Familiaal vermogensrecht (Van Den Broeck)
DEEL 2: ERFRECHT
1: ERFRECHT
1. Erven
1) Basisbegrippen
2) Openvallen van de nalatenschap
A. Gevolgen openvallen nalatenschap
B. Waar valt nalatenschap open?
2. Erfbekwaamheid
1) Begrip en voorwaarden
2) Bestaan als voorwaarde van erfbekwaamheid
A. Bestaan
B. Tijdstip van verwekking
3) In leven zijn als voorwaarde van erfbekwaamheid
A. In leven zijn
B. Wat als het in leven zijn van de erfgerechtigde op het tijdstip dat de nalatenschap openvalt
onzeker is?
C. Gelijktijdig overlijden (leer van de commorienten)
D. Bewijs van volgorde van overlijden
4) Uitsluiting en verval van erfrecht
5) Onwaardigheid om te erven
A. Onwaardigheid
B. Gronden van onwaardigheid
C. Hoofdgevolgen
D. Bijkomende gevolgen
3. Wettelijke erfgerechtigden: verwanten
1) Wie is wettelijk ergerechtigd?
A. Begrip
B. Ordes (klassen) van erfgerechtigden
C. Wie zit in welke orde? Zie oefening p19
2) Het begrip graad (zie ook verder)
3) Eerste orde: afstammelingen
A. Opsomming
B. Graad (zie oefening p23)
C. Plaatsvervulling
D. Wanneer is er plaatsvervulling?
E. Gevolgen van de plaatsvervulling: verdeling bij staken
F. Toepassing in de rechte neerdalende lijn
G. Geen openbare orde
4) Tweede orde: broers en zussen, vader en moeder
A. Opsomming
B. Principe
C. Hypothese 1: toewijzing van de nalatenschap als vader en moeder er niet zijn (zie boek p27)
D. Hypothese 2: toewijzing van de nalatenschap als vader en/of moeder er zijn (zie boek p28)
E. Graden en plaatsvervulling
F. Verschillende ouders => halfbroers en halfzussen
G. Kleine kloving (= kloving in tweede orde) Art. 4.27 BW (zie voorbeeld boek p29)
H. Voorrang tweede op derde orde
5) Derde orde: louter ascendenten
A. Principes
B. Graden
C. Grote kloving (= kloving vanaf derde orde) Art. 4.28 en 4.29 BW
1
, D. Waarom kloving?
6) Vierde orde: verdere zijverwanten
A. Grote kloving
B. Plaatsvervulling
C. Vruchtgebruik voor vader en moeder
D. Devolutie van de ene lijn op de andere
E. Nieuwe afwijkende regel als de erflater gehuwd is en LLE leeft nog
4. De langstlevende echtgenote
1) Plaats van de langstlevende echtgenote in de devolutie
2) Voorwaarde voor het erfrecht van de langstlevende echtgenote
A. Specifieke voorwarde: gehuwd zijn
B. Uitsluiting en verval van erfrecht
C. Geen plaatsvervulling
D. Invloed van het huwelijksvermogenstelsel
3) Welk erfrecht verkrijgt de langstlevende echtgenote?
A. Aard van haar erfrecht
B. Samenloop met afstammelingen (cf. nieuw art. 745bis, §1, eerste lid BW)
C. Assepoesterregel
D. Wat is de gehele nalatenschap?
E. Samenloop met bloedverwanten van tweede of derde orde (cf. nieuw art. 745bis, §1, tweede lid,
1° en 2° BW)
F. Gemeenschapsstelsel
G. Scheiding van goederen
H. Bij wettelijke terugkeer (nieuw cf. art. 745bis, §2 BW)
I. Samenloop met bloedverwanten van de vierde graad of geen samenloop (cf. nieuw art. 745bis,
§1, laatste lid en §2 BW)
J. Huurrecht (cf. nieuw art. 745bis, §3 BW)
4) Het erfrechtelijk vruchtgebruik van de langstlevende echtgenote
A. Kenmerken van dit VG
B. Bijzondere regels van het erfrechtelijke VG
5) Omzetbaarheid van eht erfrechtelijk vruchtgebruik van de langstlevende echtgenote
A. Waarom een omzetbaar vruchtgebruik?
B. Van welk VG kan de omzetting worden gevorderd?
C. Waarin kan de omzetting van het VG worden gevorderd?
a. Omzetting in VE
b. Omzetting in geldsom
c. Omzetting in een rente
d. Onverdeeld aandeel in nalatenschap
D. Waardebepaling van het VG (Art. 4.64 BW)
E. Waardeberekening van het VG bij samenloop met stiefkinderen
F. Procedure van omzetting
G. Wanneer moet omzetting gebeuren en wat is daarbij de beoordelingsbevoegdheid van de
rechter?
a. LLE komt in samenloop met afstammelingen van DC
b. LLE komt in samenloop met stiefkinderen (geen afstammelingen van LLE)
c. LLE komt in samenloop met andere erfgenamen (niet-afstammelingen)
d. Anomale erfgenamen (principe van de wettelijke terugkeer)
H. Aard van het recht om omzetting te vorderen
I. Gevolgen omzetting
5. De langstlevende wettelijk samenwonende levensgenote
1) Erfrecht voor de langstlevende wettelijk samenwonende levensgenote
A. Principe
B. Specifieke vereisten voor dit erfrecht
C. Algemene erfrechtelijke vereisten
D. Ongeacht met wie hij tot de nalatenschap komt
2
DEEL 2: ERFRECHT
1: ERFRECHT
1. Erven
1) Basisbegrippen
2) Openvallen van de nalatenschap
A. Gevolgen openvallen nalatenschap
B. Waar valt nalatenschap open?
2. Erfbekwaamheid
1) Begrip en voorwaarden
2) Bestaan als voorwaarde van erfbekwaamheid
A. Bestaan
B. Tijdstip van verwekking
3) In leven zijn als voorwaarde van erfbekwaamheid
A. In leven zijn
B. Wat als het in leven zijn van de erfgerechtigde op het tijdstip dat de nalatenschap openvalt
onzeker is?
