HOOFDSTUK 2: SOCIALE WAARNEMING
2.1 HET MATERIAAL WAAROP WE ONS BASEREN
Zintuiglijke waarneming = Via zintuigen vangen we prikkels op en die worden in het brein
selectief verwerkt tot een aantal patronen waar we een betekenis aan toekennen.
Resultaat Percept = Beeld dat we ons vormen van wat uiterlijk waarneembaar is
Sociale of interpersoonlijke waarneming = We maken gebruik van een hoeveelheid
informatie die zelf al het product is van zintuiglijke waarneming. Daaruit leiden we bepaalde
niet-directe waarneembare kenmerken af over de persoon
Resultaat Concept = Een gedachteconstructie of denkbeeld van wat voor iemand die
persoon zou kunnen zijn
We baseren ons voornamelijk op fysiek uiterlijk, gedrag en lichaamstaal
2.1.1 FYSIEK UITERLIJK
Vaak het eerste en enige wat we waarnemen
- Vrij algemene eigenschappen Geslacht, huidskleur, leeftijd
- Specifiekere eigenschappen Lichaamsbouw, gelaatskenmerken, haarlijn
Bij het zien van iemand komen we snel tot een oordeel Op basis van het gezicht bij
eerste oppervlakkig contact
2.1.2 GEDRAG
Gedrag wordt grotendeels beïnvloedt door
- De situatie waarin iemand zich op een bepaald moment bevindt
- De rol die hij te spelen heeft
Soms correcte of verkeerde conclusies
2.1.3 LICHAAMSTAAL
= Non-verbale communicatie of houding
- Visueel zijn we vooral gericht op wisselende gelaatsexpressies (oogcontact, blik)
- Gebaren (handbewegingen)
1
2.1 HET MATERIAAL WAAROP WE ONS BASEREN
Zintuiglijke waarneming = Via zintuigen vangen we prikkels op en die worden in het brein
selectief verwerkt tot een aantal patronen waar we een betekenis aan toekennen.
Resultaat Percept = Beeld dat we ons vormen van wat uiterlijk waarneembaar is
Sociale of interpersoonlijke waarneming = We maken gebruik van een hoeveelheid
informatie die zelf al het product is van zintuiglijke waarneming. Daaruit leiden we bepaalde
niet-directe waarneembare kenmerken af over de persoon
Resultaat Concept = Een gedachteconstructie of denkbeeld van wat voor iemand die
persoon zou kunnen zijn
We baseren ons voornamelijk op fysiek uiterlijk, gedrag en lichaamstaal
2.1.1 FYSIEK UITERLIJK
Vaak het eerste en enige wat we waarnemen
- Vrij algemene eigenschappen Geslacht, huidskleur, leeftijd
- Specifiekere eigenschappen Lichaamsbouw, gelaatskenmerken, haarlijn
Bij het zien van iemand komen we snel tot een oordeel Op basis van het gezicht bij
eerste oppervlakkig contact
2.1.2 GEDRAG
Gedrag wordt grotendeels beïnvloedt door
- De situatie waarin iemand zich op een bepaald moment bevindt
- De rol die hij te spelen heeft
Soms correcte of verkeerde conclusies
2.1.3 LICHAAMSTAAL
= Non-verbale communicatie of houding
- Visueel zijn we vooral gericht op wisselende gelaatsexpressies (oogcontact, blik)
- Gebaren (handbewegingen)
1