H1
Indemniteitsbeginsel: een verzekerde mag er door een schade niet op vooruit gaan.
Oververzekering: de verzekeringnemer heeft meer verzekerd dan de werkelijke waarde van het
object.
Onderverzekering: de verzekerde som is lager dan de bij de schade vastgestelde werkelijke waarde.
Dubbele verzekering (samenloop): een object is verzekerd op twee verzekeringen.
De premie voor schadeverzekeringen is opgebouwd uit:
Risicopremie
Polis-, incasso- en administratiekosten
Provisie
Winst
Reservering onvoorziene uitgaven
Assurantiebelasting
Totaalpremie = kale premie x 21% assurantiebelasting
Een aantal verzekeringsvormen is vrijgesteld van assurantiebelasting. Dat geldt onder meer voor
levensverzekeringen, ongevallen-, invaliditeits- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, maar ook
voor transportverzekeringen en je zorgverzekering.
Onopzegbare polis: de verzekering kan niet door de verzekeraar worden opgezegd, wel door de
verzekeringnemer (persoonsverzekeringen).
Rechtstreekse verkoop: de aanbieder van een financieel product verkoopt dit product zelf aan de
klant.
Tabel 1: Soorten bemiddelaars (blz. 18)
, H2
Eerstelijnszorg: de zorg waarvan iedereen gebruik van kan maken zonder verwijzing.
Tweedelijnszorg: de zorg van alle zorgverleners waarvoor een verwijzing nodig is.
Wet langdurige zorg (Wlz): regelt zorg en verblijf voor mensen die 24 uur per dag intensieve zorg en
toezicht in de buurt nodig hebben.
Deze zorg kan op vier manieren worden geleverd:
Zorg in Natura (ZIN); men woont in een instelling voor zorg met verblijf.
Volledig pakket thuis (vpt); men krijgt een volledig pakket thuis van een zorginstelling.
Modulair pakket thuis (mpt); een deel van de zorg wordt geleverd door een zorginstelling en
het andere deel wordt zelf geregeld met het persoonsgebonden budget.
Maaltijden en hulp bij het huishouden vallen niet onder het mpt.
Persoonsgebonden budget (pgb); men organiseert zelf de zorg en kiest zelf voor de
verschillende zorgverleners.
Jeugdwet: jeugdzorg voor kinderen en jongeren tot 18 jaar.
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo):
Een wet die wordt uitgevoerd door gemeenten. Het doel van de wet is om mensen zo goed mogelijk
in staat te stellen om deel te nemen aan de samenleving. Gemeenten zijn verplicht om de
beperkingen die mensen hebben, te compenseren door voorzieningen aan te bieden. Burgers
hebben daarbij de keuze tussen hulp in natura of een persoonsgebonden budget (pgb), waarmee zelf
zorg of hulp kan worden ingekocht.
Maatwerkvoorziening: een voorziening om de zorgbehoevende in staat te stellen voor zichzelf te
zorgen.
Zorgverzekeringswet (Zvw): de wet stelt een zorgverzekering verplicht voor iedereen die verzekerd is
voor de Wlz.
Het Besluit zorgverzekering (Bzv): een algemene maatregel van bestuur (AMvB).
In het Bzv wordt invulling gegeven aan:
de dekking van de zorgverzekering, de zogenaamde te verzekeren prestaties
de zorgkosten waarvoor eigen bijdragen gelden
de zorgkosten die wel en niet onder het zogenaamde verplicht eigen risico vallen
De Regeling zorgverzekering (Rzv): een ministeriële regeling (MR).
In de Rzv staan:
nadere bepalingen en details van de te verzekeren prestaties die in het Bzv staan
de hoogtes van eigen bijdragen
Zorginstituut: een advies- en uitvoeringsorganisatie voor de Zvw en de Wlz.
Nationaal Contactpunt (NCP): biedt algemene informatie aan patiënten die in een ander EU-land een
medische behandeling willen ondergaan.