Wetgevende en bestuurlijke overheden in belgie
Rechstaat:
Overheidsinstanties hebben geen onbeperkte macht, ze moeten democratische regels respecteren. De rechten van de
mens moeten worden gerespecteerd.
4 kenmerken:
Gezagdrager democratisch gekozen
Beslissing door democratische meerderheid
Aantal rechten en vrijheden respecteren
Verschillen onafhankelijke rechtbank
Democratie:
Participatie v d burgers in het stadsbestuur via verkiezingen
Scheiding der machten:
Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.
Regering heeft uitvoerende macht, via volmachten ook wetgevende macht.
Rechterlijke macht onafhankelijkheid.
Federale staat:
Centrale, federale overheid. Maar ook deelgebieden, gemeenschappen en gewesten.
Gewesten: vlaams, waals, brusselshoofdstedelijk gewest
Gemeenschappen: vlaamse, franstalige en duitse gemeenschappen
Deelgebieden: nederlands, frans, duits en 2 talig gebied brussel hoofdstad
Elks hun eigen bevoegdheden, maar ook toegewezen bevoegdheden. Ook residuare bevoegdheden (niet uitdrukkelijk
toegewezen)
2 politieke instellingen:
Wetgevende macht parlement
o Uitgevoerd door parlement en de koning (4 takken: koning, kamer en senaat)
Uitvoerende macht regering
o Uitgevoerd door koning en regering (ministers en staatssecretarissen)
o Minister = volaardig lid regering
o Staatssecretaris = eveneens lid maar beperkte bevoegdheid
o Paritair samengesteld en benoemd door koning
Kamer en volksvertegenwoordigers:
150 verkozen leden
Om de 5 jaar tenzij voortijdig ontboden
Kamer telt 2 taalgroepen (nederlandse en franse)
Senaat:
60 leden in 2 groepen
50 deelsenatoren
10 gecoöpteerde senatoren
Grondwet: niet meer dan 2/3 hetzelfde geslacht zijn
Koning:
Staatshoofd (erfopvolging)
Wetten bekrachtigen
Onbekwaam alleen te handelen min. 1 minister gedekt worden
, Federaal parlement:
2 belangrijke wetten:
Maken van wetten
Controleren van de regering (via de begroting)
Federale regering:
Uitvoeren van wetten, uitwerking gebeurt in:
Koninklijke besluiten
Ministriële besluiten
Organisatie openbare diensten
Federale overheidsdiensten FOD
Vlaams parlement:
24 leden
Vaste periode van 5 jaar zonder ontbinding
Vlaamse regering:
Max 11 leden
Collegiaal orgaan dat beslist bij consensus (als voltalige regering beslissen)
Bevoegdheden gemeenschappen: (4 groepen)
Culturele aangelegenheden: bibliotheek,…
Persoonsgebonden aangelegenheden: bijstand handicap, bejaardenbeleid
Onderwijs: begin/einde leerplicht
Gebruik van talen in bestuurszaken, onderwijs,….
Heeft eigen begroting voor toekomstige periode
Bevoegdheden gewesten:
Ruimtelijke ordening
Bescherming leefmilieu en waterbeleid
Landinrichting, natuurbehoud
Huisvestiging
Energiebeleid
Tewerkstelling
Economisch beleid
Regelgeving inzake provincie en gemeenten
Provincie:
10 provincies—> Aangelegenheid veel beperkter
Vb: toerisme
Provinciale bossen
Crisiscoördinatie provinciaal niveau
Medebewindstaken die door hogere overheid worden opgelegd
Vb: milieuvergunningen aan bedrijven
Provincieraad:
6jaar
Algemeen beleid
Residuaire bevoegdheden
Rechstaat:
Overheidsinstanties hebben geen onbeperkte macht, ze moeten democratische regels respecteren. De rechten van de
mens moeten worden gerespecteerd.
4 kenmerken:
Gezagdrager democratisch gekozen
Beslissing door democratische meerderheid
Aantal rechten en vrijheden respecteren
Verschillen onafhankelijke rechtbank
Democratie:
Participatie v d burgers in het stadsbestuur via verkiezingen
Scheiding der machten:
Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.
Regering heeft uitvoerende macht, via volmachten ook wetgevende macht.
Rechterlijke macht onafhankelijkheid.
Federale staat:
Centrale, federale overheid. Maar ook deelgebieden, gemeenschappen en gewesten.
Gewesten: vlaams, waals, brusselshoofdstedelijk gewest
Gemeenschappen: vlaamse, franstalige en duitse gemeenschappen
Deelgebieden: nederlands, frans, duits en 2 talig gebied brussel hoofdstad
Elks hun eigen bevoegdheden, maar ook toegewezen bevoegdheden. Ook residuare bevoegdheden (niet uitdrukkelijk
toegewezen)
2 politieke instellingen:
Wetgevende macht parlement
o Uitgevoerd door parlement en de koning (4 takken: koning, kamer en senaat)
Uitvoerende macht regering
o Uitgevoerd door koning en regering (ministers en staatssecretarissen)
o Minister = volaardig lid regering
o Staatssecretaris = eveneens lid maar beperkte bevoegdheid
o Paritair samengesteld en benoemd door koning
Kamer en volksvertegenwoordigers:
150 verkozen leden
Om de 5 jaar tenzij voortijdig ontboden
Kamer telt 2 taalgroepen (nederlandse en franse)
Senaat:
60 leden in 2 groepen
50 deelsenatoren
10 gecoöpteerde senatoren
Grondwet: niet meer dan 2/3 hetzelfde geslacht zijn
Koning:
Staatshoofd (erfopvolging)
Wetten bekrachtigen
Onbekwaam alleen te handelen min. 1 minister gedekt worden
, Federaal parlement:
2 belangrijke wetten:
Maken van wetten
Controleren van de regering (via de begroting)
Federale regering:
Uitvoeren van wetten, uitwerking gebeurt in:
Koninklijke besluiten
Ministriële besluiten
Organisatie openbare diensten
Federale overheidsdiensten FOD
Vlaams parlement:
24 leden
Vaste periode van 5 jaar zonder ontbinding
Vlaamse regering:
Max 11 leden
Collegiaal orgaan dat beslist bij consensus (als voltalige regering beslissen)
Bevoegdheden gemeenschappen: (4 groepen)
Culturele aangelegenheden: bibliotheek,…
Persoonsgebonden aangelegenheden: bijstand handicap, bejaardenbeleid
Onderwijs: begin/einde leerplicht
Gebruik van talen in bestuurszaken, onderwijs,….
Heeft eigen begroting voor toekomstige periode
Bevoegdheden gewesten:
Ruimtelijke ordening
Bescherming leefmilieu en waterbeleid
Landinrichting, natuurbehoud
Huisvestiging
Energiebeleid
Tewerkstelling
Economisch beleid
Regelgeving inzake provincie en gemeenten
Provincie:
10 provincies—> Aangelegenheid veel beperkter
Vb: toerisme
Provinciale bossen
Crisiscoördinatie provinciaal niveau
Medebewindstaken die door hogere overheid worden opgelegd
Vb: milieuvergunningen aan bedrijven
Provincieraad:
6jaar
Algemeen beleid
Residuaire bevoegdheden