C. Gelijktijdig overlijden (leer van de commorienten)
D. Bewijs van volgorde van overlijden
4) Uitsluiting en verval van erfrecht
5) Onwaardigheid om te erven
A. Onwaardigheid
B. Gronden van onwaardigheid
C. Hoofdgevolgen
D. Bijkomende gevolgen
3. Wettelijke erfgerechtigden: verwanten
1) Wie is wettelijk ergerechtigd?
A. Begrip
B. Ordes (klassen) van erfgerechtigden
C. Wie zit in welke orde? Zie oefening p19
2) Het begrip graad (zie ook verder)
3) Eerste orde: afstammelingen
A. Opsomming
B. Graad (zie oefening p23)
C. Plaatsvervulling
D. Wanneer is er plaatsvervulling?
E. Gevolgen van de plaatsvervulling: verdeling bij staken
F. Toepassing in de rechte neerdalende lijn
G. Geen openbare orde
4) Tweede orde: broers en zussen, vader en moeder
A. Opsomming
B. Principe
C. Hypothese 1: toewijzing van de nalatenschap als vader en moeder er niet zijn (zie boek p27)
D. Hypothese 2: toewijzing van de nalatenschap als vader en/of moeder er zijn (zie boek p28)
E. Graden en plaatsvervulling
F. Verschillende ouders => halfbroers en halfzussen
G. Kleine kloving (= kloving in tweede orde) Art. 4.27 BW (zie voorbeeld boek p29)
H. Voorrang tweede op derde orde
5) Derde orde: louter ascendenten
A. Principes
B. Graden
C. Grote kloving (= kloving vanaf derde orde) Art. 4.28 en 4.29 BW
1
, D. Waarom kloving?
6) Vierde orde: verdere zijverwanten
A. Grote kloving
B. Plaatsvervulling
C. Vruchtgebruik voor vader en moeder
D. Devolutie van de ene lijn op de andere
E. Nieuwe afwijkende regel als de erflater gehuwd is en LLE leeft nog
4. De langstlevende echtgenote
1) Plaats van de langstlevende echtgenote in de devolutie
2) Voorwaarde voor het erfrecht van de langstlevende echtgenote
A. Specifieke voorwarde: gehuwd zijn
B. Uitsluiting en verval van erfrecht
C. Geen plaatsvervulling
D. Invloed van het huwelijksvermogenstelsel
3) Welk erfrecht verkrijgt de langstlevende echtgenote?
A. Aard van haar erfrecht
B. Samenloop met afstammelingen (cf. nieuw art. 745bis, §1, eerste lid BW)
C. Assepoesterregel
D. Wat is de gehele nalatenschap?
E. Samenloop met bloedverwanten van tweede of derde orde (cf. nieuw art. 745bis, §1, tweede lid,
1° en 2° BW)
F. Gemeenschapsstelsel
G. Scheiding van goederen
H. Bij wettelijke terugkeer (nieuw cf. art. 745bis, §2 BW)
I. Samenloop met bloedverwanten van de vierde graad of geen samenloop (cf. nieuw art. 745bis,
§1, laatste lid en §2 BW)
J. Huurrecht (cf. nieuw art. 745bis, §3 BW)
4) Het erfrechtelijk vruchtgebruik van de langstlevende echtgenote
A. Kenmerken van dit VG
B. Bijzondere regels van het erfrechtelijke VG
5) Omzetbaarheid van eht erfrechtelijk vruchtgebruik van de langstlevende echtgenote
A. Waarom een omzetbaar vruchtgebruik?
B. Van welk VG kan de omzetting worden gevorderd?
C. Waarin kan de omzetting van het VG worden gevorderd?
a. Omzetting in VE
b. Omzetting in geldsom
c. Omzetting in een rente
d. Onverdeeld aandeel in nalatenschap
D. Waardebepaling van het VG (Art. 4.64 BW)
E. Waardeberekening van het VG bij samenloop met stiefkinderen
F. Procedure van omzetting
G. Wanneer moet omzetting gebeuren en wat is daarbij de beoordelingsbevoegdheid van de
rechter?
a. LLE komt in samenloop met afstammelingen van DC
b. LLE komt in samenloop met stiefkinderen (geen afstammelingen van LLE)
c. LLE komt in samenloop met andere erfgenamen (niet-afstammelingen)
d. Anomale erfgenamen (principe van de wettelijke terugkeer)
H. Aard van het recht om omzetting te vorderen
I. Gevolgen omzetting
5. De langstlevende wettelijk samenwonende levensgenote
1) Erfrecht voor de langstlevende wettelijk samenwonende levensgenote
A. Principe
B. Specifieke vereisten voor dit erfrecht
C. Algemene erfrechtelijke vereisten
D. Ongeacht met wie hij tot de nalatenschap komt
2