Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Notes de cours

Medische Biologie

Note
-
Vendu
-
Pages
105
Publié le
17-08-2022
Écrit en
2019/2020

Aantekeningen vak Medische Biologie zowel deel 1 als 2.

Établissement
Cours











Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
17 août 2022
Fichier mis à jour le
17 août 2022
Nombre de pages
105
Écrit en
2019/2020
Type
Notes de cours
Professeur(s)
Wendy van den berge
Contient
Toutes les classes

Sujets

Aperçu du contenu

Thema 1
Anatomie en fysiologie, een inleiding
1.1
Reactievermogen
Organismen reageren op veranderingen: dit wordt prikkelbaarheid genoemd. Er kunnen ook
veranderingen plaatsvinden wanneer een organisme zich aan de omgeving aanpast zoals een
warmere vacht krijgen in de winter. Dit wordt ook wel aanpassingsvermogen genoemd.

Groei
Het hele leven nemen organismen in omvang toe. Dit gebeurd doormiddel van deling van
cellen. In meercellige organismen zoals mensen, specialiseren afzonderlijke cellen zich zodat
ze bepaalde functies kunnen vervullen. Dit wordt ook wel differentiatie genoemd.

Voortplanting
Organismen planten zich voort en brengen opeenvolgende generaties van dezelfde
organismen voort

Beweging
Organismen zijn in staat tot beweging. Zowel inwendig (transport van bloed of andere
stoffen) of uitwending (voortbeweging in omgeving)

Stofwisseling
Organismen zijn afhankelijk van complexe chemische reacties om energie te leveren voor het
reactievermogen, groei, voortplanting en beweging. Ook worden complexe stoffen
aangemaakt zoals eiwitten. De stofwisseling (metabolisme) bevat alle chemische reacties in
het lichaam. Om energie vrij te maken hebben de meeste cellen voedingsstoffen (nutrienten)
nodig uit voedsel, zuurstof en gas nodig. De opname, vervoer en gebruik van zuurstof wordt
ook wel respiratie genoemd. Bij stofwisselingsreacties ontstaan vaak (schadelijke)
afvalstoffen die doormiddel van uitscheiding (excretie) uit het lichaam dienen te worden
verwijderd.

Spijsvertering
Doormiddel van spijsvertering worden complexe voedingsstoffen afgebroken tot eenvoudiger
stoffen die makkelijk getransporteerd kunnen worden en daarna ook opgenomen kunnen
worden. Uitscheiding en respiratie is ook complexer bij grotere organismen. Mensen hebben
nieren voor uitscheiding en longen voor gaswisseling. Doordat er verschillende ‘plaatsen’
zijn voor bepaalde handelingen, moeten de organen met elkaar kunnen communiceren. Dit
gaat doormiddel van de bloedsomloop oftewel de bloedcirculatie. Voorbeeld: bloed neemt
afvalstoffen op en vervoert deze naar de nieren.

1.2
Anatomie

,Het bestuderen van de inwendige en uitwendige structuren en fysieke relaties tussen
lichaamsdelen. Hierin zijn twee onderscheidingen: Macroscopische anatomie en
Microscopische anatomie.



Macroscopische anatomie
Hierbij worden kenmerken onderzocht die met het blote oog zichtbaar zijn. Bij uitwendig
wordt er bijvoorbeeld gekeken naar de algehele vorm en oppervlaktekenmerken. Regionale
anatomie betekent dat de oppervlaktestructuren en inwendige structuren in een bepaald
gebied worden bestudeerd zoals bijvoorbeeld het hoofd, hals of romp. Systemische anatomie
betekent dat de structuur van belangrijke orgaanstelsels bestudeerd wordt. Een orgaanstelsel
houdt een groep organen in die samen gecoördineerd functioneren zoals bijvoorbeeld het
hart, bloed en bloedvaten vormen het bloedvatenstelsel (cardiovasculair systeem).

Mircroscopische anatomie
De anatomie waar structuur niet vergroot zichtbaar zijn. Dit wordt onderverdeeld in
specialisaties die onderdelen bestuderen van bepaalde omvang. Bij de cytologie (oftewel
celleer) wordt de inwendige structuur van afzonderlijke cellen bestudeerd. Bij de histologie
wordt een breder perspectief gehanteerd en worden weefsels onderzocht, groepen
gespecialiseerde cellen en celproducten ie samenwerken bij het uitvoeren van specifieke
functies. Verschillende weefsels vormen samen organen.

Fysiologie
De studie hoe levende organismen hun levensfuncties verrichten. Deze functies zijn complex
en veel moeilijker te onderzoeken dan de meeste anatomische structuren. Celfysiologie omvat
gebeurtenissen op chemisch of moleculair niveau. Dit is zowel chemische processen binnen
cellen als tussen cellen onderling. Orgaanfysiologie is het bestuderen van de fysiologie van
bepaalde organen. Bij de systeemfysiologie worden alle aspecten van het functioneren van
specifieke orgaanstelsels bestudeerd. Voorbeelden hiervan zijn ademhalingsstelsel en
voortplantingstelsel. Pathologische fysiologie of pathologie is het bestuderen van de effecten
van aandoeningen op het functioneren van organen of stelsels. Hier wordt hedendaags veel
naar gekeken; de medici moet niet alleen begrijpen wat er fout is maar ook wat voor impact
dit heeft en hoe die patiënt gecorrigeerd kan worden.

