Hoofdstuk 12 – Geneesmiddelen bij aandoeningen van het
cardiovasculair stelsel:
Geneesmiddelen bij hypertensie
Wat is hypertensie:
We spreken van hypertensie wanneer de systolische bloeddruk hoger is dan 140 mmHg
en/of de diastolische bloeddruk hoger is dan 90 mmHg
Hypertensie is één van de belangrijkste factoren voor cardiovasculaire,
cerebrovasculaire en renale morbiditeit en mortaliteit
Inleiding hypertensie:
Hypotensie = een te lage bloeddruk
Perfusie van weefsels en organen in het gedrang
Dit kan leiden tot ischemie met een levensbedreigende shock als gevolg
Hypertensie = een te hoge bloeddruk
Kan vaatbeschadiging of bloeding uitlokken
Belast het hart en de nieren op lange termijn
En leidt tot hart- en vaatziekten
RR = de officiële afkorting voor arteriële bloeddrukwaarden
Systolische bloeddruk
Diastolische bloeddruk
Eerste algemene BD-hygiënische maatregelen zijn:
Rookstop
Gezonde voeding (vetarm, vezelrijk, natrium-beperking)
Voldoende lichaamsbeweging
Vermijden van overgewicht
Matig met alcohol
Vermijden van stress relaxatie-oefeningen
Medische wetenschappen – Farmacologie – GM bij cardiovasculaire
1 aandoeningen
,Soorten hypertensie:
Essentiële hypertensie = primaire of idiopathische hypertensie
Hier is geen directe oorzaak
Deze vorm van hypertensie is eerder het gevolg van een opeenstapeling van
risicofactoren
Secundaire hypertensie:
Hierbij is er wel een medische oorzaak
Veroorzaakt door een andere aandoening
Voorbeelden zijn:
Renale hypertensie
Hormonaal probleem
Coarctatio aortae
Neurogene oorzaak
Indeling hypertensie:
Matige hypertensie 70% van hypertensiegevallen
Hoge mortaliteit
95 mmHg < DBD < 104 mmHg
150 mmHg < SBD < 159 mmHg
Ernstige hypertensie DBD ≥ 105 mmHg
SBD ≥ 160 mmHg
= zware cardiovasculaire risicofactor
Waarom moet hypertensie behandelt worden:
Terugbrengen van hypertensie tot normale bloeddruk vermindert het risico van
Cerebrovasculaire accidenten (CVA)
Acuut myocardinfarct
Hartinsufficiëntie
Het risico blijft altijd aanwezig daarom is het belangrijk om andere risicofactoren op te
sporen en te behandelen
Aanvaardbare versus wenselijke bloeddruk:
Doorsnee persoon, zonder bijkomende CV-risico’s
Aanvaardbare SBD tot 140 mmHg
Aanvaardbare DBD tot 90 mmHg
Medische wetenschappen – Farmacologie – GM bij cardiovasculaire
2 aandoeningen
, Indien bijkomende risicofactoren bv. diabetes bovengrens van aanvaardbaarheid daalt
Aanvaardbare SBD tot 130 mmHg
Aanvaardbare DBD tot 80 mmHg
Wenselijke BD voor minimaal CV-risico
SBD tot 120 mmHg
DBD tot 70 mmHg
Factoren die de arteriële bloeddruk bepalen:
Met geneesmiddelen te beïnvloeden factoren
SV = slagvolume (contractie – kracht van hart)
HR Hartritme = hartfrequentie
SVR Perifere weerstand (PW) = contractietoestand bloedvaten
TBV Totaal bloedvolume
Ook de viscositeit van het bloed speelt een rol
Fysiologie van het bloeddrukmechanisme:
Medische wetenschappen – Farmacologie – GM bij cardiovasculaire
3 aandoeningen