hs 1: ik bots met mezelf
intro
conflict: tegengestelde wensen (individu, binnen groep of tss groepen) = strijd, verschil van mening
conflictmaterie: duidt reden van conflict aan (gebeurtenis, gevoel), bij minstens 1 partij frustratie
aanwezig die wijst op de spanning die gepaard gaat met het conflict
conflictgedrag: uiting van conflicten (dichtklappen of anderen uit de weg gaan) niet bij elk conflict is
er conflictgedrag (niet van bewust, doen alsof er niets is uit angst of om jezelf gerust te stellen)
conflictproces: specifieke context en geschiedenis, uniek maar kan zich herhalen of herkenbaar lijken
(belangrijk om rekening mee te houden)
1 mogelijke intrapersoonlijke conflicten
manieren waarop je met jezelf kan botsen:
- rolconflicten
- cognitieve dissonantie
- keuze- of beslissingsconflicten
- psychische stoornissen
1.1 rolconflicten
rol -> de verzameling van verwachte gedragingen die bij een bepaalde positie horen
intern rolconflict: behoren tot één positie
vriendin van vroeger is verbaasd je te zien als lolbroek van de klas, ze verwachtte dat je een rustige
leerling zou zijn. (medeleerling)
extern rolconflict: behoren tot ≠ posities
je vader wil dat je nu je kamer opruimt, maar je vrienden hebben binnen een kwartiertje afgesproken
om naar de film te gaan (zoon/dochter vs. vriend/vriendin)
opdracht 2 p.128
niet kunnen voldoen aan verwachtingen behorend bij je positie -> kan ook leiden tot psychische
spanningen (stress die zich al dan niet fysiek uit)
1.2 cognitieve dissonantie
Leon Festinger (20e eeuw)
- onderzoek bij sekte die geloofde dat de wereld zou overstroomd worden
- hoe reageren ze als de wereld uiteindelijk toch niet overstroomt?
-> ze herinterpreteerden de gebeurtenissen op die manier dat hun overtuiging toch standhield
-> spanning tussen hun uitgesproken overtuiging en realiteit verdwijnt
cogn. dissonantie = mentale spanning die op 2 manieren kan onstaan:
- ≠ aspecten van een attitude zijn niet in overeenstemming
- gedrag niet in overeenstemming met attitude
attitude - 3 aspecten: het cognitieve, het conatieve, het affectieve -> botsing = int. spanning
Joey zit krap bij kas, maar het is bijna de verjaardag van zijn vriend Klaas. Omdat hij weet dat Klaas
veel belang hecht aan zulke dingen, gaat Joey naar een bloemenwinkel. Daar wordt hij teleurgesteld
door de prijzen, een boeket kan hij niet betalen. Wanneer de winkelier even niet oplet, steelt hij een
paar rozen. Meteen ligt er een knoop in zijn maag, hij voelt er zich echt niet goed bij gestolen te
hebben.
1
, cognitieve dissonantie: de spanning die ontstaat wanneer je gedrag niet overeenstemt met je
attitude, overtuiging, mening of kennis
1.3 keuze- of beslissingsconflicten
goede keuze maken -> gemotiveerd
Neal Miller (20e – 21e eeuw)
- 4 soorten motivationele conflicten
1. toenaderingsconflict
-> je wilt 2 zaken, maar je kan ze niet allebei hebben (++)
-> makkelijkst op te lossen
2. toenaderings-vermijdingsconflict
-> je doel heeft zowel positieve als negatieve gevolgen (-+)
-> vermijdingstendens voor -, bereidheid streven daalt, … = vicieuze cirkel
3. vermijdings-vermijdingsconflict
-> je hebt keuze uit twee onaangename alternatieven (--)
4. dubbel toenaderings-vermijdingsconflict
-> je hebt 2 aantrekkelijke doelen, maar als je voor het ene kiest kan je het andere niet
krijgen. Dat zorgt voor een negatieve connotatie (--++)
-> mogelijk dat je voor het ene kiest, maar het andere niet uit je hoofd krijgt
1.4 psychische stoornissen
psychopathologie: tak binnen de psychologie die zich bezighoudt met psychische ziektes, de
gedragingen die daarop kunnen wijzen of de ervaringen die er aanleiding toe kunnen geven
-> psychische stoornis
iets foutgelopen in de persoonlijkheidsontwikkeling of in een moeilijke levensfase
gedrag dat duidelijk afwijkend en storend is -> psychische stoornis
criteria:
1. het gaat om een gedragsmatig of psychologisch patroon
Marek is al dagen lusteloos en krijgt geen werk gedaan. Zelf kiezen wat hij zal aandoen lijkt teveel,
het liefst zou hij gewoon de hele dag in de zetel liggen.
2. syndroom of patroon weerspiegelt een onderliggende psychobiologische dysfunctie
verstoring in de neurotransmitters van Marek zorgt ervoor dat het deel van zijn hersenen dat zorgt
voor een positief gevoel en het kunnen aanpakken van problemen onderdrukt wordt.
