Hoofdstuk 11 – Geneesmiddelen bij afwijkingen van het bloed:
Inleiding:
Het bloedplasma heeft verschillende functies:
Het zorgt voor de aanvoer van voedingsstoffen, het afvoeren van afvalstoffen en een
gelijkmatige warmteverdeling van het lichaam
De bloedcellen transporteren bloedgassen en zorgen voor immuniteit en bloedstolling
Antitrombotica
Inleiding:
De grootste groep middelen die invloed uitoefenen op de bloedstolling zijn de
antitrombotica deze worden gebruikt wanneer er een verhoogde kans is op
trombusvorming
Wat is een trombus:
Een trombus is een stolsel in een bloedvat dat bij loskomen kan leiden tot trombo-
embolie met mogelijk longembolie en CVA tot gevolg
Een trombus in de coronairen kan een hartinfarct als gevolg hebben
Het bloedstollingsproces:
Voor een efficiënte stolling zijn trombocyten en stollingsfactoren (= stollingseiwitten)
noodzakelijk
De trombocyten worden in het rode beenmerg aangemaakt
De meeste stollingseiwitten worden aangemaakt door de lever
Voor de productie van deze stollingsfactoren speelt vitamine K een belangrijke rol
Medische wetenschappen – Hoofdstuk 11: GM bij afwijkingen van het bloed
1
,De verschillende stappen van de hemostase:
Stap 1 Vasoconstrictie: Dit is om verder bloedverlies te voorkomen
Stap 2 Hierdoor wordt er een bloedprop of trombocytenplug
trombocytenaggregatie of gevormd
primaire hemostase Onder normale omstandigheden kleven trombocyten niet
aan elkaar
Maar bij stase van het bloed of bij
endotheelbeschadiging kunnen ze zich wel hechten
Deze hechting vind plaats door de von Willebrand-factor
(= adhesie)
Stap 3 coagulatie of Er komt een activatie van de stollingsfactoren
secundaire fase Xa vormt samen met calcium, Va en plaatjesfactoren het
trombokinase complex dat de finale stollingscascade of
coagulatie in gang zet
Protrombine wordt omgezet in trombine dat zelf
fibrinogeen polymeriseert tot fibrinedraden
trombocytenplug wordt verstevigd met fibrinedraden =
trombus
Stap 4 na Activatie van plasminogeen tot plasmine dat fibrine
vaatwandherstel start de afbreekt tot D-dimeren
fibrinolyse op
Een trombus kan je vergelijken met een visnet om rode bloedcellen te vangen
Medische wetenschappen – Hoofdstuk 11: GM bij afwijkingen van het bloed
2
, Het bestaat uit fibrine draad en de punten zijn trombocyten = nodig voor bloedplaatjes
Vanaf we trombus hebben gaat ons lichaam het al willen opruimen
Knopen = trombocyten
Draden = fibrine
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Losse = fibrinogeen
Samen = fibrine
Gaan samen door trombine
Door plasmine worden de fibrine geknipt,
bewijsstukken dat er fibrine aanwezig was
Als we het willen weten of de patiënt een
trombus had aan het labo bevragen (Hoe zijn
de D dimeren?) indien positief = trombus was
of is aanwezig
Medische wetenschappen – Hoofdstuk 11: GM bij afwijkingen van het bloed
3