1 Inleiding
1.1 Leerstof cursus ‘Normale spraak- en taalontwikkeling
1. Basisvoorwaarden voor normale ontwikkeling:
› Een vlot verlopende
Sensori-motorische ontwikkeling
= zintuigen: horen, zien (spraakafzien, Sociaal
geschreven taal en woordbetekenis
(koppelen woord aan object))
Cognitieve ontwikkeling Motoriek
(Innerlijke)
TAAL
Emotion
eel
= Intelligentie Quotiënt (mate volt
kennis te verwerven)
Sociaal-emotionele ontwikkeling
= = interactie met de omgeving, Cognitief
sociaal contact belangrijk voor taal
(ASS)
= goed voelen, niet goed voelen (stoppen met praten,
minder vlot contacten aangaan)
! Wisselwerking tussen taalontwikkeling en andere
domeinen !
2. Componenten van de taalontwikkeling
Taalbegrip versus
Taalproductie
= passieve taal versus = actieve taal
= Receptieve taal versus =
expressieve taal
= > Begrip gaat productie vooraf
Vorm van taaluitingen
› Fonologie (klankleer)
› Morfologie (woordvorming en
woordstuctuur)
› Syntaxis (verbuigen en
vervoegen)
Bekentenis en gebruik van
taaluitingen
› Lexico-semantiek (correcte
betekenis woorden)
1
, › Pragmatiek (communicatieregens vb. beurtnemen)
Nadenken over taal (metalinguïstisch bewustzijn)
3. Aangeboren taalvermogen versus
Taalaanbod
= taalaanleg = taal vanaf geboorte
hoort
= bepaald mate en tempo taalleren 1) Brede
omgevingstaal
! Kritische periode voor taal (0-7j) 2) Child
directed speech
- Motherese
- Fatherese
4. Fasen in taalontwikkeling
Pre-verbale of voortalige fase (0 – 12m)
Vroeg-talige dase (1j – 2,5j)
Differentiatiefase (2,5j – 5j)
Voltooiingsfase (vanaf 5 j)
5. Termen
› SLI: Specific language impairment
› VTO: Vertraagde taalontwikkeling
› SDLD: Specific Developmentel language disorder
› STOS: specifieke taalontwikkelingsstoornis
› ESM: Ernstige spraakmoeilijkheden
› TOA: Taanontwikkelingsachterstand
6. TOS
– Communicatiestoornis (neurologische
Taalstooris
ontwikkelingsstoornis)
– Persisterende moeilijkheden in het Specifieke taalstoornis
verwerven en gebruiken van taalsymbolen
zowel in gesproken als in geschreven vorm
Verlate taalaanvang
of in andere taalmodaliteiten,
(woordenschat, grammatica, narratieve
en conversatievaardigheden en/of andere Sociale
pragmatische vaardigheden) => communicatiestoornis
functionele beperkingen
– Primair of secundaire (door andere
oorzaak) aandoening
– Symptomen: kindertijd
– Prevalentie: 7% (3/1 jongens)
7. VTO versus GTO
= vertraagde taalontwikkeling = gestoorde
taalontwikkeling
2
, = juiste kenmerken, latere periode = kenmerken niet in NTO,
geen samenhangend
geheel
3
, 3 Diagnose Criteria:
1. Ernst (pc <10)
2 Specific Language Impairment/Specifieke
2. Hardnekkigheid
Taalontwikkelingsstoornis 3. Exclusie
Exclusiecriteria
o Gehoorstoornissen
o Tweetaligheid
o Ernstige neurologische of orofaciale afwijkingen
o Intelligentiestoornissen
o Abnormaal sociaal gedrag/contactstoornissen
o * Extreme deprivatie / ongunstig taalaanbod
Discrepantiecriteria
o Actuele taalniveau versus verwachte taalniveau
o Verbale versus niet-verbale mogelijkheden
Inclusiecriterium
o Therapieresistentie (Hardnekkigheid)
o Stoornis-specifieke kenmerken
o Grillig taalprofiel
2.1 Etiologie TOS
1. Genetische /erfelijke factoren
o FOXP2-gen?
o Of meerdere genen?
2. Neuro-anatomische factoren
o Pars triangularis Li-hersenhelft < dan Re-hersenhelft
o Asymmetrie hersenhelften
o Toename witte stof
o Verschillen in densiteit grijze stof
3. Neurocognitieve functies
o Auditieve waarneming en verwerking
o “Generalized slowing hypothesis” = trage verwerking
o Aandacht
o Geheugen
Zwakke non-word-repetitie
Werkgeheugendeficit (fonologische loop?)
Procedural Deficit Hypothesis
o Verstoring in het executief systeem
4