Definitie en begrippen:
Sprake van een hulp- of zorgvraag die in kaart gebracht en
geanalyseerd wordt met als finaliteit zorg te kunnen waarmaken
Geen eenduidige terminologie: Diagnostiek, indicatiestelling en
zorginschaling
Verwerven concepten: verschillende stappen na een aanmelding
Diagnostisch proces
Deze 3 termen te vatten onder de noemer van ‘diagnostiek’
Assessment = procedure om iets te beoordelen
Classificatie (= algemeen beeld) niet = diagnostiek (= uniek beeld)
Categoriale diagnostiek:
o Stoornissen beschreven aan de hand van verschillende
criteria
o Functioneren persoon vergeleken met deze criteria om
categorie toe te kennen.
o Geen overlap tussen categorieën???
Dimensionele diagnostiek
o In werkelijkheid wel overlap tussen categorieën
o Functioneren beschreven op basis van dimensies die
zowel binnen klinische als niet-klinische dimensies
bestaan.
Handelingsgerichte diagnostiek:
Vertrekt vanuit de indicerende vraagstelling
Onderkennende en verklarende diagnostiek geen doel op zich
Doel: uitbrengen van geïndividualiseerd advies naar
toekomstige hulpverlening
7 principes:
o 1) Is doelgericht;
o 2) Richt zich op de behoeften van de cliënt en de
opvoeders/hulpverleners;
o 3) Betrekt de omgeving van de cliënt, en heeft aandacht
voor hun ondersteuningsbehoeften;
o 4) Hanteert een transactioneel referentiekader;
, o 5) Acht samenwerken met cliënten en hun context
cruciaal;
o 6) Besteedt aandacht aan positieve factoren;
o 7) Verloopt systematisch en transparant
Deelfasen handelingsgerichte diagnostiek:
5 fasen:
Planmatig (volgens de stappen van de diagnostische cyclus)
en transparant en reflecteer systematisch (samen met
collega’s) over alle stappen van het diagnostisch proces
ontstaan er bewuste beslismomenten: verder gaan naar de
volgende fase of toch een andere werkwijze hanteren in de
huidige fase. Elke fase van het diagnostisch proces heeft
specifieke aandachtspunten.
Intakefase: investeer extra in de vertrouwensrelatie door een
open, onbevangen, respectvolle en luisterende houding aan te
nemen of vraagverheldering
o Onderkennend (Wat is er aan de hand?)
o Verklarend (welke factoren zijn de oorzaak van het
probleem)
Persoonsgericht
Situatiegericht
o Voorspellend (Hoe zal het probleem zich verder
ontwikkelen)
o Indicerend (Is de behandeling noodzakelijk?)
o Evaluerend (Is het probleem voldoende aangepakt?)
Strategiefase: Verzamel informatie over de cliënt en zijn
(groot)ouders, over het land en streek van herkomst, de
etniciteit, mondelinge en schriftelijke kennis- en
vaardigheidsniveau van het Nederlands, het opleidingsniveau,
de verblijfsduur, de generatiestatus en de
integratiegeschiedenis, de ervaring met psychologische
testinstrumenten. Deze informatie kan verzameld worden aan
de hand van het Cultural Formulation Interview. Het CFI
bestaat uit 16 vragen die de hulpverlener kan gebruiken om
tijdens een intake informatie te krijgen over de cultuur en de
context van een cliënt. strategiebepaling
Onderzoeksfase:
o Kies instrumenten die zo ‘cultuurfair’ mogelijk zijn. Je
kan hiervoor gebruik maken van de Fairness Matrijs die
de COTAN (Commissie Testaangelegenheden Nederland)
sinds 2015 bij de beoordeling van testinstrumenten
opneemt.
o Besteed extra aandacht aan de communicatie over het
onderzoek zodat de cliënt met een migratie-achtergrond