2
intro
conflict: tegengestelde wensen (individu, binnen groep of tss groepen) = strijd, verschil van mening
conflictmaterie: duidt reden van conflict aan (gebeurtenis, gevoel), bij minstens 1 partij frustratie
aanwezig die wijst op de spanning die gepaard gaat met het conflict
conflictgedrag: uiting van conflicten (dichtklappen of anderen uit de weg gaan) niet bij elk conflict is
er conflictgedrag (niet van bewust, doen alsof er niets is uit angst of om jezelf gerust te stellen)
conflictproces: specifieke context en geschiedenis, uniek maar kan zich herhalen of herkenbaar lijken
(belangrijk om rekening mee te houden)
1 mogelijke intrapersoonlijke conflicten
manieren waarop je met jezelf kan botsen:
- rolconflicten
- cognitieve dissonantie
- keuze- of beslissingsconflicten
- psychische stoornissen
1.1 rolconflicten
rol -> de verzameling van verwachte gedragingen die bij een bepaalde positie horen
intern rolconflict: behoren tot één positie
vriendin van vroeger is verbaasd je te zien als lolbroek van de klas, ze verwachtte dat je een rustige
leerling zou zijn. (medeleerling)
extern rolconflict: behoren tot ≠ posities
je vader wil dat je nu je kamer opruimt, maar je vrienden hebben binnen een kwartiertje afgesproken
om naar de film te gaan (zoon/dochter vs. vriend/vriendin)
opdracht 2 p.128
niet kunnen voldoen aan verwachtingen behorend bij je positie -> kan ook leiden tot psychische
spanningen (stress die zich al dan niet fysiek uit)
1.2 cognitieve dissonantie
Leon Festinger (20e eeuw)
- onderzoek bij sekte die geloofde dat de wereld zou overstroomd worden
- hoe reageren ze als de wereld uiteindelijk toch niet overstroomt?
-> ze herinterpreteerden de gebeurtenissen op die manier dat hun overtuiging toch standhield
-> spanning tussen hun uitgesproken overtuiging en realiteit verdwijnt
cogn. dissonantie = mentale spanning die op 2 manieren kan onstaan:
- ≠ aspecten van een attitude zijn niet in overeenstemming
- gedrag niet in overeenstemming met attitude
attitude - 3 aspecten: het cognitieve, het conatieve, het affectieve -> botsing = int. spanning
Joey zit krap bij kas, maar het is bijna de verjaardag van zijn vriend Klaas. Omdat hij weet dat Klaas
veel belang hecht aan zulke dingen, gaat Joey naar een bloemenwinkel. Daar wordt hij teleurgesteld
door de prijzen, een boeket kan hij niet betalen. Wanneer de winkelier even niet oplet, steelt hij een
paar rozen. Meteen ligt er een knoop in zijn maag, hij voelt er zich echt niet goed bij gestolen te
hebben.
1
, cognitieve dissonantie: de spanning die ontstaat wanneer je gedrag niet overeenstemt met je
attitude, overtuiging, mening of kennis
1.3 keuze- of beslissingsconflicten
goede keuze maken -> gemotiveerd
Neal Miller (20e – 21e eeuw)
- 4 soorten motivationele conflicten
1. toenaderingsconflict
-> je wilt 2 zaken, maar je kan ze niet allebei hebben (++)
-> makkelijkst op te lossen
2. toenaderings-vermijdingsconflict
-> je doel heeft zowel positieve als negatieve gevolgen (-+)
-> vermijdingstendens voor -, bereidheid streven daalt, … = vicieuze cirkel
3. vermijdings-vermijdingsconflict
-> je hebt keuze uit twee onaangename alternatieven (--)
4. dubbel toenaderings-vermijdingsconflict
-> je hebt 2 aantrekkelijke doelen, maar als je voor het ene kiest kan je het andere niet
krijgen. Dat zorgt voor een negatieve connotatie (--++)
-> mogelijk dat je voor het ene kiest, maar het andere niet uit je hoofd krijgt
1.4 psychische stoornissen
psychopathologie: tak binnen de psychologie die zich bezighoudt met psychische ziektes, de
gedragingen die daarop kunnen wijzen of de ervaringen die er aanleiding toe kunnen geven
-> psychische stoornis
iets foutgelopen in de persoonlijkheidsontwikkeling of in een moeilijke levensfase
gedrag dat duidelijk afwijkend en storend is -> psychische stoornis
criteria:
1. het gaat om een gedragsmatig of psychologisch patroon
Marek is al dagen lusteloos en krijgt geen werk gedaan. Zelf kiezen wat hij zal aandoen lijkt teveel,
het liefst zou hij gewoon de hele dag in de zetel liggen.
2. syndroom of patroon weerspiegelt een onderliggende psychobiologische dysfunctie
verstoring in de neurotransmitters van Marek zorgt ervoor dat het deel van zijn hersenen dat zorgt
voor een positief gevoel en het kunnen aanpakken van problemen onderdrukt wordt.
2