Samenvatting H5 motivatie
5.1 Inleiding
Motivatie
→ reden van gedrag
→ gedrag van anderen begrijpen
Homeostatisch model: Drijfveer om honger te stillen is in evenwicht blijven
Opmerking: hongerstaking, dieet, meer eten dan nodig
Onderzoek naar smaak
1 milkshake + ijs + vragenlijst i.v.m. lijnen
2 milkshakes + ijs + vragenlijst i.v.m. lijnen
Resultaat Controle met homeostatisch model
Niet-lijners
- Weinig ijs na 1 milkshake Niet-lijners
- Zeer weinig ijs na 2 milkshakes - Milkshake, minder eten
Lijners - Homeostatisch model klopt
- 1 milkshake: veel ijs - Verklaring zeer weinig ijs, cognitieve
- 2 milkshakes: heel veel ijs verklaring, straks gaan we eten
Lijners
Besluit - Milkshake, meer eten
- Homeostatisch model klopt niet
De sterkte van de motivatie is
- Verklaring veel ijs → toch om zeep
afhankelijk van het doel.
Doel stijgt, motivatie stijgt
5.2 Motivatietheorieën
5.2.1 Behoeftenhiërarchie of zelfactualisatietheorie Maslow
Zelf ontplooien
Behoeften zijn geordend in hiërarchie
Behoefte op hoger niveau wordt vervuld als behoeft op
lager niveau gerealiseerd is
Basis behoeften en groeibehoeften
Oefening onbewoond eiland
Behoeften hiërarchie en territoriumleer
4 soorten territoria
- Schuilplaats: plaats waar je jezelf kan zijn
Veiligheid
- Persoonlijke ruimte: plaats rondom u, afhankelijk van cultuur
Bus, vertraagde dans,…
- Psychologische ruimte: aandacht van anderen
Waardering, achting
- Actieterrein: jouw verantwoordelijkheid
Jouw taak, zelfwaardering
,Samenvatting H5 motivatie
Verwachtingen over het bereiken van een doel
Succes/plezier van het bereiken van een doel
Angst/mislukking
Succes > angst
- Wel proberen je doel te bereiken
Angst > succes
- Niet proberen je doel te bereiken
5.2.2 Intrinsieke en extrinsieke motivatie
Intrinsieke motivatie
Gedrag wordt gesteld omwille van het gedrag zelf
Gedrag op zich is een doel
Bv. studeren
Bv. knikkeren om te knikkeren
Extrinsieke motivatie
Gedrag wordt bepaald door factoren buiten de persoon
Gedrag is een middel om een doel te bereiken
Bv. knikkeren om de knikkers
5.2.3 Doelstellingentheorie: Locke
Doelstellingen moeten
- Voldoende moeilijk maar haalbaar
- Nauwkeurig
- Aanvaard worden
- Bruikbaar zijn
- Gekoppeld worden aan feedback, beloning
- Voldoende specifiek
- Voldoende moeilijk
Deze doelstellingen motiveren beter en leiden tot betere prestaties dan vage en gemakkelijke doelen
Moeilijke doelen
Richten aandacht en energie van de persoon op activiteiten
Veroorzaken een hoge inspanning
Betere actieplannen ontwikkelen
Zetten aan tot volharding
Beste prestaties
Feedback krijgen
Betrokken bij de doelstelling
Zelfvertrouwen: ik kan de taak
cultuur
5.2.4 Motivationele conflicten
, Samenvatting H5 motivatie
1. toenaderings-toenaderingsconflict
→ kiezen tussen 2 aantrekkelijke doelen
2. vermijdings-vermijdingsconflict
→ kiezen tussen 2 onaantrekkelijke doelen
3. Toenaderings-vermijdingsconflict
→ kiezen tussen tegelijk aantrekkelijke en onaantrekkelijke kanten
4. meervoudig toenaderings-vermijdingsconflict
→ kiezen tussen meerdere alternatieven die allebei positieve en negatieve kanten hebben
5.3 Motivatie en eetgedrag
experiment ‘rat met veerbalans’
honger stijgt, trekkracht stijgt
psychologische en fysiologische factoren bepalen het eetgedrag
5.3.1 Psychologische en fysiologische factoren bepalen het eetgedrag
maag
- experiment Cannon-ballon
- grote overeenstemming samentrekken maag en hongergevoelens
- kritiek
Bloed
- Experiment honden
- Bloed- en suikergehalte bestuurt hongergevoelens
Hypothalamus
- Hongeropwekkingscentrum
→ weg: geen belangstelling voor eten
- Verzadigingscentrum
→ weg: grote belangstelling voor eten
Externe factoren bepalen eetgedrag
- Experiment kippen
- Hoge waarnemingsdrempel
- Lage waarnemingsdrempel
Extreme honger
- Experiment 36 personen 3500kcal naar 1570 kcal
- Medische controle
- Kookboeken bestuderen
- Persoonlijkheid verandert
- Recepten verzamelen
- Kok worden
- Geen gevoel voor humor
- Geen sociaal gedrag
- Relatie verbreken
- Normen en waarden veranderen, voedsel stelen
- Fysiologische behoefte niet vervuld, persoonlijkheid verandert
5.3.2 Besturing van eetgedrag van personen met normaal gewicht en overgewicht
Hoeveelheid eten?
