1 Tijdlijn
,2 Barok
16e eeuw: reformatie → financiële problemen bij pauselijke zetel
Feestelijke, overdadige stijl
2.1 Algemene kenmerken
- Samenballing
- Onstuimige beweging
- Druk, breed, theatraal, asymmetrisch
- Diagonalen, contrastwerking
- Triomfantelijk, gespierde uitdrukken van katholieke hervorming → CONTRAREFORMATIE
- Overdreven vertoon van pracht
- Eenheid tussen ruimte en vorm
- Ellipsvormig grondplan
2.2 Stijlfiguren
- Vrije toepassing van de Renaissance vormen:
o Zuilen met verdikte banden of geschroefd → SALAMONISCHE ZUIL
o Doorbroken frontons
o Afwisseling segment- en driehoekige frontons
o Overmatig zware lijsten
- Specifieke barok elementen:
o Sterk uitspringende delen en golvende lijnen
o Vol beeldhouwwerk dat het bouwkundig kader doorbreekt
o Golvende steunberen met voluten
o Cartouche en ronde of ovale Oeil-de-boeuf
- Wilt een nieuwe hoogte bereiken:
o Kolossale orde (2 of meer bouwlagen)
o Koepels en torens
- Gebouwen en omgeving als een geheel gemaakt:
o Trappen, galerijen, pleinen, tuinen, parken
, 3 Rococo
Verdere uitwerking van de barok in Frankrijk en Noord-Europa
Afgeleid van ‘rocaille’ → puntige versiering
3.1 Algemene kenmerken
- Verdere uitwerking van de barok in Frankrijk en Noord-Europa
- Afgeleid van ‘rocaille’ → puntige versiering
- Optimistische opvattingen van het rationalisme → ‘bel esprit’
- Luchthartig, sierlijk, bekoorlijk leven, klatergoud
- Verfijnde, elegante wooncultuur
- Van plechtstatig en krachtig (barok) naar speels en luchtig (rococo)
- Ineenvloeien van vormen en schepping van illusie
o Geen scheiding meer tussen architectuur, beeldhouwwerk en schilderkunst
- Grillig, idyllisch
3.2 Stijlfiguren
- Het ‘rocaille’ motief:
o Ontleend aan schelpen, ijspegels en rotswerk van grotdecoratie
o Rocaillearabesken
▪ Abstracte vormen
▪ Symmetrisch over en rond architectonische lijsten gedrapeerd
o Kamschelp
o sierlijk smeedwerk en houtsnijwerk
o Chinoiserieën
o Helmvormig fronton