PROTHETISCHE AUDIOLOGIE
1.INLEIDING
Prothese = Een prothese is een kunstmatige vervanging of correctie van een lichaamsdeel, orgaan,
of onderdeel van een orgaan. Als de prothese helemaal in het lichaam verborgen is wordt het ook
wel een implantaat genoemd. Wikipedia
= Hulpmiddel dat een beschadigd of verdwenen deel van je lichaam vervangt. www.woorden.org
Audio = In functie van het gehoor
Prothetische audiologie
Hoortoestelaanpassing 1 + Elektroakoestiek Hoortoestelaanpassing 2
CI-aanpassing
Functies perifeer gehoor:
Buitenoor:
Geluiden opvangen
Geluid geleiden naar trommelvlies
Middenoor:
Geluid geleiden naar binnenoor
Geluid lineair versterken
Binnenoor:
Geluid omzetten naar signaal voor gehoorzenuw
Gehoorzenuw:
Geluid geleiden naar auditieve cortex
centraal auditief systeem
1.1. HOE HOREN WE
Oorschelp( = pina= auricula): door de vorm en oriëntatie van de
oorschelp kunnen we geluid lokaliseren
=> geluid gaat via uitwendige gehoorgang naar
trommelvlies( scheidt buiten- en middenoor)
, In het MO laat de geluidsgolf de gehoorbeentjes ( malleus, incus en stapes) trillen
Functie TV & gehoorbeentjes: impedantieverschil overbruggen ( =geluid met zo weinig
mogelijk verlies doorgeven aan cochlea)
Stapes laat ovale venster trillen => peri- en endolymfe trillen
Membrana basilaris zet geluidstrilling verder in de cochlea
In membrana basilaris zit het Orgaan van Corti
In Orgaan van Corti zit 1 rij IHC ( binnenste haarcellen) en 3 rijen OHC( buitenste
haarcellen)
De haarcellen zetten trilling om in zenuwprikkels
Prikkels worden opgevangen door de gehoorzenuw en geeft dit door aan de hersenen
We kunnen ook horen via de schedel =
beengeleiding ( bij beschadiging van het
MO of binnenoor)
De cochlea is tonotopisch = hoge frequenties
worden onderaan( basis/ kant van ovaal venster)
waargenomen en lage frequenties worden
gedetecteerd aan de top(apex)
1.2 OORZAKEN EN TYPES GEHOORVERLIES
GELEIDINGSVERLIES= CONDUCTIEF VERLIES
Conductieve geleiding:
Buitenoor:
◦ Geluiden opvangen
◦ Geluid geleiden naar trommelvlies
Middenoor:
◦ Geluid geleiden naar binnenoor
◦ Geluid lineair versterken
Conductief verlies:
Cochlea functioneert perfect
Geluid wordt verhinderd in het buiten- of middenoor
Op audiogram: luchtgeleidingsdrempel gedaald en beengeleiding is goed
NEUROSENSORIEEL VERLIES
,Neurosensoriële geleiding:
Binnenoor:
◦ Geluid omzetten naar signaal voor gehoorzenuw
Gehoorzenuw:
◦ Geluid geleiden naar auditieve cortex
centraal auditief system
Neurosensorieel verlies:
Buitenoor en MO functioneren goed
Schade aan cochlea, gehoorzenuw of aan hogere
auditieve centra
Audiogram: lucht- en beengeleiding vallen samen
GEMENGD VERLIES
Buiten- of middenoor + binnenoor is beschadigd
Audiogram: lucht- en beengeleidingsdrempel is gedaald: ontstaan van ABG= air-bone gap
2. GEHOORVERLIES: BEPERKINGEN EN PARTICIPATIEPROBLEMEN
STOORNIS VAN VERSCHILLENDE FUNCTIES:
1. Detectie van geluid
2. Auditieve discriminatie
Kwaliteit gaat achteruit
Onderscheid maken tussen
Verschillende geluiden
3. Lokalisatie
4. Onderscheiden van spraak
5. Oorsuizen
6. …..
