DEEL 1: THEORIE
1. Meerkeuze: (30 mc vragen over theorie)
1.1. Welke bewering is fout?
a) Een databank bestaat uit gegevens en relaties van kolommen
b) Een databank is een composite key
c) Een databank kan bestaan uit 1 of meer composite keys
d) Een databank …?
e) Een databank kan nooit identieke elementen bevatten
1.2. Welke bewering is correct?
a) Een databank bestaat uit gegevens en relaties van rijen
b) Key komt overeen met type
c) Er mogen dubbele kolommen zijn
d) Er mogen dubbele rijen zijn
e) De volgorde van rijen en kolommen speelt van belang
1.3. Welk onderdeel is cruciaal nodig bij servers?
a) Scherm
b) Klavier
c) CPU
d) Internet
e) Printer
1.4. Wat is het voordeel van ERP?
a) Goed geïntegreerd door bedrijf
b) Succesvolle implementatie
c) Goedkoop
d) De bedrijfsprocessen zijn nooit gelinkt
e) Service op maat
1.5. Welke is geen selectieopdracht?
a) For
b) If-then
c) If-then-else
d) Case
e) Sequentie
1.6. Wat is de beste voorstelling van een Use Case, waarbij een identiteitskaart ook een
identiteitsbewijs is en een paspoort ook een identiteitsbewijs is? Zie bijlage 1.
a) Tekening a.
b) Tekening b.
c) Tekening c.
d) Tekening d.
1.7. Wat is fout?
a) Een databank slaat gegevens en relaties op
b) Elke rij in een databank slaat gegevens op over een instantie
c) Klassendiagrammen vormen samen met use case-diagrammen de kern van UML
d) Een klassendiagram slaat gegevens en relaties op (X)
1.8. Wat is het kritische pad, bij deze PERT-chart? Zie bijlage 2.
a) Start – A – B – C – Einde
b) Start – D – E – C - Einde
c) Start – F – G – C - Einde
d) Start – F – G - Einde