig om alleen naar de winst te
kijken
Niet-financiële maatstaven zijn altijd nodig voor de focus op lange termijn!
Financiële maatstaven zijn voor korte termijn visie.
Lesweek 2 – hfst 7
Flexible budget, direct costs variance and management control
Verschillen analyse
Management verantwoordelijk voor verschil tussen budget en realisatie. Verschil dient als:
Vroegtijdige waarschuwing (tijdig bijsturen of kansen benutten)
Performance evaluation/prestatiebeoordeling (juiste beloningsbasis belangrijk)
Strategie evalueren (kredietcrisis, coronacrisis, benchmark,omgevingsanalyse)
Controllability (beheersbaarheid)
Managers moeten maatstaven waar zij verantwoordelijk voor worden gehouden kunnen
beïnvloeden (motivatie)
Budgetary slack:
- Opbrengsten budget te laag en de kostenbudget te hoog. Makkelijk haalbaar om bonus te
krijgen.
- Nooit alleen budget als evaluatiemodel maar meerdere maatstaven:
- Balanced Score Card
- Branchegegevens en/of gegevens van concurrenten
Doelen verschillenanalyse
Continue verbetering: oorzaken van verschillen vaststellen, verbeteringen doorvoeren en
meten of ze effect hebben gehad
Prestatiemeting: verantwoordelijkheid richting managers.
Lerende organisatie: handelen van managers verbeteren
Financiële en niet-financiële maatstaven
Benchmarking
Statisch budget: het budget gebaseerd op één afzet niveau (vooraf)
- Werkelijke resultaten -/- statisch budget = winst is hoger of lager dan gebudgetteerd
Flexibel budget: Opbrengsten en kostenbudgetten worden omgerekend naar de werkelijke afzet in
de budgetperiode
Planning & control: PDAC (plan – do – act – check)
Soll-situatie: hoe het zou moeten zijn
IST- situatie: werkelijkheid
Budgetteren: plannen in vastleggen
Strategie is op lange termijn, budgetteren is op korte termijn
Soorten budgetten:
- Capital budget
- Master budget budgetten voor komend jaar (november, december)
- Rolling budget tussentijds budgetteren, budget bijstellen naar boven of naar beneden
Operating budget: het afstemmen van alle werkzaamheden van alle afdelingen
- sales
- operationele kosten
- inkopen
- resultatenrekening
Financial budget: financiën die worden begroot
- liquiditeit
- investeringen
- balans
!! BLZ 224 van je boek !!
Afzet + eindvoorraad -/- beginvoorraad = wat je gaat produceren
Responsibility centers:
- Managers verantwoordelijk voor budgetten. Beïnvloedbaarheid niet verantwoordelijk voor
onderdelen die niet beïnvloedbaar zijn.
- Responsibility center:
- Onderdeel van een organisatie waar manager verantwoordelijk voor is.
- Hoe hoger het management, hoe meer verantwoordelijkheden
- Realisatie vergeleken met budget responsibility center
- Doelcongruentie bevorderen: iedereen in organisatie handelt in belang van organisatie,
richting organisatiedoelstellingen
1) Cost center – verantwoordelijk voor bepaalde kosten
Productie
- Relatie tussen input en output duidelijk vast te stellen harde normen
- Standaardkosten versus werkelijke kosten ookwel het efficiencyverschil
R&D, facilitaire dienst en administratie
- geen concrete output in Euro’s
- geen duidelijke relatie input – output
- toch beheersen o.b.v. kosten: succesvol taken uitvoeren binnen gebudgetteerde kosten. Er
is geen standaard om efficiency te bepalen
2) Revenue center – verantwoordelijk voor opbrengsten
, Bijv. verkoopmanager of manager fondsenwerving
3) Profit center – verantwoordelijk voor kosten en opbrengsten
Verantwoordelijk voor de winst maar niet voor investeringen
Grotere ondernemingen
Manager kunnen zowel opbrengsten als kosten beïnvloeden
4) Investment center – verantwoordelijk voor investeringen, opbrengsten en kosten
Verantwoordelijk voor winst en de daarvoor gebruikte activa om winst te genereren.
Indien veel kapitaal gebruikt in organisaties is het niet verstandig om alleen naar de winst te
kijken
Niet-financiële maatstaven zijn altijd nodig voor de focus op lange termijn!
Financiële maatstaven zijn voor korte termijn visie.
Lesweek 2 – hfst 7
Flexible budget, direct costs variance and management control
Verschillen analyse
Management verantwoordelijk voor verschil tussen budget en realisatie. Verschil dient als:
Vroegtijdige waarschuwing (tijdig bijsturen of kansen benutten)
Performance evaluation/prestatiebeoordeling (juiste beloningsbasis belangrijk)
Strategie evalueren (kredietcrisis, coronacrisis, benchmark,omgevingsanalyse)
Controllability (beheersbaarheid)
Managers moeten maatstaven waar zij verantwoordelijk voor worden gehouden kunnen
beïnvloeden (motivatie)
Budgetary slack:
- Opbrengsten budget te laag en de kostenbudget te hoog. Makkelijk haalbaar om bonus te
krijgen.
- Nooit alleen budget als evaluatiemodel maar meerdere maatstaven:
- Balanced Score Card
- Branchegegevens en/of gegevens van concurrenten
Doelen verschillenanalyse
Continue verbetering: oorzaken van verschillen vaststellen, verbeteringen doorvoeren en
meten of ze effect hebben gehad
Prestatiemeting: verantwoordelijkheid richting managers.
Lerende organisatie: handelen van managers verbeteren
Financiële en niet-financiële maatstaven
Benchmarking
Statisch budget: het budget gebaseerd op één afzet niveau (vooraf)
- Werkelijke resultaten -/- statisch budget = winst is hoger of lager dan gebudgetteerd
Flexibel budget: Opbrengsten en kostenbudgetten worden omgerekend naar de werkelijke afzet in
de budgetperiode