Vb: hoge frequenties niet meer horen
dof geluid, minder helder, verder weg klinken
Spraak klinkt als gemompel, moet meer concentreren, woorden die frequent voorkomen
makkelijker herkennen
KWALITEITSVERLIES:
Verminderde frequentieselectiviteit, verminderde temporele resolutie, beschadigde
haarcellen, gevoelig voor luide geluiden
, Geluide klinken minder zuiver
GEVOLGEN VAN SLECHTHORENDHEID:
- Geluiden niet of minder opmerken
o Van een geleidelijk verlies zijn personen minder bewust en reageren ze minder
emotioneel
- Niet, minder of verkeerd verstaan
o Spraakverstaan noodzakelijk voor meeste communicatie
o Slechthorende laat soms liever niet merken dat hij iets niet verstaat
misverstanden, onbegrip, sociaal onaangepast gedrag
o Communicatiepartner geeft de conversatie soms vroegtijdig op
uitsluiting van de slechthorende
o Slechthorende is terughoudend om nieuwe conversaties aan te gaan
- Verhoogde inspanning om te horen en te verstaan
Slechthorende kan auditieve “gaps” (missende informatie) invullen aan de hand van
o Context
o Voorkennis
o Algemene kennis, woordenschat
o Taalkundige informatie (grammatica, morfologie)
o …
= Actief proces inspannend
- Reacties van anderen over het minder goed horen
o Niet iedereen schat een persoon met gehoorverlies naar waarde (zwakker,
trager,banger,..)
- Sociale belemmeringen
o Kunnen zich vaak terugtrekken in situaties in groep
ASPECTEN GELINKT AAN GEHOORVERLIES
1. Cognitieve achteruitgang
◦ Sensorische deprivatie
◦ Hogere luisterinspanning minder werkgeheugen voor opslaan informatie
2. Dementie
3. Lager zelfvertrouwen
4. Emotionele instabiliteit
1.INLEIDING
Prothese = Een prothese is een kunstmatige vervanging of correctie van een lichaamsdeel, orgaan,
of onderdeel van een orgaan. Als de prothese helemaal in het lichaam verborgen is wordt het ook
wel een implantaat genoemd. Wikipedia
= Hulpmiddel dat een beschadigd of verdwenen deel van je lichaam vervangt. www.woorden.org
Audio = In functie van het gehoor
Prothetische audiologie
Hoortoestelaanpassing 1 + Elektroakoestiek Hoortoestelaanpassing 2
CI-aanpassing
Functies perifeer gehoor:
Buitenoor:
Geluiden opvangen
Geluid geleiden naar trommelvlies
Middenoor:
Geluid geleiden naar binnenoor
Geluid lineair versterken
Binnenoor:
Geluid omzetten naar signaal voor gehoorzenuw
Gehoorzenuw:
Geluid geleiden naar auditieve cortex
centraal auditief systeem
1.1. HOE HOREN WE
Oorschelp( = pina= auricula): door de vorm en oriëntatie van de
oorschelp kunnen we geluid lokaliseren
=> geluid gaat via uitwendige gehoorgang naar
trommelvlies( scheidt buiten- en middenoor)
, In het MO laat de geluidsgolf de gehoorbeentjes ( malleus, incus en stapes) trillen
Functie TV & gehoorbeentjes: impedantieverschil overbruggen ( =geluid met zo weinig
mogelijk verlies doorgeven aan cochlea)
Stapes laat ovale venster trillen => peri- en endolymfe trillen
Membrana basilaris zet geluidstrilling verder in de cochlea
In membrana basilaris zit het Orgaan van Corti
In Orgaan van Corti zit 1 rij IHC ( binnenste haarcellen) en 3 rijen OHC( buitenste
haarcellen)
De haarcellen zetten trilling om in zenuwprikkels
