CARDIORESPIRATOIRE KINESITHERAPIE 2
DEEL 1: RESPIRATOIRE KINESITHERAPIE
H.1 HYPERVENTILATIE
Hyperventilatie = verstoorde ademhaling met een psychologische of fysiologische aard
waarbij diepe, snelle en onregelmatige ademhaling voorkomen (kunnen afzonderlijk of in
combinatie). Vaak ook ademhaling stops of zuchten.
à Veroorzaakt door continue mentale en fysieke overload
Therapie moet veelzijdig zijn:
- Intensieve ademhalingsoefeningen en relaxatietherapie
- Initiële fase: psychotropische medicatie/bèta blokkers
- Veranderen of verminderen van de stress-veroorzakende factoren
- Motivatie voor therapie en inzicht in de ontwikkeling van hyperventilatie
1. FYSIOLOGIE
1.1 Normaal ademhalingspatroon
Ademhaling in rust Ademhaling tijdens inspanning
Diepere ademhaling: abdominale regio zet
Lichte diafragmatische ademhaling
uit naar boven en zijwaarts
Flanken + ribben bewegen (costo-
Ribben bewegen niet
diafragmale ademhaling)
Ademhalingsritme: accent ligt meer op de
inspiratie + kortere adempauze
Adempauze tussen in-en expiratie Hulpademhalingsspieren kunnen gebruikt
worden: scaleni, sternocleidomastoideus,
pectoralis maior & minor
Paradoxale ademhaling = tijdens inspiratie wordt de buik dunner ipv dikker + gebruik
hulpademhalingsspieren
1.2 Limbisch systeem
Limbisch systeem = interactie tussen lichaam en geest => betrokken bij emoties
Bestaat uit:
- Hypothalamus: hoofdcentrum
- Subcortical nuclei (basale ganglia)
- Archircortex: bevat hippocampus en gerelateerde structuren
1
, Heeft een invloed op volgende processen:
- Ademhaling en psyche: bv. zucht van opluchting, stoppen met ademen als je bang bent
- Tonus van dwarsgestreepte spieren: bv. stijf staan van angst, trillen van angst, …
- Bewustzijn: bv. meer alert, slaperig, geïrriteerd
- De functies van het vegetatieve en endocriene systeem: vrijlating van cortisol bij stress
- Sympathische systeem!
- Parasympatische systeem
Balans tussen ergotrofische en trophotrofische functies (!):
ð Ergotrofische functies: lichaam voorbereiden voor actie (sympatische,
neurohormonale, somatische en psychologische reacties)
ð Trophotrofische functies: regeneratie en constructie van het lichaam
(parasympatische, neurohormonale, somatische en psychologische reacties)
Bij hyperventilatie is er een disbalans tussen beide functies en zal het ergotrofische systeem
meer actief zijn waardoor er bepaalde symptomen zullen optreden.
2. PATHOFYSIOLOGIE
Bij hyperventilatie zal er een stijging zijn van het respiratoire minuut volume (RMV):
- ↑ O2-absorptie en ↑ CO2- vrijlating: minder CO2 en meer O2 (heeft geen negatieve invloed op
het lichaam, een normaal lichaam bevat 100 mmHg O2 mensen met hyperventilatie zullen meer hebben
maar dit zorgt niet voor een stijging van de saturatie)
- CO2: PCO2 van 40 mmHg naar 22,5 mmHg à hypocapnie
- Shift to alkalosis
- Heeft een invloed op:
o Zenuwstelsel
o Bloedtoevoer naar de hersenen
o Beschikbaarheid van mineralen in het bloed
Ademhalingspatroon:
- Borstademhaling -> gebruiken diafragma niet
- Regelmatig zuchten
- Onregelmatigheden in frequentie en diepte
Gevolgen van dit ademhalingspatroon:
- Er gaat minder lucht en O2 het lichaam binnenkomen
- De lagere delen van de long zijn minder geventileerd
- Intensief gebruik van de hulpademhalingsspieren zorgt voor een verhoogde tonus,
triggerpoint en stress op die plaatsen
- Kortademigheid
CO2 is zeer belangrijk het zorgt namelijk voor de opname van O2 in onze cellen. Bij
hyperventilatie is er een toegenomen hoeveelheid O2, deze kunnen echter niet opgenomen
worden in de cellen omdat er niet voldoende CO2 aanwezig is. De O2 zal dus gewoon
rondzweven.
