SAMENVATTING FYSIOLOGIE
1
,Hoofdstuk 1: inleiding
1.1 Lichaamscompartimenten
Lichaam, organen, cellen= compartimenten gescheiden door membranen
Intracellulaire ruimte
Plasmamembraan
Extracellulaire ruimte
Interstitium (bloedcellen)
Bloedplasma
Samenstelling van de compartimenten= behouden
Permeabiliteits- en transporteigenschappen van membranen
Eigenschappen van fosfolipiden laag
1.2 Vochtcompartimenten
a. Samenstelling
40% lichaamsgewicht= intracellulair
20% lichaamsgewicht= extracellulair
- 5% lichaamsgewicht bloedplasma
- 15% lichaamsgewicht interstitieel vocht
Kleine verschillen in concentratie
van lading => potentiaalverschillen
Membraanpotentiaal= binnenzijde
is negatiever dan buitenzijde
2
, b. Uitwisseling
Uitwisseling tussen de verschillende compartimenten:
- Water
- Ionen
- Moleculen met signalisatie/metabole functies
Samenstelling van de compartimenten CONSTANT
Homeostase = constant houden van een lichaamstoestand door regelsystemen
Allostase= constant houden van een lichaamstoestand door verandering
! Minste vocht in beenderen
! Meeste vocht in hersenen
! Kinderen hebben grotere waterinhoud, ze verliezen meer door grotere
oppervlakte/volume verhouding
Hoofdstuk 2: overzicht transporten
Membranen selectief doorlaatbaar
Transport over membranen
3
, 2.1 Passief transport
- Spontaan
- Geen energie
- Met concentratiegradiënt mee
Transport Wat? Drijvende kracht
Diffusie Opgeloste stof Concentratieverschil
Ongeladen moleculen = chemisch
potentiaalverschil
Elektrodiffusie Geladen moleculen Concentratieverschil
Ionen Ladingsverschil
= elektrochemisch
potentiaalverschil
Osmose Oplosmiddel Verschil in osmotische druk
Filtratie Oplosmiddel + grotere Hydrostatische druk
stoffen
Geholpen diffusie Moleculen Transporteiwit
Kanaaleiwit
Convectie Oplosmiddel + deeltjes Stroming
Solvent trekt door stroming
deeltjes mee
= solvent draag
2.2 Actief transport
- Niet spontaan
- Energie nodig
- Tegen de concentratiegradiënt in
Primair actief transport Energie uit ATP Na/k pomp verbruikt ATP
om concentratie K binnen
hoog te houden
Secundair actief transport Energie uit spontaan
transport
4
1
,Hoofdstuk 1: inleiding
1.1 Lichaamscompartimenten
Lichaam, organen, cellen= compartimenten gescheiden door membranen
Intracellulaire ruimte
Plasmamembraan
Extracellulaire ruimte
Interstitium (bloedcellen)
Bloedplasma
Samenstelling van de compartimenten= behouden
Permeabiliteits- en transporteigenschappen van membranen
Eigenschappen van fosfolipiden laag
1.2 Vochtcompartimenten
a. Samenstelling
40% lichaamsgewicht= intracellulair
20% lichaamsgewicht= extracellulair
- 5% lichaamsgewicht bloedplasma
- 15% lichaamsgewicht interstitieel vocht
Kleine verschillen in concentratie
van lading => potentiaalverschillen
Membraanpotentiaal= binnenzijde
is negatiever dan buitenzijde
2
, b. Uitwisseling
Uitwisseling tussen de verschillende compartimenten:
- Water
- Ionen
- Moleculen met signalisatie/metabole functies
Samenstelling van de compartimenten CONSTANT
Homeostase = constant houden van een lichaamstoestand door regelsystemen
Allostase= constant houden van een lichaamstoestand door verandering
! Minste vocht in beenderen
! Meeste vocht in hersenen
! Kinderen hebben grotere waterinhoud, ze verliezen meer door grotere
oppervlakte/volume verhouding
Hoofdstuk 2: overzicht transporten
Membranen selectief doorlaatbaar
Transport over membranen
3
, 2.1 Passief transport
- Spontaan
- Geen energie
- Met concentratiegradiënt mee
Transport Wat? Drijvende kracht
Diffusie Opgeloste stof Concentratieverschil
Ongeladen moleculen = chemisch
potentiaalverschil
Elektrodiffusie Geladen moleculen Concentratieverschil
Ionen Ladingsverschil
= elektrochemisch
potentiaalverschil
Osmose Oplosmiddel Verschil in osmotische druk
Filtratie Oplosmiddel + grotere Hydrostatische druk
stoffen
Geholpen diffusie Moleculen Transporteiwit
Kanaaleiwit
Convectie Oplosmiddel + deeltjes Stroming
Solvent trekt door stroming
deeltjes mee
= solvent draag
2.2 Actief transport
- Niet spontaan
- Energie nodig
- Tegen de concentratiegradiënt in
Primair actief transport Energie uit ATP Na/k pomp verbruikt ATP
om concentratie K binnen
hoog te houden
Secundair actief transport Energie uit spontaan
transport
4