Prikkels worden opgevangen door de gehoorzenuw en geeft dit door aan de hersenen
We kunnen ook horen via de schedel =
beengeleiding ( bij beschadiging van het
MO of binnenoor)
De cochlea is tonotopisch = hoge frequenties
worden onderaan( basis/ kant van ovaal venster)
waargenomen en lage frequenties worden
gedetecteerd aan de top(apex)
1.2 OORZAKEN EN TYPES GEHOORVERLIES
GELEIDINGSVERLIES= CONDUCTIEF VERLIES
Conductieve geleiding:
Buitenoor:
◦ Geluiden opvangen
◦ Geluid geleiden naar trommelvlies
Middenoor:
◦ Geluid geleiden naar binnenoor
◦ Geluid lineair versterken
Conductief verlies:
Cochlea functioneert perfect
Geluid wordt verhinderd in het buiten- of middenoor
Op audiogram: luchtgeleidingsdrempel gedaald en beengeleiding is goed
NEUROSENSORIEEL VERLIES
,Neurosensoriële geleiding:
Binnenoor:
◦ Geluid omzetten naar signaal voor gehoorzenuw
Gehoorzenuw:
◦ Geluid geleiden naar auditieve cortex
centraal auditief system
Neurosensorieel verlies:
Buitenoor en MO functioneren goed
Schade aan cochlea, gehoorzenuw of aan hogere
auditieve centra
Audiogram: lucht- en beengeleiding vallen samen
GEMENGD VERLIES
Buiten- of middenoor + binnenoor is beschadigd
Audiogram: lucht- en beengeleidingsdrempel is gedaald: ontstaan van ABG= air-bone gap
2. GEHOORVERLIES: BEPERKINGEN EN PARTICIPATIEPROBLEMEN
STOORNIS VAN VERSCHILLENDE FUNCTIES:
1. Detectie van geluid
2. Auditieve discriminatie
Kwaliteit gaat achteruit
Onderscheid maken tussen
Verschillende geluiden
3. Lokalisatie
4. Onderscheiden van spraak
5. Oorsuizen
6. …..
Vb: hoge frequenties niet meer horen
dof geluid, minder helder, verder weg klinken
Spraak klinkt als gemompel, moet meer concentreren, woorden die frequent voorkomen
makkelijker herkennen
KWALITEITSVERLIES:
Verminderde frequentieselectiviteit, verminderde temporele resolutie, beschadigde
haarcellen, gevoelig voor luide geluiden
, Geluide klinken minder zuiver
GEVOLGEN VAN SLECHTHORENDHEID:
- Geluiden niet of minder opmerken
o Van een geleidelijk verlies zijn personen minder bewust en reageren ze minder
emotioneel
- Niet, minder of verkeerd verstaan
o Spraakverstaan noodzakelijk voor meeste communicatie
o Slechthorende laat soms liever niet merken dat hij iets niet verstaat
misverstanden, onbegrip, sociaal onaangepast gedrag
o Communicatiepartner geeft de conversatie soms vroegtijdig op
uitsluiting van de slechthorende
o Slechthorende is terughoudend om nieuwe conversaties aan te gaan
- Verhoogde inspanning om te horen en te verstaan
Slechthorende kan auditieve “gaps” (missende informatie) invullen aan de hand van
o Context
o Voorkennis
o Algemene kennis, woordenschat
o Taalkundige informatie (grammatica, morfologie)
o …
= Actief proces inspannend
- Reacties van anderen over het minder goed horen
o Niet iedereen schat een persoon met gehoorverlies naar waarde (zwakker,
trager,banger,..)
- Sociale belemmeringen
o Kunnen zich vaak terugtrekken in situaties in groep
ASPECTEN GELINKT AAN GEHOORVERLIES
1. Cognitieve achteruitgang
◦ Sensorische deprivatie
◦ Hogere luisterinspanning minder werkgeheugen voor opslaan informatie
2. Dementie
3. Lager zelfvertrouwen
4. Emotionele instabiliteit