5.1 Inleiding
Motivatie
→ reden van gedrag
→ gedrag van anderen begrijpen
Homeostatisch model: Drijfveer om honger te stillen is in evenwicht blijven
Opmerking: hongerstaking, dieet, meer eten dan nodig
Onderzoek naar smaak
1 milkshake + ijs + vragenlijst i.v.m. lijnen
2 milkshakes + ijs + vragenlijst i.v.m. lijnen
Resultaat Controle met homeostatisch model
Niet-lijners
- Weinig ijs na 1 milkshake Niet-lijners
- Zeer weinig ijs na 2 milkshakes - Milkshake, minder eten
Lijners - Homeostatisch model klopt
- 1 milkshake: veel ijs - Verklaring zeer weinig ijs, cognitieve
- 2 milkshakes: heel veel ijs verklaring, straks gaan we eten
Lijners
Besluit - Milkshake, meer eten
- Homeostatisch model klopt niet
De sterkte van de motivatie is
- Verklaring veel ijs → toch om zeep
afhankelijk van het doel.
Doel stijgt, motivatie stijgt
5.2 Motivatietheorieën
5.2.1 Behoeftenhiërarchie of zelfactualisatietheorie Maslow
Zelf ontplooien
Behoeften zijn geordend in hiërarchie
Behoefte op hoger niveau wordt vervuld als behoeft op
lager niveau gerealiseerd is
Basis behoeften en groeibehoeften
Oefening onbewoond eiland
Behoeften hiërarchie en territoriumleer
4 soorten territoria
- Schuilplaats: plaats waar je jezelf kan zijn
Veiligheid
- Persoonlijke ruimte: plaats rondom u, afhankelijk van cultuur
Bus, vertraagde dans,…
- Psychologische ruimte: aandacht van anderen
Waardering, achting
- Actieterrein: jouw verantwoordelijkheid
Jouw taak, zelfwaardering
,Samenvatting H5 motivatie
Verwachtingen over het bereiken van een doel
Succes/plezier van het bereiken van een doel
Angst/mislukking
Succes > angst
- Wel proberen je doel te bereiken
Angst > succes
- Niet proberen je doel te bereiken
5.2.2 Intrinsieke en extrinsieke motivatie
Intrinsieke motivatie
Gedrag wordt gesteld omwille van het gedrag zelf
Gedrag op zich is een doel
Bv. studeren
Bv. knikkeren om te knikkeren
Extrinsieke motivatie
Gedrag wordt bepaald door factoren buiten de persoon
Gedrag is een middel om een doel te bereiken
Bv. knikkeren om de knikkers
5.2.3 Doelstellingentheorie: Locke
Doelstellingen moeten
- Voldoende moeilijk maar haalbaar
- Nauwkeurig
- Aanvaard worden
- Bruikbaar zijn
- Gekoppeld worden aan feedback, beloning
- Voldoende specifiek
- Voldoende moeilijk
Deze doelstellingen motiveren beter en leiden tot betere prestaties dan vage en gemakkelijke doelen
Moeilijke doelen
Richten aandacht en energie van de persoon op activiteiten
Veroorzaken een hoge inspanning
Betere actieplannen ontwikkelen
Zetten aan tot volharding
Beste prestaties
Feedback krijgen
Betrokken bij de doelstelling
Zelfvertrouwen: ik kan de taak
cultuur
5.2.4 Motivationele conflicten
, Samenvatting H5 motivatie
1. toenaderings-toenaderingsconflict
→ kiezen tussen 2 aantrekkelijke doelen
2. vermijdings-vermijdingsconflict
→ kiezen tussen 2 onaantrekkelijke doelen
3. Toenaderings-vermijdingsconflict
→ kiezen tussen tegelijk aantrekkelijke en onaantrekkelijke kanten
4. meervoudig toenaderings-vermijdingsconflict
→ kiezen tussen meerdere alternatieven die allebei positieve en negatieve kanten hebben
5.3 Motivatie en eetgedrag
experiment ‘rat met veerbalans’
honger stijgt, trekkracht stijgt
psychologische en fysiologische factoren bepalen het eetgedrag
5.3.1 Psychologische en fysiologische factoren bepalen het eetgedrag
maag
- experiment Cannon-ballon
- grote overeenstemming samentrekken maag en hongergevoelens
- kritiek
Bloed
- Experiment honden
- Bloed- en suikergehalte bestuurt hongergevoelens
Hypothalamus
- Hongeropwekkingscentrum
→ weg: geen belangstelling voor eten
- Verzadigingscentrum
→ weg: grote belangstelling voor eten
Externe factoren bepalen eetgedrag
- Experiment kippen
- Hoge waarnemingsdrempel
- Lage waarnemingsdrempel
Extreme honger
- Experiment 36 personen 3500kcal naar 1570 kcal
- Medische controle
- Kookboeken bestuderen
- Persoonlijkheid verandert
- Recepten verzamelen
- Kok worden
- Geen gevoel voor humor
- Geen sociaal gedrag
- Relatie verbreken
- Normen en waarden veranderen, voedsel stelen
- Fysiologische behoefte niet vervuld, persoonlijkheid verandert
5.3.2 Besturing van eetgedrag van personen met normaal gewicht en overgewicht
Hoeveelheid eten?