2
DEEL 1: RESPIRATOIRE KINESITHERAPIE
H.1 HYPERVENTILATIE
Hyperventilatie = verstoorde ademhaling met een psychologische of fysiologische aard
waarbij diepe, snelle en onregelmatige ademhaling voorkomen (kunnen afzonderlijk of in
combinatie). Vaak ook ademhaling stops of zuchten.
à Veroorzaakt door continue mentale en fysieke overload
Therapie moet veelzijdig zijn:
- Intensieve ademhalingsoefeningen en relaxatietherapie
- Initiële fase: psychotropische medicatie/bèta blokkers
- Veranderen of verminderen van de stress-veroorzakende factoren
- Motivatie voor therapie en inzicht in de ontwikkeling van hyperventilatie
1. FYSIOLOGIE
1.1 Normaal ademhalingspatroon
Ademhaling in rust Ademhaling tijdens inspanning
Diepere ademhaling: abdominale regio zet
Lichte diafragmatische ademhaling
uit naar boven en zijwaarts
Flanken + ribben bewegen (costo-
Ribben bewegen niet
diafragmale ademhaling)
Ademhalingsritme: accent ligt meer op de
inspiratie + kortere adempauze
Adempauze tussen in-en expiratie Hulpademhalingsspieren kunnen gebruikt
worden: scaleni, sternocleidomastoideus,
pectoralis maior & minor
Paradoxale ademhaling = tijdens inspiratie wordt de buik dunner ipv dikker + gebruik
hulpademhalingsspieren
1.2 Limbisch systeem
Limbisch systeem = interactie tussen lichaam en geest => betrokken bij emoties
Bestaat uit:
- Hypothalamus: hoofdcentrum
- Subcortical nuclei (basale ganglia)
- Archircortex: bevat hippocampus en gerelateerde structuren
1
, Heeft een invloed op volgende processen:
- Ademhaling en psyche: bv. zucht van opluchting, stoppen met ademen als je bang bent
- Tonus van dwarsgestreepte spieren: bv. stijf staan van angst, trillen van angst, …
- Bewustzijn: bv. meer alert, slaperig, geïrriteerd
- De functies van het vegetatieve en endocriene systeem: vrijlating van cortisol bij stress
- Sympathische systeem!
- Parasympatische systeem
Balans tussen ergotrofische en trophotrofische functies (!):
ð Ergotrofische functies: lichaam voorbereiden voor actie (sympatische,
neurohormonale, somatische en psychologische reacties)
ð Trophotrofische functies: regeneratie en constructie van het lichaam
(parasympatische, neurohormonale, somatische en psychologische reacties)
Bij hyperventilatie is er een disbalans tussen beide functies en zal het ergotrofische systeem
meer actief zijn waardoor er bepaalde symptomen zullen optreden.
2. PATHOFYSIOLOGIE
Bij hyperventilatie zal er een stijging zijn van het respiratoire minuut volume (RMV):
- ↑ O2-absorptie en ↑ CO2- vrijlating: minder CO2 en meer O2 (heeft geen negatieve invloed op
het lichaam, een normaal lichaam bevat 100 mmHg O2 mensen met hyperventilatie zullen meer hebben
maar dit zorgt niet voor een stijging van de saturatie)
- CO2: PCO2 van 40 mmHg naar 22,5 mmHg à hypocapnie
- Shift to alkalosis
- Heeft een invloed op:
o Zenuwstelsel
o Bloedtoevoer naar de hersenen
o Beschikbaarheid van mineralen in het bloed
Ademhalingspatroon:
- Borstademhaling -> gebruiken diafragma niet
- Regelmatig zuchten
- Onregelmatigheden in frequentie en diepte
Gevolgen van dit ademhalingspatroon:
- Er gaat minder lucht en O2 het lichaam binnenkomen
- De lagere delen van de long zijn minder geventileerd
- Intensief gebruik van de hulpademhalingsspieren zorgt voor een verhoogde tonus,
triggerpoint en stress op die plaatsen
- Kortademigheid
CO2 is zeer belangrijk het zorgt namelijk voor de opname van O2 in onze cellen. Bij
hyperventilatie is er een toegenomen hoeveelheid O2, deze kunnen echter niet opgenomen
worden in de cellen omdat er niet voldoende CO2 aanwezig is. De O2 zal dus gewoon
rondzweven.
2