thema 5 : chromosomale mechanismen van overerving
1 MENDELIAANSE OVERERVING
- Erfelijke kenmerken = kenmerken die door de ouders aan hun kinderen worden doorgegeven (ogen)
- Overerving = het overgaan van kenmerken van de ene generatie naar de andere generatie
- Erfelijkheidsleer of genetica = de wetenschap die het mechanisme van de overerving bestudeerd
1.1 Kruisingen met erwtenplanten
- Kruising = als 2 organismen die in 1 of meer kenmerken van elkaar verschillen, zich onderling geslachtelijk
voortplanten
- 1e wetmatigheden in overerving ontdekt door Gregor Mendel
o Voert kruisingen uit met versch erwtenrassen vd soort: Pisum sativum
- Overervingswetten = wetten die de hoekstenen van de mendeliaanse overerving vormen
- Kenmerken erwtenplanten
o Kenmerk gemakkelijk waarneembaar
o Produceren groot nageslacht
o Zelfbestuiving = het stuifmeel komt terecht op de stempel van dezelfde bloem
o Experimenteel te kruisen: meeldraden wegknippen om zelfbestuiving te verhinderen & stuifmeel
andere bloem op stempel van andere bloem gebracht
- Zaadvaste erwtenplanten = planten die door zelfbestuiving nakomelingen geven met precies dezelfde
kenmerken als de ouderplanten
1.2 Monohybride kruisingen
- Monohybride kruisingen = kruisingen tussen 2 organismen, waarbij men let op de overerving van 1 erfelijk
kenmerk ( alle andere kenmerken worden buiten beschouwing gelaten)
- Hybride = verwijst naar elke nakomeling van 2 ouders die minstens 1 kenmerk van elkaar verschillen
-
1.2.1 Monohybride kruisingen met dominante overerving
Kruisingsexperimenten van Mendel:
Stap 1: kruising van parentele generatie
- Ouderlijke of parentale generatie = plant met gele en plant met groene zaden (P)
- Kruising tss planten met gele en groene zaden
- Na bevruchting, zaadvorming en kieming gele zaden
- Deze planten = nakomelingen of hybriden van de eerste generatie (F1)
- Dominant = overheersen
- Recessief = onderdrukten
Stap 2: zelfbestuiving van de F1-generatie
- F1-generatie zelfbestuiving
- Na bevruchting, zaadvorming en kieming tweede generatie nakomelingen ( F2)
- ¾ geel en ¼ groen
- Verhouding of frequentie 3:1
Biologie: thema 5: chromosomale mechanismen van overerving Pagina 1
1 MENDELIAANSE OVERERVING
- Erfelijke kenmerken = kenmerken die door de ouders aan hun kinderen worden doorgegeven (ogen)
- Overerving = het overgaan van kenmerken van de ene generatie naar de andere generatie
- Erfelijkheidsleer of genetica = de wetenschap die het mechanisme van de overerving bestudeerd
1.1 Kruisingen met erwtenplanten
- Kruising = als 2 organismen die in 1 of meer kenmerken van elkaar verschillen, zich onderling geslachtelijk
voortplanten
- 1e wetmatigheden in overerving ontdekt door Gregor Mendel
o Voert kruisingen uit met versch erwtenrassen vd soort: Pisum sativum
- Overervingswetten = wetten die de hoekstenen van de mendeliaanse overerving vormen
- Kenmerken erwtenplanten
o Kenmerk gemakkelijk waarneembaar
o Produceren groot nageslacht
o Zelfbestuiving = het stuifmeel komt terecht op de stempel van dezelfde bloem
o Experimenteel te kruisen: meeldraden wegknippen om zelfbestuiving te verhinderen & stuifmeel
andere bloem op stempel van andere bloem gebracht
- Zaadvaste erwtenplanten = planten die door zelfbestuiving nakomelingen geven met precies dezelfde
kenmerken als de ouderplanten
1.2 Monohybride kruisingen
- Monohybride kruisingen = kruisingen tussen 2 organismen, waarbij men let op de overerving van 1 erfelijk
kenmerk ( alle andere kenmerken worden buiten beschouwing gelaten)
- Hybride = verwijst naar elke nakomeling van 2 ouders die minstens 1 kenmerk van elkaar verschillen
-
1.2.1 Monohybride kruisingen met dominante overerving
Kruisingsexperimenten van Mendel:
Stap 1: kruising van parentele generatie
- Ouderlijke of parentale generatie = plant met gele en plant met groene zaden (P)
- Kruising tss planten met gele en groene zaden
- Na bevruchting, zaadvorming en kieming gele zaden
- Deze planten = nakomelingen of hybriden van de eerste generatie (F1)
- Dominant = overheersen
- Recessief = onderdrukten
Stap 2: zelfbestuiving van de F1-generatie
- F1-generatie zelfbestuiving
- Na bevruchting, zaadvorming en kieming tweede generatie nakomelingen ( F2)
- ¾ geel en ¼ groen
- Verhouding of frequentie 3:1
Biologie: thema 5: chromosomale mechanismen van overerving Pagina 1