Radboud Universiteit Nijmegen
Faculteit der Managementwetenschappen (alle opleidingen)
Onderzoeks- en interventiemethodologie A
Weektaaknummer: 6
Naam studentnr. Handtekening
(1) Yusuf Aslaner S1075952
(2) Jochem Schipper S1083332 J
(3) Joep Kroes S1082690
Studierichting: Bestuurskunde
Werkgroepnummer: 4
Weektaakgroepnummer: 4
Inleverdatum: 19-10-2021
Naam docent: Sara Kok
Let op: nummer en identificeer elke pagina van deze weektaak met je
werkgroepnummer en datum!
, Werkgroepnummer: 4 - 4 Datum: 19-10-2021
Onderzoeks- en Interventiemethodologie A
WEEKTAAK 6: DYNAMISCHE THEORIEËN EN MODELLEN, PROBLEEMSTRUCTURERING IN
ORGANISATIES & DE LOGICA VAN ONDERZOEK
ANTWOORDBLAD
Deze weektaak bestaat uit twee delen, 6.1 en 6.2. Onderdeel 6.1 maken jullie als groep en onderdeel 6.2 maken
jullie individueel. In de uitwerking die jullie inleveren, zitten de groepsuitwerking van deel 6.1 en de individuele
uitwerkingen van deel 6.2.
6.1 DYNAMISCHE THEORIEËN EN MODELLEN, PROBLEEMSTRUCTURERING IN
ORGANISATIES, GROEP
Kennisvragen
Vraag 1 :
Bij de besproken dynamische modellen krijgen wij een veel breder beeld. Bij de conceptuele modellen die zijn
besproken over kwantitatief onderzoek lag de nadruk vooral op oorzaak-gevolg relaties (causale verbanden) en
werd de circulaire causaliteit genegeerd. Het systeembegrip duidt dit grotere geheel en de samenhang hiertussen
aan.
Vraag 2:
Bij een positief feedback verband zorgt het initiële verschil in de eerste variabele een kettingreactie van verbanden
die uiteindelijk de begin variabele positief beïnvloed. Bij een negatief verband gebeurt hetzelfde met als enige
verschil dat het beginvariabele negatief wordt beïnvloed.
Positief: wanneer er in een gebied veel onrust is en er ontstaan gewelddadige demonstraties wordt er vaak
gereageerd met politionele acties die zorgen voor meer ontevredenheid en dus ook meer onrust in het gebied.
Negatief: Door een hoger salaris verdien je meer geld maar als je daarmee in een hogere belastingschijf komt heb
je wat minder geld.
Vraag 3:
Multipele realiteiten zijn de verschillende manieren waarop een persoon een waarneming kan interpreteren en de
eventuele handeling die hieruit voortkomt. Multipele realiteiten zijn dus de verschillende manieren waarop
mensen een waarneming beoordelen, en dit heeft consequenties voor praktijkgericht onderzoek. Als er namelijk
onderzoek wordt gedaan naar een handelingsprobleem kan het zo zijn dat mensen dit verschillend interpreteren.
2
Faculteit der Managementwetenschappen (alle opleidingen)
Onderzoeks- en interventiemethodologie A
Weektaaknummer: 6
Naam studentnr. Handtekening
(1) Yusuf Aslaner S1075952
(2) Jochem Schipper S1083332 J
(3) Joep Kroes S1082690
Studierichting: Bestuurskunde
Werkgroepnummer: 4
Weektaakgroepnummer: 4
Inleverdatum: 19-10-2021
Naam docent: Sara Kok
Let op: nummer en identificeer elke pagina van deze weektaak met je
werkgroepnummer en datum!
, Werkgroepnummer: 4 - 4 Datum: 19-10-2021
Onderzoeks- en Interventiemethodologie A
WEEKTAAK 6: DYNAMISCHE THEORIEËN EN MODELLEN, PROBLEEMSTRUCTURERING IN
ORGANISATIES & DE LOGICA VAN ONDERZOEK
ANTWOORDBLAD
Deze weektaak bestaat uit twee delen, 6.1 en 6.2. Onderdeel 6.1 maken jullie als groep en onderdeel 6.2 maken
jullie individueel. In de uitwerking die jullie inleveren, zitten de groepsuitwerking van deel 6.1 en de individuele
uitwerkingen van deel 6.2.
6.1 DYNAMISCHE THEORIEËN EN MODELLEN, PROBLEEMSTRUCTURERING IN
ORGANISATIES, GROEP
Kennisvragen
Vraag 1 :
Bij de besproken dynamische modellen krijgen wij een veel breder beeld. Bij de conceptuele modellen die zijn
besproken over kwantitatief onderzoek lag de nadruk vooral op oorzaak-gevolg relaties (causale verbanden) en
werd de circulaire causaliteit genegeerd. Het systeembegrip duidt dit grotere geheel en de samenhang hiertussen
aan.
Vraag 2:
Bij een positief feedback verband zorgt het initiële verschil in de eerste variabele een kettingreactie van verbanden
die uiteindelijk de begin variabele positief beïnvloed. Bij een negatief verband gebeurt hetzelfde met als enige
verschil dat het beginvariabele negatief wordt beïnvloed.
Positief: wanneer er in een gebied veel onrust is en er ontstaan gewelddadige demonstraties wordt er vaak
gereageerd met politionele acties die zorgen voor meer ontevredenheid en dus ook meer onrust in het gebied.
Negatief: Door een hoger salaris verdien je meer geld maar als je daarmee in een hogere belastingschijf komt heb
je wat minder geld.
Vraag 3:
Multipele realiteiten zijn de verschillende manieren waarop een persoon een waarneming kan interpreteren en de
eventuele handeling die hieruit voortkomt. Multipele realiteiten zijn dus de verschillende manieren waarop
mensen een waarneming beoordelen, en dit heeft consequenties voor praktijkgericht onderzoek. Als er namelijk
onderzoek wordt gedaan naar een handelingsprobleem kan het zo zijn dat mensen dit verschillend interpreteren.
2