Toepassingen
katern 3: typevraagstukken
Typevraagstukken = vraagstukken rond snelheid, korting, bruto-netto-tarra, soortelijk gewicht,
schaal, interestberekening…
Sleutelwoorden (heel belangrijk) zijn hier ‘begrippen’, ‘schema’s’ en ‘vaste stappen’.
Kapstok 1: aanbrengen (invullen) van begrippen
De klemtonen bij het aanbrengen van een bepaald type vraagstuk benoemen en toepassen (les 2,
katern 3)
De begrippen moeten eerst invulling krijgen
VERWOORDING heel belangrijk
Grondregel: Vertrekken vanuit betekenisvolle situaties
- Start uit de realiteit
- Voorzie zinvol materiaal
- Werk met een rollenspel
Tijdens dergelijke les (invulling begrippen) staat het oplossen van vraagstukken slechts op de 2 de
plaats. Het invoeren van grootheden primeert
In het begin getallen en probleemstelling eenvoudig.
Aanwezige begrippen nog eens laten verwoorden door de lln (bij elke les) (inzicht in het begrip
is essentieel om tot de juiste oplossingsmethode te komen)
Voorbeelden zie PPT les 2
1
, Kapstok 2: Aanbrengen van oplossingsschema’s en gerichte
vraagstelling
Vraagstukken schematiseren aan de hand van o.a. verhoudingstabellen, pijlenschema's en
strookdiagrammen (les 2, katern 3)
Bij een aantal types kun je de lln via steeds weerkerende schema’s houvast bieden bij het oplossen
vraagstuk. Belangrijk bij het opbouwen van dergelijk schema is duidelijke vraagstelling/vaste
stappen.
De keuze voor en bepaald schema hangt af van de relatie tussen de grootheden in het vraagstuk.
- Verhoudingstabel (pijlenschema) & strookmodel veel gebruikte schema’s
- Bij additieve relaties (bv. Bruto-netto-tarra, winst/verlies) strookmodel
- Bij het werken met evenredigheden verhoudingstabel (pijlenschema)
Additieve relaties zijn gemakkelijker maar komen later aan bod omwille van de moeilijke begrippen
(vb. inkoopprijs, netto, intrest…)
2
katern 3: typevraagstukken
Typevraagstukken = vraagstukken rond snelheid, korting, bruto-netto-tarra, soortelijk gewicht,
schaal, interestberekening…
Sleutelwoorden (heel belangrijk) zijn hier ‘begrippen’, ‘schema’s’ en ‘vaste stappen’.
Kapstok 1: aanbrengen (invullen) van begrippen
De klemtonen bij het aanbrengen van een bepaald type vraagstuk benoemen en toepassen (les 2,
katern 3)
De begrippen moeten eerst invulling krijgen
VERWOORDING heel belangrijk
Grondregel: Vertrekken vanuit betekenisvolle situaties
- Start uit de realiteit
- Voorzie zinvol materiaal
- Werk met een rollenspel
Tijdens dergelijke les (invulling begrippen) staat het oplossen van vraagstukken slechts op de 2 de
plaats. Het invoeren van grootheden primeert
In het begin getallen en probleemstelling eenvoudig.
Aanwezige begrippen nog eens laten verwoorden door de lln (bij elke les) (inzicht in het begrip
is essentieel om tot de juiste oplossingsmethode te komen)
Voorbeelden zie PPT les 2
1
, Kapstok 2: Aanbrengen van oplossingsschema’s en gerichte
vraagstelling
Vraagstukken schematiseren aan de hand van o.a. verhoudingstabellen, pijlenschema's en
strookdiagrammen (les 2, katern 3)
Bij een aantal types kun je de lln via steeds weerkerende schema’s houvast bieden bij het oplossen
vraagstuk. Belangrijk bij het opbouwen van dergelijk schema is duidelijke vraagstelling/vaste
stappen.
De keuze voor en bepaald schema hangt af van de relatie tussen de grootheden in het vraagstuk.
- Verhoudingstabel (pijlenschema) & strookmodel veel gebruikte schema’s
- Bij additieve relaties (bv. Bruto-netto-tarra, winst/verlies) strookmodel
- Bij het werken met evenredigheden verhoudingstabel (pijlenschema)
Additieve relaties zijn gemakkelijker maar komen later aan bod omwille van de moeilijke begrippen
(vb. inkoopprijs, netto, intrest…)
2