Thema 1: hs 1 basiskennis
1 – historisch referentiekader
1.1 historisch referentiekader (tijd)
individu beïnvloedt maatschappij maatschappij beïnvloedt individu
economie herorganiseren antisemitisme was er voor Hitler
Hitler gebruikt antisem. om bevolkingsgroep uit zware straffen na WO I (korporaal)
te roeien
expansieoorlogen kunstacademie
vernieuwd duits nationalisme economische crisis
wat: het plaatsen van een gebeurtenis in zijn chronologische, geografische en maatschappelijke
context om verklaringen en verbanden bloot te leggen
doel: verbanden leggen & gebeurtenis begrijpen
1.2 chronologisch referentiekader (tijd)
1.2.1 chronologisch
wat: rangschikken van jong naar oud
doel: oorzakelijke verbanden blootleggen
oorzaak-gevolg: ene leidt tot andere, andere is resultaat
middel-doel: bepaalde strategie of middelen om doel te bereiken (bewust)
1.2.2 diachroon
wat: onderzoeken welke factoren een rol spelen bij een gebeurtenis
- interne factoren: elementen binnen een gebied/samenleving die een rol spelen bij een gebeurtenis
- externe factoren: elementen buiten een gebied/samenleving die een rol spelen bij een gebeurtenis
doel: onderzoeken hoe gelijktijdige gebeurtenissen elkaar beïnvloeden
onderzoeken hoe de ≠ domeinen elkaar gelijktijdig beïnvloeden
1.2.3 7 tijdvakken
tijdvak begindatum einddatum
prehistorie 3mljn jaar (werktuigen) 3500 v.C.
oude Nabije Oosten 3500 v.C. (spijkerschrift-Mesopotamië) 800 v.C.
klassieke oudheid 800 v.C. (opkomst Griekse beschaving) 476
middeleeuwen 476 (val Romeinse rijk) 1492
nieuwe tijd 1492 (Columbus ontdekt amerika) 1789
nieuwste tijd 1789 (Franse Revolutie) 1945
eigen tijd 1945 (einde WO II) vandaag
1.2.4 continuïteit vs. discontinuïteit
jaartallen = artificieel (afspraak onder historici)
-> gebaseerd op breukmomenten - discontinuïteit = revolutie
-> binnen 1 tijdvak: continuïteit = evolutie
die discontinuïteit -> niet op alle domeinen/landen tegelijk
-> grensdata = symbolisch
1 – historisch referentiekader
1.1 historisch referentiekader (tijd)
individu beïnvloedt maatschappij maatschappij beïnvloedt individu
economie herorganiseren antisemitisme was er voor Hitler
Hitler gebruikt antisem. om bevolkingsgroep uit zware straffen na WO I (korporaal)
te roeien
expansieoorlogen kunstacademie
vernieuwd duits nationalisme economische crisis
wat: het plaatsen van een gebeurtenis in zijn chronologische, geografische en maatschappelijke
context om verklaringen en verbanden bloot te leggen
doel: verbanden leggen & gebeurtenis begrijpen
1.2 chronologisch referentiekader (tijd)
1.2.1 chronologisch
wat: rangschikken van jong naar oud
doel: oorzakelijke verbanden blootleggen
oorzaak-gevolg: ene leidt tot andere, andere is resultaat
middel-doel: bepaalde strategie of middelen om doel te bereiken (bewust)
1.2.2 diachroon
wat: onderzoeken welke factoren een rol spelen bij een gebeurtenis
- interne factoren: elementen binnen een gebied/samenleving die een rol spelen bij een gebeurtenis
- externe factoren: elementen buiten een gebied/samenleving die een rol spelen bij een gebeurtenis
doel: onderzoeken hoe gelijktijdige gebeurtenissen elkaar beïnvloeden
onderzoeken hoe de ≠ domeinen elkaar gelijktijdig beïnvloeden
1.2.3 7 tijdvakken
tijdvak begindatum einddatum
prehistorie 3mljn jaar (werktuigen) 3500 v.C.
oude Nabije Oosten 3500 v.C. (spijkerschrift-Mesopotamië) 800 v.C.
klassieke oudheid 800 v.C. (opkomst Griekse beschaving) 476
middeleeuwen 476 (val Romeinse rijk) 1492
nieuwe tijd 1492 (Columbus ontdekt amerika) 1789
nieuwste tijd 1789 (Franse Revolutie) 1945
eigen tijd 1945 (einde WO II) vandaag
1.2.4 continuïteit vs. discontinuïteit
jaartallen = artificieel (afspraak onder historici)
-> gebaseerd op breukmomenten - discontinuïteit = revolutie
-> binnen 1 tijdvak: continuïteit = evolutie
die discontinuïteit -> niet op alle domeinen/landen tegelijk
-> grensdata = symbolisch