Observeren en rapporteren
Hoofdstuk 6: een observatie plannen
6.1. Van start met een observatieplan:
Systematisch observeren helpt om je einddoel in het oog te houden
o Observatiefocus- en werkwijze vooraf vastleggen
Concrete observatiestart → bevat reeks vragen, bijna tegelijk moet beantwoorden
Stappenplan observatiestart:
Stap 1 Waarom wil ik observeren?
Stap 2 Wie en wat wil ik observeren?
Stap 3 Hoe ga ik observeren?
Werkplan / checklist
Stap 4 Wanneer en waar ga ik observeren?
‘WWW observeren’
Welke cognitief-emotionele en praktische
Stap 5
uitdagingen?
Hoe selecteer ik het gedrag? Tijd-of
Stap 6a
gedragsampling? Werkplan / checklist
Hoe selecteer ik de personen? Focus- of ‘HOE observeren’
Stap 6b
scansampling?
6.2. de observatiestart concreet: waarom, wie en wat, wanneer en hoe observeren?
Eerst overdenken over welke soort vraag je observatie gaat + welk antwoord je zoekt
Aansluitend bepalen welke vakkennis dit alles vraagt
1
Psychodiagnostische methoden
, 6.2.1. welke soort observatievraag wil ik beantwoorden?
Stap 1 observatieplan → waarom wil ik observeren?
o Welke soort observatievraag?
• brede open vraag over een onderwerp, situatie waar je nog geen zicht op hebt
verkennende
• de vraag naar de belangrijkste kenmerken van het doelgedrag, persoon of situatie
beschrijvende
• de vraag naar de samenhang of verschillen tussen gedrag van personen, situaties, over de
vergelijkende tijd
observatie
• de observatie die een toetsbare verwachting nagaat over gedrag, situaties, tijdsverloop en
toetsende verbanden of verschillen hiertussen
observatie
Let op, oorzaak-gevolg kan eigenlijk niet aangetoond worden via een observatie
Toetsende observaties sluiten het nauwst aan bij oplossingsgericht handelen
o Moeilijker correct te beantwoorden → observaties kunnen geen oorzaak-
gevolgverbanden aantonen
Voorbeeld welke soort observatievraag?:
verkennend • wat doet de peuter?
e
beschrijvend • welk exploratief gedrag vertoont de peuter?
e
• is er een verschil in exploratief gedrag wanneer de mama aanwezig is en wanneer de mama niet
vergelijkend aanwezig is?
e observatie
toetsende • de peuter vertoont meer exploratief gedrag als (niet omdat) de mama aanwezig is
observatie
2
Psychodiagnostische methoden
Hoofdstuk 6: een observatie plannen
6.1. Van start met een observatieplan:
Systematisch observeren helpt om je einddoel in het oog te houden
o Observatiefocus- en werkwijze vooraf vastleggen
Concrete observatiestart → bevat reeks vragen, bijna tegelijk moet beantwoorden
Stappenplan observatiestart:
Stap 1 Waarom wil ik observeren?
Stap 2 Wie en wat wil ik observeren?
Stap 3 Hoe ga ik observeren?
Werkplan / checklist
Stap 4 Wanneer en waar ga ik observeren?
‘WWW observeren’
Welke cognitief-emotionele en praktische
Stap 5
uitdagingen?
Hoe selecteer ik het gedrag? Tijd-of
Stap 6a
gedragsampling? Werkplan / checklist
Hoe selecteer ik de personen? Focus- of ‘HOE observeren’
Stap 6b
scansampling?
6.2. de observatiestart concreet: waarom, wie en wat, wanneer en hoe observeren?
Eerst overdenken over welke soort vraag je observatie gaat + welk antwoord je zoekt
Aansluitend bepalen welke vakkennis dit alles vraagt
1
Psychodiagnostische methoden
, 6.2.1. welke soort observatievraag wil ik beantwoorden?
Stap 1 observatieplan → waarom wil ik observeren?
o Welke soort observatievraag?
• brede open vraag over een onderwerp, situatie waar je nog geen zicht op hebt
verkennende
• de vraag naar de belangrijkste kenmerken van het doelgedrag, persoon of situatie
beschrijvende
• de vraag naar de samenhang of verschillen tussen gedrag van personen, situaties, over de
vergelijkende tijd
observatie
• de observatie die een toetsbare verwachting nagaat over gedrag, situaties, tijdsverloop en
toetsende verbanden of verschillen hiertussen
observatie
Let op, oorzaak-gevolg kan eigenlijk niet aangetoond worden via een observatie
Toetsende observaties sluiten het nauwst aan bij oplossingsgericht handelen
o Moeilijker correct te beantwoorden → observaties kunnen geen oorzaak-
gevolgverbanden aantonen
Voorbeeld welke soort observatievraag?:
verkennend • wat doet de peuter?
e
beschrijvend • welk exploratief gedrag vertoont de peuter?
e
• is er een verschil in exploratief gedrag wanneer de mama aanwezig is en wanneer de mama niet
vergelijkend aanwezig is?
e observatie
toetsende • de peuter vertoont meer exploratief gedrag als (niet omdat) de mama aanwezig is
observatie
2
Psychodiagnostische methoden