§1 Van polypeptideketen tot werkzame eiwitten
-Afwerking polypeptideketen
Eiwitten moeten op plaats van bestemming aankomen krijgen adreslabel
Na transcriptie gaat mRNA vd kern naar ribosoom in grondplasma
translatie begint
eerst gevormde stukje polypeptideketen is adreslabel bijv. Signaalpeptide voor verdere verwerking aan ER.
Bindt aan signaalherkenningsmolecuul SHM uit grondplasma
Translatie stopt tijdelijk
SHM hecht aan SHM-receptoreiwit van ER
Ribosoom koppelt aan ribosoomreceptor van ER
Ribosoom komt precies boven een eiwitpoort in ER gaat open
GTP (E rijk) hecht aan SHM-receptor
GTP splitst in GDP en Pi
SMH los van receptor + enzym verwijdert signaalpeptide v.d. polypeptideketen
Translatie gaat verder
Groeiende polypeptideketen komt binnen het ER
Stopcodon bereikt?
Ontkoppelingsfactor bindt aan mRNA + koppelt polypeptideketen los van ribosoom
Ribosoomreceptor laat ribosoom los valt in 2 delen
Eiwitpoort sluit
In gladde ER begint omzetting naar eiwit
Polypeptideketen krijgt eiwitstructuur + toevoegingen
Stukjes ER-membraan vormen transportblaasjes vervoeren eiwitten voor afwerking naar Golgi.
-Bewerking in het Golgisysteem
Ontstaat definitieve eiwitvorm:
Enzymen voegen fosfaatgroepen toe, wijzigen suikers of koppelen meerdere polypeptideketens aaneen tot 1
eiwit.
Golgi: verpakt + sorteert eiwitten in blaasjes adreslabels
Blaasjes: -geven dmv exocytose inhoud af aan afvoerbuis v.e klier
-gaan als lysosomen in cytoplasma
Enzymen in lysosomen breken afvalstoffen binnen cel af
-eiwitten in membranen opgenomen
eiwitpoorten/receptoreiwitten
maken deel uit van celmembraan
-Ruimtelijke structuur
Bolvormig (acitine)
Vezelachtig (keratine, haren)
Draadvormig (celskelet)
Type aminozuur + volgorde = primaire structuur. Polypeptiden in vormen gevouwen
Spiraalvormig = a-helix
heen en weer gevouwen, lange keten (golfplaat) = ß-plaat
a-helix + ß-plaat waterstofbruggen tussen N-H en C--O groepen secundaire structuur
Bindingen tussen restgroepen aminozuren: elektrostatische aantrekking, VDW, H-bruggen en S-bruggen
geven driedemensiole structuur = tertiaire structuur
Eiwitten soms meerdere polypeptideketens 1 groot eiwit = quartinaire structuur bijv. Hb.
-Denaturatie eiwitten
Eiwit koken andere structuur
Voor koken: elk eiwit een balletje bijeengehouden door H-bruggen
verhitten maakt die stuk
Denaturatie = verlies oorspronkelijke ruimtelijke structuur
Eiwitballetjes ontvouwen ontstaan nieuwe H-bruggen stevig netwerk
, Chemische oorzaak permanent verbreekt S-bruggen tussen keratine-eiwit rollers brengen haar in
nieuwe vorm nieuwe S-verbindingen tussen keratine-eiwit
§2 Functies van eiwitten
-Eiwitten en Alzheimer
Valide = test meet wat hij moet meten, dus kwaliteitsaanduiding
Alzheimer 2 kenmerken: plaques & tangles en krimpen hersenen
Plaques = ophopingen eiwitten tussen hersencellen
Tangles = eiwitkluwens binnen hersencellen
verstoren werking hersenen
Hersencellen: maken eiwitmolecuul APP afbraak verouderd APP kunnen eiwitfragmenten ontstaan die
klonteren tot plaques veroorzaken ontstekingsreacties afweermechanisme schade hersencellen.
Tau-eiwitten houden cytoskelet van hersenen in stand
Celskelet bestaat uit: microtubuli = micro holle buisjes, waaieren vanuit kern over hele cel transportwegen cel
Tau-eiwitten klonteren samen tangles.
Gezonde cellen: Tau is oplosbaar , klontert niet
Motoreiwitten: vrachtwagen in cel vervoeren voedingsstoffen + organellen langs microtubuli
2 voeten
Bindt 1 aan microtubulus laat ADP los + bindt ATP eiwitmolecuul verandert vorm
Andere voet slingert naar voren Bindt aan microtubulus
1e voet: splitst ATP in ADP en Pi (hydrolyse)
Pi verlaat eiwitmolecuul + fosfaat komt vrij
2e voet: ADP los, bindt ATP
1e voet slingert naar voren + bindt aan microtubulus
etc.
Herhaling: motoreiwit verplaatst zich met zijn lading langs microtubulus
Cel breekt eiwitdraden af + bouwt op van celskelet Celskelet verandert van vorm
flexibel transportsysteem
Alzheimer: hersencellen kunnen tau-eiwitten niet inzetten voor opnieuw vormen microtubuli
transportmechanisme werkt niet hersencel sterft
-Eiwitten in en op celmembraan
Eiwitten essentieel goed functioneren cel
Bijv. Insuline bindt aan receptoren celmembraan (spier + vetcellen) cascade reacties blaasjes uit
grondplasma fuseren met eiwitpoortjes voor glucose met celmembraan cel kan glucose opnemen
Opslageiwitten
Functie: slaan
Peptidehormoon Eiwitpoorten moleculen/ionen op
Functie: binden receptoren in Functie: maken gefaciliteerd transport door Transporteiwitten
Vb: ferritine
celmembraan celmembranen mogelijk
Motoreiwitten Functie:bindt
vervoeren
aan Fe bij
Vb: insuline vergroot opname van Vb: waterpoorten makenmaken
Functie: osmose van
beweging mogelijk
Structuureiwittenmoleculen/ionen
opslag in lever
glucose in bepaalde cellen water mogelijk Vb: myosine maakt
Functie: bewegingen
geven stevigheid
Vb: inHbspieren mogelijk
vervoert O2 en CO2
Vb: microfilamenten vormen celskelet
Receptoreiwitten Regulatoreiwitten
Functie: binden moleculen aan zich Functie: schakelen genen aan/uit
Vb: in synapsen bindt acetylcholine aan Vb: receptoreiwit blokkeert gen voor lactase
receptoren
Verteringseiwitten
Functie: breken voedingsstoffen af
Vb: peptase in maag breekt eiwitten uit voedsel af tot polypeptiden.