Deel 1: Natuur
Hoofdstuk 1: Planten en zwammen in de herfst.
1.1 Inleiding
Wat zijn planten?
Niet zo’n eenvoudige vraag aangezien er zoveel diversiteit is in het plantenrijk. Wat deze
organismen echter gemeenschappelijk hebben, is de aanwezigheid van bladgroen dat een
belangrijke rol speelt bij fotosynthese (waarover later meer). Door fotosynthese kunnen
planten hun eigen voedsel aanmaken, wat hen uniek maakt onder de levende organismen.
Planten worden ingedeeld in verschillende categorieën op basis van bouw en voortplanting.
Een vrij eenvoudige manier om dit te doen is de volgende:
● Wieren
● Mossen
● Paardenstaarten
● Varens
● Zaadplanten:
- Naaktzadigen
- Bedektzadigen
1.2 Het blad
Powerpoint ‘Het blad’ -> toledo WERO 1.1
P 6-9 -> cursus WERO 1.1
Herbarium -> examentaak
1.3 Herfstvruchten
Algemene kenmerken
Alle vruchten ontstaan uit bloemen.
1. Van bloem tot vrucht
Om een nieuw plantje te vormen en voor een goede start voor dit plantje te zorgen,
moeten eerst een paar dingen gebeuren:
1. Bestuiving: Het stuifmeel moet op de stempel terecht komen.
2. Bevruchting: De mannelijke cel moet met de vrouwelijke eicel versmelten.
3. Zaadzetting: De embryo moet worden gevormd, met voedsel voorzien en beschermd
4. Vruchtvorming: Een effectief transportmiddel moet ontstaan.
1
,Foto’s
2
,2. Types van vruchten
Vrucht/zaad
Een vrucht is het volledig en ontwikkeld en gerijpt vruchtbeginsel. Zijn er nog andere delen
van de bloem betrokken, dan is het een schijnvrucht
Het zaad heeft zich uit de zaadknop ontwikkeld en bevat het embryoplantje, het
reservevoedsel en de zaadhuid. Het zaad zit in de vrucht.
Belangrijke vragen voor de indeling:
1. Is de vrucht sappig of droog?
2. Gaat de vrucht open of blijft ze gesloten?
3. Uit hoeveel vruchtbladen bestaat de vrucht?
4. Waar zitten de zaden (in vruchtvlees of steenkern?)
Schema (niet voor kleuters, enkel voor jezelf)
Droge vruchten:
1. Doosachtige vruchten
Kenmerken: echte vrucht/gaat open/wordt droog
3
, 2. Nootachtige vruchten
kenmerken: echte vrucht/gaat niet open/wordt droog:
Bv: Splitvrucht/dopvrucht/noot esdoorn (vliegertje)
Toepassing: waarnemen van droge vruchten
De volgende kenmerken kunnen gebruikt worden bij het onderling vergelijken van de
vruchten:
● Zit de vrucht in een bolster of een komvormig napje?
- Vergelijk de structuur en de kleur van verschillende bolsters aan binnen- en
buitenzijde
- Is het napje gesteeld? Korte of lange steel? Vergelijk de vorm van
verschillende napjes
● Is de vrucht eetbaar?
● Is de vruchtwand houtachtig of leerachtig?
● Vergelijk de grootte en het gewicht van de vruchten
- Let op!
- De grootte van vruchten is moeilijk te vergelijken bij vruchten met een
verschillende vorm. Om een groep vruchten te seriëren naar grootte, moeten
ze dezelfde vorm hebben. Vruchten sorteren volgens grootte kan niet, tenzij
het gebeurt met de opdracht “groter of kleiner dan… (deze appel bv.). Je
moet duidelijke afspraken maken, zoals: "we zoeken de langste vrucht, we
zoeken de dikste kastanje..."
● Is de vrucht gevleugeld? Heeft ze vleugelvormige aanhangsels?
● Is de vrucht eigenlijk een vruchtengroep? M.a.w. vruchten ontstaan uit bloemen die
dicht bij elkaar stonden, of verschillende vruchten ontstaan uit 1 bloem? vb. :
elzenprop, vruchtjes van de berk
Elke soort heeft zijn eigen typische kenmerken, d.w.z. kenmerken die je alleen bij die soort
terugvindt. Elke vrucht heeft zijn eigen typische vorm, kleur, aanvoelen ... Noteer op een
apart blad voor de soorten die je gevonden hebt de typische kenmerken
Veel kruidachtige planten, zowel gekweekte planten in bloementuin en moestuin als wilde
planten, krijgen in de nazomer en de herfst droge vruchten. Verzamel samen met de kleuters
uitgebloeide bloemen: je kan ze gebruiken voor droog- boeketten en herfststukjes, je kan
zaden verzamelen voor kiemproeven en Vakdidactiek 1.1 Wereldoriëntatie Roos Steeman
14/99 je kan de gedroogde zaden en vruchten bewaren om als vogelvoer te gebruiken in de
winter.
4