1.3
Voor een goed inzicht in het menselijk lichaam, dienen we de organisatie ervan op
verschillende niveaus te begrijpen. Hieronder vallen de volgende niveaus
- Chemisch (of moleculair) niveau
- Celniveau
- Weefselniveau
- Orgaanniveau
- Orgaanstelselniveau
- Organismeniveau

,1.4
De elf orgaanstelsels die de mens heeft zijn als volgt:
1. De huid
2. Het beenderstelsel
3. Het spierstelsel
4. Het zenuwstelsel
5. Hormoonstelsel
6. Bloedvatenstelsel
7. Lymfestelsel
8. Ademhalingsstelsel
9. Spijsverteringsstelsel
10. Urinaire stelsel
11. Voortplantingsstelsel

Het beenderstelsel
Orgaan/onderdeel Primaire functies

Beenderen, kraakbeen en gewrichten Stevigheid: bescherming weke delen; opslag
mineralen in beenderen
Axiaal skelet (schedel, wervels, ribben, Beschermt hersenen, ruggenmerg, zintuigen
sternum, sacrum, kraakbeen en banden) en weke delen van borstholte; overbrenging
van lichaamsgewicht op de benen

Skelet ledematen (ledematen en Biedt inwendige stevigheid en positionering
verstevigende beenderen en banden) van de ledematen; versteviging en
voortbeweging axiaal skelet

Beenmerg Belangrijkste plaats van de vorming van
rode en witte bloedcellen


Het spierstelsel
Orgaan/onderdeel Primaire functies

Skeletspieren (700) Maakt bewegingen skelet mogelijk;
reguleert in- en uitgang
spijsverteringskanaal; warmte productie;
verstevigt houding skelet; beschermt weke
delen

Axiale romp Ondersteuning en positionering van het
axiaal skelet

Spieren ledematen Ondersteuning, beweging en versteviging

, van de ledematen

Pezen Aanhechtingspunt voor contractiekrachten
voor uitvoering specifieke taken


1.5
Veel uiteenlopende fysiologische mechanismen werken samen om potentieel gevaarlijke
veranderingen in de omgeving binnen het lichaam te voorkomen. Onder homeostase (homeo
= onverandelijk + statis = stilstaand) wordt het bestaan van een stabiel intern milieu verstaan.
Om te overleven moet elk levend organisme homeostase handhaven. Homeostase bevat de
aanpassingen van de fysiologische systemen.

Homeostatische regulering omvat meestal een receptor (1) die gevoelig is voor een bepaalde
verandering in een omgeving ofwel een prikkel (stimulus). Het besturingsysteem (2) of
integratiesysteem, ontvangt informatie van de receptor en verwerkt dit. Een effector (3)
reageert op de signalen van het besturingssysteem en versterkt of gaat de prikkel tegen.

1.6
Negatieve terugkoppeling
Het belangrijkste kenmerk van negatieve terugkoppeling is het volgende: ongeacht of de
prikkel bij de receptor toeneemt of afneemt, wekt een variatie buiten de normale grenzen een
automatische reactie op waardoor de situatie wordt gecorrigeerd. Een voorbeeld hiervan is
warmteregulatie. Stel de prikkel is lichaamstemperatuur is gestegen boven 37,2 graden. De
receptor (sensoren lichaamstemperatuur) heeft invloed op het besturingscentrum en het
besturingssysteem geeft signaal naar effector (bloedvaten en zweetklieren in de huid). De
negatieve terugkoppeling is de volgende reactie: toename bloedstroom naar de huid, toename
van transpiratie, prikkel is weggevallen en homeostase is hersteld.

Positieve terugkoppeling
Bij positieve terugkoppeling brengt de aanvankelijke prikkel een reactie teweeg waardoor die
prikkel wordt versterkt. Bijvoorbeeld aanvankelijke prikkel kan zijn dat de temperatuur stijgt
in een kamer waarvan de reactie is dat de kachel wordt aangeschakeld waardoor het nog
warmer wordt en dus versterkt wordt.

1.7
Anatomen hebben een kaart van het menselijk lichaam gemaakt om belangrijke anatomische
structuren in te delen in oriëntatiepunten zodat het makkelijker aan te geven is waar het zich
bevindt.

Anatomische oriëntatiepunten
Iemand die zich in de anatomische positie bevindt, ligt in rugligging (suppine position)
wanneer het gezicht omhoog gericht is en bij buikligging (prone position) met het gezicht
omlaag ligt.
€6,94
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
roosboertje Haagse Hogeschool
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
342
Membre depuis
10 année
Nombre de followers
275
Documents
5
Dernière vente
1 année de cela

3,9

74 revues

5
17
4
39
3
12
2
2
1
4

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions