Hoofdstuk 1: omkadering en primaire preventie
1. Geweld
What’s in a name
De focus ligt vooral op interpersoonlijk geweld
= het opzettelijk gebruik van fysieke kracht of macht, bedreigd of werkelijk, tegen
zichzelf, tegen een ander persoon, of tegen een groep of gemeenschap, dat ofwel
resulteert in of heeft een hoge waarschijnlijkheid van resulterend in letsel, dood,
psychische schade, verstoorde ontwikkeling of ontbering (WHO)
= opzettelijk karakter wordt hierin benadrukt! De pleger heeft een bepaald doel voor
ogen.
We zullen het ook hebben over collectief geweld
= meerdere daders
= zoals oorlog, terrorisme, opstand, bendes, …
= andere (maatschappelijke) factoren spelen hier ook een rol + individuele kenmerken
maakt het complexer naar preventie toe
Opdeling van verschillende geweldsfenomenen op verschillende niveaus (WHO,
2021)
Prevalentie
USA: +/- 60.000 doden per jaar ( veroorzaakt ontelbare trauma’s)
Wereldwijd: > 1 miljoen doden per jaar (enorme impact) (= geweldepidemie)
, GROOT DARK NUMBER (zichtbaar versus onzichtbaar)
Dat heeft te maken met de bereidheid tot disclosure (= bereidheid van SLA om
stappen te ondernemen)
Cijfers kunnen zowel over-als onderschatting zijn -> hangt af van de vraagstelling
Zie ook: zekere moeheid, grote focus op bepaald fenomeen = overrepresentatie,
valse aanklachten
Het sociaal-ecologisch model
Hoe kunnen we geweld kaderen? Vanwaar komt geweld? Welke factoren hebben een
invloed op geweld?
Geweld is een product van diverse invloeden op gedrag gesitueerd op verschillende
niveaus:
- Maatschappij
- Gemeenschap
- Relatie
- Individu
= we moeten dit zien als een interactie tussen
individuele en contextuele factoren
1. Individueel niveau
Er zijn verschillende factoren die specifiek aan het individu zijn gelinkt, die het risico op
gewelddadig gedrag verhogen.
- Biologische factoren (bv. na ongeval)
- Demografische factoren (bv. geslacht)
- Persoonlijkheidskenmerken (bv. empathieloos, borderline)
- Gedragskenmerken (bv. impulsiviteit)
2. Relationeel niveau
- Proximale relaties (= nauw contact met mogelijke pleger – bv. vrienden, familie,
collega’s)
3. Gemeenschapsniveau
- In welke context zijn de relaties ingebed?
- Zie bv. scholen, leefgemeenschap, veel werkloosheid, drugs, dichtheid, sociale
isolatie in buurt?
4. Maatschappelijk niveau
- Hoe de MS staat ten aanzien van gewelddadig gedrag
- Normen en waarden van MS spelen grote rol
- Op verschillende domeinen kan risico verlaagd worden: GZ, opleiding, economie,
beleid, …
1. Geweld
What’s in a name
De focus ligt vooral op interpersoonlijk geweld
= het opzettelijk gebruik van fysieke kracht of macht, bedreigd of werkelijk, tegen
zichzelf, tegen een ander persoon, of tegen een groep of gemeenschap, dat ofwel
resulteert in of heeft een hoge waarschijnlijkheid van resulterend in letsel, dood,
psychische schade, verstoorde ontwikkeling of ontbering (WHO)
= opzettelijk karakter wordt hierin benadrukt! De pleger heeft een bepaald doel voor
ogen.
We zullen het ook hebben over collectief geweld
= meerdere daders
= zoals oorlog, terrorisme, opstand, bendes, …
= andere (maatschappelijke) factoren spelen hier ook een rol + individuele kenmerken
maakt het complexer naar preventie toe
Opdeling van verschillende geweldsfenomenen op verschillende niveaus (WHO,
2021)
Prevalentie
USA: +/- 60.000 doden per jaar ( veroorzaakt ontelbare trauma’s)
Wereldwijd: > 1 miljoen doden per jaar (enorme impact) (= geweldepidemie)
, GROOT DARK NUMBER (zichtbaar versus onzichtbaar)
Dat heeft te maken met de bereidheid tot disclosure (= bereidheid van SLA om
stappen te ondernemen)
Cijfers kunnen zowel over-als onderschatting zijn -> hangt af van de vraagstelling
Zie ook: zekere moeheid, grote focus op bepaald fenomeen = overrepresentatie,
valse aanklachten
Het sociaal-ecologisch model
Hoe kunnen we geweld kaderen? Vanwaar komt geweld? Welke factoren hebben een
invloed op geweld?
Geweld is een product van diverse invloeden op gedrag gesitueerd op verschillende
niveaus:
- Maatschappij
- Gemeenschap
- Relatie
- Individu
= we moeten dit zien als een interactie tussen
individuele en contextuele factoren
1. Individueel niveau
Er zijn verschillende factoren die specifiek aan het individu zijn gelinkt, die het risico op
gewelddadig gedrag verhogen.
- Biologische factoren (bv. na ongeval)
- Demografische factoren (bv. geslacht)
- Persoonlijkheidskenmerken (bv. empathieloos, borderline)
- Gedragskenmerken (bv. impulsiviteit)
2. Relationeel niveau
- Proximale relaties (= nauw contact met mogelijke pleger – bv. vrienden, familie,
collega’s)
3. Gemeenschapsniveau
- In welke context zijn de relaties ingebed?
- Zie bv. scholen, leefgemeenschap, veel werkloosheid, drugs, dichtheid, sociale
isolatie in buurt?
4. Maatschappelijk niveau
- Hoe de MS staat ten aanzien van gewelddadig gedrag
- Normen en waarden van MS spelen grote rol
- Op verschillende domeinen kan risico verlaagd worden: GZ, opleiding, economie,
beleid, …