5. Bijzondere overeenkomsten en aansprakelijkheid
OVEREENKOMSTEN
a. Grondbeginselen
1. Wilsautonomie
Bestaat uit 3 elementen :
1) Vrijheid om al dan niet de contracteren Ja? Nee?
2) Vrijheid in keuze van contractspartij Met wie?
3) Vrijheid om inhoud van overeenkomst vast te leggen Wat?
Uitzondering: Toetredingscontracten → Inhoud is reeds vastgelegd!
Vb. Energiecontract
MAAR: Wél enkele vrijheidsbeperkingen door:
- Regels van openbare orde
- Regels van goede zede
- Het dwingend recht
2. Consensualisme
→ Puur een wilsovereenstemming van de partijen volstaat
→ Vormvrij = Moet NIET op papier (handig als bewijs) → Mondelinge overeenkomst!
Uitzonderingen: - Plechtige contracten (vb. huwelijk)
- Zakelijke contracten: Nood aan afgifte van een goed
(Vb. Jas afgeven in vestiaire en jij krijgt een kaartje)
3. Een geldig contract sterkt de partijen tot wet
→ Overeenkomst is bindend
→ Wijzigingen?: Wederzijdse toestemming
→ Vanaf 01/01/2023: Imprevisieleer → Kijken naar gewijzigde omstandigheden
LET OP: Dit is aanvullend recht! AKA: Kan in contract worden uitgesloten!
Pagina 48 van 107
,4. Goede trouw
→ Gaat over gedragsnorm = Gedragen als een zorgvuldig en redelijk persoon
→ 3 werkingen:
1) Interpretatieve functie
= Uitvoering naar geest en niet naar letter
2) Aanvullende werking
= Informatieve plicht van partijen, bijkomende verplichtingen
3) Beperkende werking
= Rechtsmisbruik beperken
b. Ontstaan van overeenkomsten
Wanneer?: Als er een aanvaarding is van een aanbod
Aanbod = Een door 1 van de partijen geformuleerd vast en precies voorstel
tot contracteren
→ Bindend!
Aanvaarding = Bestemmeling van aanbod gaat zonder minste voorbehoud
akkoord met aanbod
→ Dit kan uitdrukkelijk of stilzwijgend
Precontractuele aansprakelijkheid
→ Onderhandelingen worden afgebroken
MAAR: Op foutieve manier!!!!
Wanneer? Rechter beslist
→ Je moet je als “goede huisvader” gedragen
Zo niet: Schadevergoeding
Pagina 49 van 107
, c. Soorten overeenkomsten
Wederkerige overeenkomst VS Eenzijdige overeenkomst
= Beide partijen hebben verbintenissen = 1 partij heeft verbintenis tegenover
tegenover elkaar de andere partij
Vb. Arbeidsovereenkomst Vb. Bruikleen, borg, …
Overeenkomst “onder bezwarende VS Overeenkomst “om niet”
titel” = 1 partij heeft geen economisch
= Beide partijen hebben economisch voordeel
voordeel Vb. schenking
Vb. Koop, huur, …
Benoemde VS Onbenoemde
overeenkomst overeenkomst
= Contract dat = Volledig zelf
ZO veel opgesteld
voorkomt dat contract door
het is partijen
opgenomen in
Burgerlijk
Wetboek
Consensuele overeenkomst Plechtige overeenkomst
= Mondeling = Schriftelijk neergepend
Zakelijke overeenkomst
= Afgifte goederen
Pagina 50 van 107
OVEREENKOMSTEN
a. Grondbeginselen
1. Wilsautonomie
Bestaat uit 3 elementen :
1) Vrijheid om al dan niet de contracteren Ja? Nee?
2) Vrijheid in keuze van contractspartij Met wie?
3) Vrijheid om inhoud van overeenkomst vast te leggen Wat?
Uitzondering: Toetredingscontracten → Inhoud is reeds vastgelegd!
Vb. Energiecontract
MAAR: Wél enkele vrijheidsbeperkingen door:
- Regels van openbare orde
- Regels van goede zede
- Het dwingend recht
2. Consensualisme
→ Puur een wilsovereenstemming van de partijen volstaat
→ Vormvrij = Moet NIET op papier (handig als bewijs) → Mondelinge overeenkomst!
Uitzonderingen: - Plechtige contracten (vb. huwelijk)
- Zakelijke contracten: Nood aan afgifte van een goed
(Vb. Jas afgeven in vestiaire en jij krijgt een kaartje)
3. Een geldig contract sterkt de partijen tot wet
→ Overeenkomst is bindend
→ Wijzigingen?: Wederzijdse toestemming
→ Vanaf 01/01/2023: Imprevisieleer → Kijken naar gewijzigde omstandigheden
LET OP: Dit is aanvullend recht! AKA: Kan in contract worden uitgesloten!
Pagina 48 van 107
,4. Goede trouw
→ Gaat over gedragsnorm = Gedragen als een zorgvuldig en redelijk persoon
→ 3 werkingen:
1) Interpretatieve functie
= Uitvoering naar geest en niet naar letter
2) Aanvullende werking
= Informatieve plicht van partijen, bijkomende verplichtingen
3) Beperkende werking
= Rechtsmisbruik beperken
b. Ontstaan van overeenkomsten
Wanneer?: Als er een aanvaarding is van een aanbod
Aanbod = Een door 1 van de partijen geformuleerd vast en precies voorstel
tot contracteren
→ Bindend!
Aanvaarding = Bestemmeling van aanbod gaat zonder minste voorbehoud
akkoord met aanbod
→ Dit kan uitdrukkelijk of stilzwijgend
Precontractuele aansprakelijkheid
→ Onderhandelingen worden afgebroken
MAAR: Op foutieve manier!!!!
Wanneer? Rechter beslist
→ Je moet je als “goede huisvader” gedragen
Zo niet: Schadevergoeding
Pagina 49 van 107
, c. Soorten overeenkomsten
Wederkerige overeenkomst VS Eenzijdige overeenkomst
= Beide partijen hebben verbintenissen = 1 partij heeft verbintenis tegenover
tegenover elkaar de andere partij
Vb. Arbeidsovereenkomst Vb. Bruikleen, borg, …
Overeenkomst “onder bezwarende VS Overeenkomst “om niet”
titel” = 1 partij heeft geen economisch
= Beide partijen hebben economisch voordeel
voordeel Vb. schenking
Vb. Koop, huur, …
Benoemde VS Onbenoemde
overeenkomst overeenkomst
= Contract dat = Volledig zelf
ZO veel opgesteld
voorkomt dat contract door
het is partijen
opgenomen in
Burgerlijk
Wetboek
Consensuele overeenkomst Plechtige overeenkomst
= Mondeling = Schriftelijk neergepend
Zakelijke overeenkomst
= Afgifte goederen
Pagina 50 van 107