BEGRIPPENLIJST SOCIOLOGIE
H1 Wat bestudeert de sociologie
Circulaire causaliteit Mensen maken hun sociale context én worden er tezelfdetijd door bepaald
Het systeem De gemeenschap
De actor Individuen en groepen die sociaal handelen
Sociaal handelen Handelen gericht op ‘de ander’ -> in toekomst, heden en verleden
Looking glass self Hoe we onszelf zien, hangt af van betekenis die we geven aan wat we zien,
hoe we ons gedrag hierop zullen aanpassen
Thomas-theorema Mensen definiëren een situatie, interpreteren het gedrag van anderen en obv
deze subjectieve betekenis stemmen ze hun eigen gedrag af
Stereotypes Versimpelen van complexiteit om snel en adequaat te handelen
Vooroordelen Toevoegen van waardeoordeel aan stereotypes
Discriminatie Positieve of negatieve discriminatie: denkel obv categorisering gedrag laten
afhangen
Self-fulfilling-prophecy Voorspellingen komen uit omdat ze als voorspelling gedrag actor bepalen
Perverse effecten Effecten SH die door actoren zowel onbedoeld als ongewenst zijn maar
ontstaan door samenspel interacties
Matheus-effect Rijker worden rijker, armer worden armer
Gentrificatie Jonge gezinnen wonen in multiculturele betaalbare buurten, organisaties
doet stad herleven
Conformisme Als individu akkoord gaat met doelen en beschikt over institutioneel
aanvaarde middelen om die te realiseren
Innovatie Individu streeft doelen na, maar beschikt niet over legitiemele middelen
Ritualisme Individu zich houdt aan maatschappij aanvaarde middelen, maar voelig heeft
verloren met doelstellingen
Retraitisme Situatie waarin individu geen voeling heeft met doelstelling
Rebellie Gekenmerkt door streven nieuwe doelen die algemeen gangbare afgkeurde
doelstellingen moeten vervangen
Ecologische fout Resultaat onderzoek op meso- macroniveau gebruiken om uitspraken op
microniveau te doen
Aggregaat niveau Over samenhang tsn 2 structurele kenmerken
Atomistische fout Vaststellingen bij individuen doortrekken naar hele groepen &
samenlevingen, veralgemenen
H1 Wat bestudeert de sociologie
Circulaire causaliteit Mensen maken hun sociale context én worden er tezelfdetijd door bepaald
Het systeem De gemeenschap
De actor Individuen en groepen die sociaal handelen
Sociaal handelen Handelen gericht op ‘de ander’ -> in toekomst, heden en verleden
Looking glass self Hoe we onszelf zien, hangt af van betekenis die we geven aan wat we zien,
hoe we ons gedrag hierop zullen aanpassen
Thomas-theorema Mensen definiëren een situatie, interpreteren het gedrag van anderen en obv
deze subjectieve betekenis stemmen ze hun eigen gedrag af
Stereotypes Versimpelen van complexiteit om snel en adequaat te handelen
Vooroordelen Toevoegen van waardeoordeel aan stereotypes
Discriminatie Positieve of negatieve discriminatie: denkel obv categorisering gedrag laten
afhangen
Self-fulfilling-prophecy Voorspellingen komen uit omdat ze als voorspelling gedrag actor bepalen
Perverse effecten Effecten SH die door actoren zowel onbedoeld als ongewenst zijn maar
ontstaan door samenspel interacties
Matheus-effect Rijker worden rijker, armer worden armer
Gentrificatie Jonge gezinnen wonen in multiculturele betaalbare buurten, organisaties
doet stad herleven
Conformisme Als individu akkoord gaat met doelen en beschikt over institutioneel
aanvaarde middelen om die te realiseren
Innovatie Individu streeft doelen na, maar beschikt niet over legitiemele middelen
Ritualisme Individu zich houdt aan maatschappij aanvaarde middelen, maar voelig heeft
verloren met doelstellingen
Retraitisme Situatie waarin individu geen voeling heeft met doelstelling
Rebellie Gekenmerkt door streven nieuwe doelen die algemeen gangbare afgkeurde
doelstellingen moeten vervangen
Ecologische fout Resultaat onderzoek op meso- macroniveau gebruiken om uitspraken op
microniveau te doen
Aggregaat niveau Over samenhang tsn 2 structurele kenmerken
Atomistische fout Vaststellingen bij individuen doortrekken naar hele groepen &
samenlevingen, veralgemenen