Cervicale wervelkolom
m. longus colli
Functie:
De spier in zijn geheel geeft een lateroflexie van de halswervelkolom. De pars recta buigt de
halswervelkolom voorover. De partes obliquae geven een rotatie van de halswervelkolom
ipsilateraal.
Origo:
- Pars recta: ontspringt van het voorvlak van de wervellichamen van C5-Th3;
- Pars obliqua superior: ontspringt van het processus transversi van C3-C5;
- Pars obliqua inferior: ontspringt van het voorvlak van de wervellichamen Th1-Th3.
Insertie:
- Pars recta: insereert aan het voorvlak van de wervellichamen van C2-C4;
- Pars obliqua superior: insereert aan het tuberculum anterius van de atlas;
- Pars obliqua inferior: insereert aan de processus transversi van C5-C6.
Innervatie:
Directe takken van de plexus cervicalis (C2-C6).
m. longus capitis
Functie:
Buigt de halswervelkolom en het hoofd voorover. Daarnaast geeft de spier een lateroflexie en een
rotatie ipsilateraal van het hoofd.
Origo:
- Ontspringt van de processus transversi C3-C6.
Insertie:
- Insereert aan de pars basilaris van het os occipitale.
Innervatie:
Directe takken van de plexus cervicalis (C1-C4).
m. rectus capitalus posterior major
Functie:
Bij een tweezijdige contractie buigt het hoofd achterover. Bij een eenzijdige contractie draait het
hoofd naar de ipsilaterale zijde.
Origo:
- Ontspringt van de processus spinosus van de axis.
Insertie:
- Insereert aan het laterale deel van de linea nuchalis inferior.
Innervatie:
Rami dorsales van C1.
m. rectus capitalus posterior minor
Functie:
Bij een tweezijdige contractie buigt het hoofd achterover. Bij een enkelzijdige contractie draait het
hoofd naar de ipsilaterale zijde.
Origo:
- Ontspring van het tuberculum posterius van de atlas.
Insertie:
- Insereert aan het mediale deel van de linea nuchalis inferior.
Innervatie:
Rami dorsales van C1.
, m. obliquus capitis superior
Functie:
Bij een tweezijdige contractie buigt het hoofd achterover. Bij een eenzijdige contractie draait het
hoofd naar contralaterale zijde en vindt er een lateroflexie van de wervelkolom plaats.
Origo:
- Ontspringt van de processus transversus van de atlas.
Insertie:
- Insereert aan de schedel tussen de lineae nuchalis superior en inferior.
Innervatie:
Rami dorsales van C1.
m. obliquus capitis inferior
Functie:
Bij een tweezijdige contractie buigt het hoofd achterover. Bij een eenzijdige contractie draaien de
atlas en het hoofd naar de ipsilaterale zijde.
Origo:
- Ontspringt van de processus spinosus van de axis.
Insertie:
- Insereert aan de processus transversus van de atlas.
Innervatie:
Rami dorsales van C1.
Lig. Cruciforme atlantis
Functie: verbind de dens met het os occipitale.
De verticale vezels lopen vanaf de achterzijde van de axis naar de voorzijde van het foramen
magnum. De horizontale vezels lopen tussen de zijkanten van de atlas.
Lig. Alaria
Functie: verbind de dens met het os occipitale.
Strekt zich uit vanaf de zijvlakken van de dens naar de binnenzijden van de condyli occipitales.
Lig. Flavum
Functie: handhaaft de rechtopstaande houding van de wervelkolom en oefent een remmende
werking uit wanneer de wervelkolom naar ventraal buigt.
Loopt tussen de laminae arcus vertebrae en begrenst de achterzijde van het wervelkanaal.
Lig. Nuchae
Functie: handhaaft de rechtopstaande houding van de wervelkolom.
Loopt van de crista occipitalis externa naar de processus spinosus van de vertebra prominens en gaat
cervicaal over het lig. supraspinale.